Home

Latere selectie in brede brugklas kan oplossing zijn voor gehannes met schooladvies en toetsen


Ook de nieuwe inrichting van het laatste jaar op de basisschool kent nog haken en ogen. De brede brugklas kan uitkomst bieden.

Een van de kenmerken van het Nederlandse onderwijssysteem is de relatief vroege selectie van leerlingen. Al voor hun twaalfde jaar wordt bepaald op welk opleidingsniveau zij verder gaan na de basisschool.

Dit kent aan het selectiemoment een groot gewicht toe. Het is mede daardoor een onderwerp van terugkerend politiek debat, met steeds nieuwe uitkomsten. De ooit machtige en gevreesde Cito-toets is verdwenen. Het schooladvies wordt nu, voor inschrijving op de middelbare school, getest met een zogenoemde ‘doorstroomtoets’. Die heeft de centrale eindtoets vervangen.

Met dit controlemechanisme zijn leraren sinds dit jaar verplicht hun schooladvies naar boven bij te stellen als leerlingen de doorstroomtoets beter maken dan verwacht. Voor de toets zijn liefst zes aanbieders op de markt (een wens van de Kamer), waaruit scholen zelf een keuze maken.

In een persbericht jubelde het ministerie van Onderwijs dinsdag over ‘gelijkere kansen voor leerlingen door de doorstroomtoets’. Dat was inderdaad de doelstelling, omdat met name bij kwetsbare groepen (gezinnen met een zwakke sociaal-economische positie, migratieachtergrond of op het platteland) vaak onderadvisering voorkwam. Maar in de begeleidende brief die staatssecretaris Mariëlle Paul (VVD) naar de Tweede Kamer stuurde, blijken er toch wat addertjes onder het gras te zitten.

Zeker, in 75 procent van de gevallen waarin een leerling voor bijstelling naar boven in aanmerking kwam (bijstelling naar beneden mag niet), is dit ook daadwerkelijk gebeurd. Maar er blijken grote onderlinge verschillen te bestaan tussen de zes aangeboden doorstroomtoetsen, wat het nieuwe systeem ondermijnt. Al in maart, na de uitkomsten van de doorstroomtoets, spraken leraren hun verbazing uit over de talrijke afwijkingen van hun adviezen waarmee zij werden geconfronteerd.

Niettemin stelt het ministerie nu dat de normering door het College voor Toetsen en Examens betrouwbaar is. Door ‘ankeropgaven’ die in alle toetsen zitten, is vergelijken goed mogelijk. Dat er toch verschillen zijn, is wellicht te verklaren doordat scholen met leerlingen met een hoger of juist lager opleidingsniveau ‘clusteren’ bij een bepaalde toets. Maar dit vraagt nader onderzoek, aldus de Kamerbrief, dat bovendien ‘complex’ is en ‘een lange adem’ vergt. Toetsjaar 2024 geldt als ‘een nulmeting’.

De PO-raad, de koepel van scholen in het primair onderwijs, noemde dinsdag bij monde van voorzitter Freddy Heima de verschillen ‘onacceptabel’. Medewerkers van vmbo-scholen en het praktijkonderwijs (waar de uitzonderingsregel geldt dat bijstellen niet verplicht is) spraken bovendien hun vrees uit voor ‘overadvisering’, met als consequentie dat leerlingen in een latere fase van hun schoolloopbaan alsnog moeten afhaken. Kennelijk is de juiste balans tussen advies, toets en correctie op het advies ook in het nieuwe stelsel nog altijd niet gevonden.

De gang van zaken toont andermaal aan dat vroege selectie, bij welke methode ook, problematisch blijft. Een brede brugklas voor de eerste twee jaren van de middelbare school kan aan dit bezwaar tegemoet komen. Het geeft de mogelijkheid het nu allesbepalende keuzemoment naar achteren te schuiven. De brede brugklas gaat segregatie tegen. Laatbloeiers krijgen zo meer gelegenheid om te ontluiken. Natuurlijk zijn er ook leerlingen die evident excelleren op 12-jarige leeftijd. Voor hen kan extra lesstof worden aangeboden.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next