Home

Deze Afrikaanse kunstenaar breekt internationaal door dankzij de nagedachtenis van een van de MH17-slachtoffers

Martin Toloku uit Ghana is de vierde Afrikaanse kunstenaar die een beurs kreeg van het Jacqueline van Tongeren Fellowship, genoemd naar een van de slachtoffers van de aanslag op de MH17. En net als zijn voorgangers doet hij het uitzonderlijk goed.

Han Nefkens (70), schrijver, mecenas en kunstverzamelaar, herinnert zich 17 juli 2014 nog erg scherp. Hij verloor die dag twee vrienden: arts en onderzoeker Joep Lange en AMC-woordvoerder Jacqueline van Tongeren. Ze waren samen onderweg naar een aidscongres in Melbourne.

Over de auteur

​Anna van Leeuwen is kunstredacteur van de Volkskrant. Ze schrijft over tentoonstellingen, musea, kunstenaars en de kunstmarkt.

Van Tongeren had Nefkens nog geappt vanuit het vliegtuig met vluchtnummer MH17. Ze verheugde zich op de Aziatische hapjes die ze onderweg zou krijgen. Ze rondde af met: ‘De deur gaat dicht, ik moet je nu laten.’ Een paar uur later hoorde Nefkens van het ongeluk: ‘Ik wist dat zij erin zaten. Het was heel onwerkelijk.’

Dagelijks contact

Nefkens relatie met Lange en Van Tongeren gaat lang terug. In 1987 kreeg Nefkens te horen dat hij hiv-positief is. Lange werd zijn specialist. En al snel meer dan dat: ‘Het was vertrouwd, ik had meteen het gevoel dat ik in goede handen was.’ Toen de vriendschap zich verder ontwikkelde, leerde Nefkens ook Van Tongeren kennen. Zij was Langes partner en ook als AMC-woordvoerder nauw betrokken bij het aidsonderzoek. Nefkens en Van Tongeren hadden dagelijks contact.

In de dagen vlak na de vliegramp was de aandacht voor Langes heengaan overweldigend. Tot en met een persoonlijke videoboodschap van de Amerikaanse ex-president Bill Clinton in Nieuwsuur. Nefkens: ‘Zeer terecht. Het is jammer dat hij die erkenning niet bij leven heeft gekregen.’

Nefkens zag echter ook dat door al die aandacht Van Tongeren dreigde te worden overschaduwd: ‘Zij heeft zo veel betekend voor het aidsonderzoek. Zij zag wat nodig was, was empathisch, gevoelig en sterk.’ Begin deze eeuw lag Nefkens maandenlang in het AMC: ‘Ik was doodziek en kon amper praten.’ Van Tongeren kwam elke dag meerdere keren langs om even aan zijn bed te zitten.

Al snel nam Nefkens zich voor om de herinnering aan Van Tongeren in leven te houden. Zij hield net als Nefkens veel van kunst: ‘Ze heeft in de jaren tachtig zelfs een galerie gerund in Amsterdam, daar vertelde ze graag over. En ze organiseerde jaarlijks een wetenschappelijke conferentie in Afrika voor talentvolle onderzoekers, daar wilde ze graag kunstenaars bij gaan betrekken.’

Twee jaar een atelier

In 2016 presenteerde Nefkens het Jacqueline van Tongeren Fellowship. Deze beurs ondersteunt een kunstenaar uit Afrika die aan de Rijksakademie in Amsterdam verblijft. Jaarlijks proberen zo’n 1.500 kunstenaars vanuit de hele wereld een atelier te bemachtigen om zich twee jaar lang verder te ontwikkelen aan dit prestigieuze kunstinstituut. Ongeveer 23 kunnen worden toegelaten.

Zij krijgen elk een stipendium en werkbijdrage van minimaal 16.500 euro. Die bijdragen vallen buiten de subsidies die de Rijksakademie van het ministerie van OCW krijgt en worden gedekt door fondsen en particuliere sponsoren, zoals de beurs die de naam van Jacqueline van Tongeren draagt.

De huidige Jacqueline van Tongeren-fellow Martin Toloku (31) uit Ghana is inmiddels al begonnen met afscheid nemen en aftellen. Hij kan nog vier weken gebruikmaken van zijn atelier. Toloku maakt sculpturen, maar ook performances en VR-kunst.

Op de grond in zijn atelier staan zijn nieuwste kunstwerken, hoofden van hout: ‘Die heb ik gemaakt voor festival Into the Great Wide Open op Vlieland.’ Vorige week was Toloku in Barcelona om voorbereidingen te treffen voor de grote kunstmanifestatie Manifesta. Volgend jaar treedt hij op in een performanceprogramma dat wordt georganiseerd door Marina Abramovic.

Het is duidelijk dat deze kunstenaar na twee jaar Rijksakademie op het punt staat de wereld te veroveren. Toch zal hij zijn atelier en de werkplaatsen missen, zegt hij. Vooral in de hout- en de metaalwerkplaats was hij vaak te vinden.

De leegte vullen

Toloku was niet gewend ondersteuning te krijgen voor zijn kunst: ‘Beurzen en subsidie bestaan in Ghana gewoon niet. Ik was gewend om te werken en dat geld in mijn kunstpraktijk te investeren, ik was heel blij toen ik over deze beurs hoorde.’

Toen hij vorige week in Barcelona was heeft hij Han Nefkens, die daar woont, ontmoet en meer gehoord over de naamgever van zijn beurs. Het past bij zijn kunst dat hij wordt ondersteund uit naam van iemand die niet meer leeft, vindt Toloku: ‘Veel mensen die een belangrijke rol in mijn kunstwerken spelen zijn overleden, zoals mijn grootvader. In mijn kunstwerken probeer ik hun invloed te laten zien.’

Vier kunstenaars gingen Toloku voor, uit Benin, Nigeria en Zuid-Afrika. Ook voor hen was de Rijksakademie een opstap naar internationaal succes. Zo exposeerde Thierry Oussou, de eerste Jacqueline van Tongeren-fellow uit Benin, op de Berlin Biënnale en hij won vorig jaar de Koninklijke Prijs voor Vrije Schilderkunst. En Simnikiwe Buhlungu uit Zuid-Afrika werd in 2019 geselecteerd voor de biënnale in Venetië, en haar werk werd aangekocht door Stedelijk Museum Amsterdam.

Nefkens: ‘Dat toont aan dat de Rijksakademie goed selecteert. En ook dat er heel veel talent is te vinden op het continent Afrika, dat heeft Jacqueline goed gezien.’ Hij haalt troost uit de nieuwe kunstwerken die ontstaan: ‘Deze beurs brengt iets in beweging, brengt leven. Zo vult kunst de leegte die Jacqueline heeft achtergelaten.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next