Tot ieders verrassing heeft het Zorginstituut besloten om het afslankmiddel Wegovy niet op te nemen in het basispakket. Niet omdat er twijfels zijn over de werking. Integendeel. Er is juist grote zorg dat het medicijn té goed werkt, waardoor artsen het massaal zullen voorschrijven met een explosie van de zorgkosten als gevolg.
Wie Wegovy slikt, valt gemiddeld 15 procent af. Dat is een zeer verleidelijk vooruitzicht voor de 15 procent van alle Nederlanders die lijdt aan een ernstige vorm van overgewicht. Het is ook verleidelijk voor alle artsen die dagelijks zien hoe moeilijk het is om af te vallen en hoeveel bijkomende aandoeningen en ziekten patiënten met obesitas hebben.
Het vergt dus moed om opname in het basispakket tegen te houden. Het Zorginstituut verschuilt zich achter een formele redenering. Omdat de verwachte omzet van het medicijn boven de 10 miljoen euro zal uitkomen, is de fabrikant verplicht een berekening te maken over de kosteneffectiviteit van het medicijn. Die is naar het oordeel van het Zorginstituut onvolledig.
In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.
Onder die formele redenering zitten reële zorgen. In de eerste plaats vanwege de hoge kosten. Afhankelijk van wie er voor het medicijn in aanmerking komen, kunnen de kosten oplopen tot 1,3 miljard euro.
Maar het Zorginstiuut roept ook op een breder maatschappelijk debat te voeren. Een neveneffect van de introductie van afslankmedicijnen is dat overgewicht als een ziekte wordt beschouwd die met medicijnen kan worden genezen. Soms is het een ziekte. Maar er zijn ook genoeg zwaarlijvige Nederlanders die met hun gewicht volmaakt gelukkig zijn. Het vrij verstrekken van medicijnen versterkt het toch al dominante schoonheidsideaal en zet mensen die niet aan dat ideaal voldoen verder in de hoek.
Andere afslankmedicijnen werden al snel niet alleen gebruikt door mensen met obesitas, maar ook door mensen die graag een paar kilo willen afvallen, niet uit medische, maar uit esthetische overwegingen.
Tot slot verschuift de aandacht door de medicalisering van preventie naar symptoombestrijding. Obesitas is een chronische ziekte. Als je het eenmaal hebt is het bijna onmogelijk om ervan te genezen, maar je kunt wel veel doen om het te voorkomen.
Hier ligt ook een schone taak voor de overheid. Zolang de voedselindustrie zijn producten kan volstouwen met dikmakers, zolang er te weinig serieus beleid is om bewegen te stimuleren, is het gevaarlijk om op grote schaal afslankmiddelen voor te schrijven. De prikkel om gezond te leven zal kleiner worden.
Het Zorginstituut wijst ook op de onbekende gevolgen voor de lange termijn. Groot nadeel van afslankmiddelen is dat je ze levenslang moet slikken. Dat is niet alleen duur, maar creëert ook een enorme afhankelijkheid. En als blijkt dat deze geneesmiddelen bij langdurige inname schadelijke bijeffecten hebben, kan er niet meer mee worden gestopt zonder een explosie van obesitas te riskeren.
Het is dus goed dat het Zorginstituut pas op de plaats maakt, zodat de gevolgen, de kosten en de risico’s rustig op een rij kunnen worden gezet en het medicijn uiteindelijk alleen wordt voorgeschreven aan patiënten die het echt nodig hebben. Het zou de overheid sieren als ze de introductie gepaard laat gaan met een offensief om Nederland minder ongezond te laten consumeren en meer te laten bewegen.
Source: Volkskrant