Terwijl Nederlanders in een overgangsfase zitten naar het nieuwe pensioenstelsel, blijft de oudedagsvoorziening een taai en onbemind onderwerp. Daardoor zijn veel mensen slecht op de hoogte van wat het nieuwe pensioen voor hen betekent, bleek deze week weer. NU.nl beantwoordt acht lezersvragen over het nieuwe pensioen.
Wat is de achterliggende gedachte achter deze rigoureuze wijziging van het pensioenstelsel?
Veel deskundigen vinden het oude stelsel niet meer van deze tijd. Dat gaat er namelijk van uit dat je veertig jaar in dezelfde sector blijft. Maar mensen stappen sneller over tussen sectoren en gaan ook vaak een deel van hun leven als zelfstandige aan de slag. Verder bleek het oude pensioen in de afgelopen jaren erg gevoelig voor renteschommelingen. Ook als beleggingsrendementen goed waren, konden pensioenen niet omhoog door de lage rente. Dat verandert in het nieuwe stelsel.
Hoe is het mogelijk dat onze pensioenopbouw zonder inspraak overgeheveld kan worden naar een nieuw stelsel?
Er is veel discussie over hoeveel inspraak mensen hebben over de overstap naar het nieuwe stelsel. En het gaat dan met name over een eerlijke verdeling van de 1.500 miljard aan eerder opgebouwd pensioengeld over de nieuwe persoonlijke pensioenrekeningen. Vooral NSC oppert al enkele maanden om per fonds een referendum te houden om deelnemers te vragen of ze willen dat hun oude pensioen meeverhuist naar het nieuwe stelsel. Of dat ze de huidige opbouw in het oude stelsel laten en de nieuwe opbouw in het nieuwe stelsel doen. Vooralsnog heeft NSC hier geen draagvlak voor gevonden.
Ik ben al gepensioneerd. Wat gaat er voor mij veranderen?
Ook de pensioenopbouw van gepensioneerden zal naar het nieuwe stelsel verhuizen. In eerste instantie merken gepensioneerden daar weinig van, omdat er al eerder is vastgesteld hoeveel uitkering je kunt verwachten op basis van je opbouw. Wel is het idee dat je pensioenuitkering iets sneller verhoogd kan worden. Pensioenen worden sneller aangepast op basis van goede of slechte beleggingsjaren dan in het oude stelsel. Wel zitten daar ook waarborgen in. Verliest je pensioenfonds op de beurs, dan hoeven pensioenen niet meteen hard omlaag.
Hoe zit het met het nabestaandenpensioen?
Aan het nabestaandenpensioen gaat best veel veranderen, vooral in het geval dat iemand voor pensionering overlijdt. Tot nu toe zijn er meerdere varianten voor nabestaandenpensioen die verschillen per pensioenregeling. Straks komt er nog maar één variant: het nabestaandenpensioen op risicobasis. Hierin bouw je geen nabestaandenpensioen op, maar hebben partners recht op een percentage van het salaris tot maximaal 50 procent. Daarbij is het niet meer relevant hoelang je in dienst was. In de oude regels was dat soms wel het geval.
Bij het wezenpensioen verandert de leeftijdsgrens van tot welke leeftijd iemand een uitkering krijgt. In de oude regels verschilde de grens per pensioenregeling en varieerde die van 18 tot 30 jaar. In het nieuwe pensioenstelsel hebben kinderen recht op wezenpensioen tot 25 jaar. Verder is het maximum van drie kinderen die recht hebben op het pensioen geschrapt.
Waarom moeten wij naar een nieuw pensioenstelsel en politici niet?
Kamerleden, ministers en wethouders gaan net als andere werknemers pensioen opbouwen in het nieuwe stelsel. In het oude stelsel hadden politici een ander pensioen en het klopt dat zij in eerste instantie niet zouden meeverhuizen naar het nieuwe stelsel. In het afgelopen jaar was daar veel discussie over. Waarom burgers wel en politici niet? Maar afgelopen voorjaar is in de Eerste Kamer voor een motie gestemd die regelt dat ook politici pensioen gaan opbouwen in het nieuwe stelsel.
Ik heb wel eens gehoord dat de stelselwijziging slecht uitpakt voor mensen die net voor hun pensioen zitten en dat zij daarvoor worden gecompenseerd. Hoe zit dat?
Dit geldt nog wat nadrukkelijker voor veertigers en vijftigers. Zij hebben lang pensioen opgebouwd volgens een systeem waarbij jongeren iets te veel premie inleggen en ouderen iets te weinig. Dat ze door de stelselwijziging niet meemaken dat ze als oudere iets te weinig inleggen is in hun nadeel. Daarom worden ze bij de overstap gecompenseerd, met miljarden uit de buffers van pensioenfondsen. Hoe de pensioenfondsen dat doen en hoeveel ze hiervoor beschikbaar hebben, zijn ze nu aan het onderzoeken. Voor begin 2025 moeten fondsen hiervoor een plan klaar hebben. Wat dat voor jou betekent, merk je pas echt als de stap naar het nieuwe stelsel in 2026 of 2027 wordt gezet.
Kan ik straks dan ook kiezen waar ik mijn pensioen onderbreng?
Nee, ook in het nieuwe stelsel is je pensioenfonds afhankelijk van afspraken tussen werkgevers en vakbonden in de sector waar je werkt. Fondsen kunnen bij de overgang naar het nieuwe stelsel wel kiezen tussen twee soorten pensioenregelingen: een solidaire of een flexibele regeling. Bij die tweede kun je als deelnemer kiezen om wat extra beleggingsrisico's aan te gaan. Veel fondsen lijken te kiezen voor de stabielere eerste variant, met minder keus.
Ik heb niet zoveel vertrouwen in het nieuwe stelsel. Naar aanleiding van recente artikelen ga ik vanaf mijn 28e veertig jaar lang 50 euro per maand opzijzetten. Dat bedrag hoog ik op met de inflatie.
Extra pensioen opbouwen kan nooit kwaad. Regelingen om fiscaal vriendelijk extra geld opzij te zetten zijn sinds de invoering van het nieuwe stelsel ook verruimd en veel mensen zetten sindsdien extra geld opzij. Als je dan via een speciaal pensioenproduct spaart, bespaar je op belastingen, maar dat betekent wel dat je voorlopig niet bij dat geld kunt. Door je hypotheek af te lossen of te investeren in energiebesparende maatregelen kun je ook zorgen voor een makkelijkere oude dag.
50 euro per maand is als extraatje overigens prima, maar het is vrij weinig ten opzichte van de pensioenopbouw via je werkgever. Daar zet je vaak wel een vijfde van je bruto inkomen opzij.
Source: Nu.nl algemeen