In de vele conflicten tussen mens en dier is afschieten de oplossing. Terwijl de wetenschap al decennia aantoont dat het niet helpt.
Gaan ze weer zeehondjes doodknuppelen? Het schrikbeeld uit mijn jeugd van wilde mannen die op Canadese ijsvlakten weerloze witte zeehondenbaby’s doodsloegen, zou weer werkelijkheid kunnen worden, berichtte onder meer het AD. De Europese Commissie houdt een digitale ‘raadpleging’ over de vraag of het EU-verbod op handel in zeehondenproducten uit 2009 nog doel treft. Zweedse en Finse vissers klagen dat er door de verminderde jacht te veel zeehonden zijn en die vreten ‘hun’ vis.
De soep wordt niet zo heet gegeten: in het democratische Europa is een ‘raadpleging’ een normale procedure. Na de analyse van de Commissie is een besluit aan de lidstaten en het Europees parlement. Dat kan jaren vergen.
In deze rubriek geeft Jean-Pierre Geelen, natuurredacteur van de Volkskrant, zijn persoonlijke commentaar op opmerkelijke confrontaties tussen mens en natuur.
Eerder leek het bericht – een maand na de start van de raadpleging – voort te komen uit een actie van de Partij voor de Dieren, die op sociale media op de trom sloeg met het AD. Met succes: tussen de 712 reacties (stand: afgelopen woensdagochtend) torenen er driehonderd (40 procent) bovenuit, afkomstig van geschokte Nederlanders. Niets op tegen, maar de ophef smaakt wat naar komkommersoep, een welbekend zomergerecht.
Heter is de soep (in nog geen Nederlands medium opgediend) voor de gestreepte bosuil. De Amerikaanse US Fish and Wildlife Service (FWS) wil er in Californië 450 duizend laten afschieten. Zo hoopt het agentschap de gevlekte bosuil, die overvleugeld wordt door zijn gestreepte neefje, te behouden.
Sinds de mens zich god waant, is ‘beheren’ het toverwoord om de natuur te boetseren naar elk gewenst model.
Het allerheetst is de soep in eigen land. Land- en tuinbouworganisatie LTO pleitte onlangs voor een ‘beheeraanpak’ (koeterwaals voor: afschieten) van houtduiven en ganzen, de duivels voor de god Mens. Ze vreten ‘onze’ groente, fruit, graan en gras; hoe dúrven ze. Bij12, de ‘uitvoeringsorganisatie’ die provincies ondersteunt in natuurbeleid, noemt het afschieten van houtduiven de efficiëntste oplossing tegen de laagste kosten. Merkwaardig, want ecologen en andere wetenschappers tonen al decennia aan dat jacht zelden een oplossing is.
Vorige week verscheen bij uitgeverij AtlasContact de monografie De houtduif. Auteur Hay Wijnhoven bezingt die onweersgrijze verschijning met z’n malle snavel vol rozerood, donkergeel en witte bepoedering – ‘een bodybuilder met make-up op’. Hij is een liefhebber in meerdere opzichten: ‘Ik ken het troostrijke, hartig-zoete aroma van houtduivensoep.’
Wijnhoven erkent de schade van houtduiven. Maar ook haalt hij de Britse onderzoeker Ronald K. Murton aan, die in de jaren zestig en zeventig, door nuchter en onbevooroordeeld tellen en registreren, al aantoonde dat de jacht op de houtduif in Groot-Brittannië (waar jaarlijks 3- tot 7 miljoen houtduiven worden geschoten) de vogel en de schade niet terugdrong.
Integendeel: door de jacht hebben overblijvers meer te eten, waardoor hun kans op overleven en vermenigvuldiging toeneemt. Door onder meer trekgedrag worden lege plekken direct opgevuld met verse duif. Voedselaanbod bepaalt de aantallen; niet jagers. Die hebben volgens Hay Wijnhoven een klont boter op het hoofd: ‘Als de houtduif niet zo’n mooie portie heerlijk spierweefsel had geproduceerd (…), dan hadden de jagers het beest allang links laten liggen. De houtduivenjacht is plezierjacht.’
Zo gaat het steeds. Met de duif, de gans en ander ‘schadelijk’ wild dat ‘beheerd’ moet worden. Beter zou je gewassen kunnen beschermen dan duiven bejagen, zegt Wijnhoven. Zoals een groep internationale wetenschappers onlangs betoogde dat de wolf – deze zomer borrelt de komkommersoep ervan – prima kan samenleven met de mens. Als we maar stoppen met wild afschieten, zodat de wolf niet noodgedwongen zijn toevlucht zoekt tot opgesloten schapen. Stoppen met ‘beheren’ en de plezierjacht dus. Moeder Natuur beheert zichzelf wel.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant