De rechtbank in Amsterdam gaat zich buigen over de torenhoge winst die de Amerikaanse farmaceut AbbVie heeft behaald met de verkoop van een veelgebruikt medicijn. Daarmee kan er voor het eerst een juridisch oordeel komen over de vraag of er grenzen zijn aan wat voor een patentgeneesmiddel gevraagd mag worden.
De procedurele bezwaren die de farmaceut had ingediend, zijn woensdag bijna allemaal door de rechtbank van tafel geveegd. De rechtszaak, die begin vorig jaar werd aangespannen door de Stichting Farma ter Verantwoording, kan nu doorgang vinden.
De zaak draait om Humira, het meest lucratieve medicijn ter wereld. Tussen 2004 tot 2018 – toen het middel octrooibescherming genoot – boekte farmaceut AbbVie daarmee in Nederland een omzet van zo’n 2,3 miljard euro. Het medicijn werkt uitstekend bij patiënten met reuma, darmziektes en ruim tien aandoeningen.
Over de auteur
Ellen de Visser is wetenschapsredacteur van de Volkskrant en schrijft over medische ontwikkelingen en Big Pharma.
Volgens de stichting, die zich inzet voor een betaalbare toegang tot geneesmiddelen, heeft AbbVie door een veel te hoge prijs te vragen misbruik gemaakt van zijn machtspositie. Daardoor zou de farmaceut het Nederlandse zorgstelsel bij elkaar 1,2 miljard euro te veel in rekening hebben gebracht. De stichting krijgt steun van een aantal zorgverzekeraars.
Hun uitgangspunt: het geld dat aan Humira is uitgegeven, kon niet worden besteed aan andere zorg. Daardoor zijn patiënten benadeeld.
De overwinst heeft de stichting zelf berekend door de kosten van onderzoek, ontwikkeling, productie en marketing op een rij te zetten en daar een winstmarge van 25 procent bij op te tellen. De cijfers zijn afkomstig uit onder meer hoorzittingen bij het Amerikaanse Congres, dat al eerder een onderzoek heeft ingesteld naar de hoge prijs van het medicijn.
AbbVie stelde zich in een verweer bij de rechtbank onder meer op het standpunt dat de prijsstelling van geneesmiddelen een zaak is van de politiek en van regelgevende instanties. ‘Het is niet aan de rechtbank om een norm te stellen waarboven de prijs van geneesmiddelen excessief zou zijn’, aldus de farmaceut. Volgens de rechter gaat dat argument niet op: de stichting vraagt niet om een normstelling voor alle geneesmiddelen onder octrooi, maar wil alleen een juridisch oordeel over de prijs van Humira.
‘De eerste horde is genomen’, zegt Wilbert Bannenberg, voorzitter van de stichting, in een reactie. Ellen ’t Hoen, patentrechtadvocaat en voorvechter voor betaalbare geneesmiddelen, verwacht dat er voor het eerst een zogeheten verklaring voor recht kan komen over ‘de onrechtmatigheid van excessieve prijzen door een farmaceut met een een monopoliepositie.’
Een woordvoerder van AbbVie laat weten ‘teleurgesteld’ te zijn over de beslissing van de rechtbank. ‘Maar we realiseren ons ook dat die procedureel is.’ Bij de inhoudelijke behandeling zal AbbVie ‘de ongegronde aantijgingen’ van de stichting blijven verwerpen, aldus de woordvoerder. ‘Die trekken het stelsel voor alle geneesmiddelen in twijfel en belemmeren daarmee mogelijk toekomstige innovatie.’
Eerder al kreeg een farmaceut in Nederland een tik op de vingers vanwege misbruik van zijn machtspositie: drie jaar geleden gaf de Autoriteit Consument en Markt het Italiaanse Leadiant een miljoenenboete omdat het bedrijf een eenvoudig middel had opgekocht en dat vijfhonderd keer duurder had gemaakt.
De komende jaren komen er tientallen, vaak extreem dure, nieuwe geneesmiddelen op de markt, zo blijkt uit een lijst van het Zorginstituut. Het Europese patent op Humira is in 2018 verlopen, sindsdien is de prijs fors gedaald. De inhoudelijke behandeling van de zaak vindt naar verwachting begin volgend jaar plaats.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant