Vanzelfsprekend is het recept van de animatiefilm niet meer zo overrompelend als in het ongeëvenaarde eerste deel uit 2015, maar het enorme succes van de sequel is begrijpelijk én terecht.
Aan het eind van Inside Out (2015), wanneer de rust in het brein van de 11-jarige Riley eindelijk is hersteld, ontdekken haar verpersoonlijkte emoties op hun bedieningspaneel in het hoofdkantoor een raadselachtige rode knop. Puberteit, staat erop. ‘Ach’, zegt Plezier tegen collega’s Verdriet, Angst, Woede en Walging. ‘Vast niks belangrijks.’
Daar komen ze flink van terug in Inside Out 2. Riley (in de Engelstalige versie ingesproken door Kensington Tallman) is inmiddels 13 en gelijkmatig gelukkig: ze voelt zich thuis bij haar ouders in San Francisco, heeft twee onafscheidelijke vriendinnen en kan zich helemaal uitleven op de ijshockeybaan.
Plezier (Amy Poehler) en haar team ontfermen zich liefdevol over Rileys zelfbeeld, dat door debuterend regisseur Kelsey Mann wordt gevisualiseerd als een soort lichtgevende kristallen boom, gestaag groeiend in plezierig trillende strengen en wortelend in Rileys fijnste gevoelens, opvattingen en ‘kernherinneringen’.
Over de auteur
Kevin Toma schrijft over film in alle soorten en maten, met een speciaal oog voor filmmuziek en een passie voor horror.
Kon het allemaal maar zo blijven, kun je nog net denken, vlak voordat het alarm afgaat, de rode knop opgloeit en een legertje slopers het kantoor overhoop haalt. Inderdaad, Rileys puberteit is begonnen.
Daarmee belooft Inside Out 2 de overtreffende trap te worden van de meesterlijk verbeelde chaos uit het eerste deel. Destijds moesten Plezier en Verdriet leren samenwerken, via een psychedelische dwaaltocht door Rileys bewustzijn. Nu worden ze bruut terzijde geschoven door de nieuwe emoties Onzekerheid, Jaloezie, Verlegenheid en Verveling: een conflict dat wederom doorwerkt tot in de verste uithoeken van het (tiener)meisjesbrein.
Schakelend tussen binnen- en buitenwereld maakt de film duidelijk welk effect die mentale turbulentie heeft op Rileys gedrag – net nu ze afscheid neemt van de basisschool en op ijshockeykamp gaat.
Vanzelfsprekend kan dit recept niet meer zo verrassend en overrompelend zijn als in Pete Docters oorspronkelijke, ongeëvenaarde Inside Out. Niettemin is het enorme commerciële succes van de sequel – geen enkele Pixar-film bracht wereldwijd zo veel geld op als Inside Out 2 – begrijpelijk én terecht. Na een reeks producties die teleurstelden en/of alleen online werden uitgebracht, mag het vuur van Pixar eindelijk weer volop branden.
De animatie is buitengewoon gedetailleerd en liefdevol, óók in de scènes die zich in de alledaagse realiteit afspelen: kijk alleen al naar de zweetdruppels op Rileys hoofd, de haartjes in haar nek. In de wereld van het brein buitelen de geweldige vondsten over elkaar: het gaat van brainstormen naar de woeste stream of consciousness, in een kaartenhuis tekent Rileys verbeelding nachtmerriescenario’s; een plat tekenfilmfiguur uit haar kindertijd staat letterlijk tegen de vierde wand te praten. En wee je gebeente als Riley haar allereerste sarcastische opmerking maakt.
De nieuwe emoties zijn pareltjes van creativiteit. De door Adèle Exarchopoulos ingesproken Verveling laat zich liever Ennui noemen en zit voortdurend op haar telefoon te kijken. Teamleider Onzekerheid (Maya Hawke) steelt de show met haar knaloranje haardos, immer opengesperde ogen en tussen grijns en vrees wiebelende breedbek: je zult maar door zo’n figuur worden bestuurd.
Maar het mooist is de balans die ook deze Inside Out vindt tussen surrealistisch spektakel en menselijkheid. Adolescenten zullen ongetwijfeld veel herkennen in Rileys worstelingen, terwijl het voor oudere toeschouwers aangrijpend kan zijn om te zien hoe het meisje opnieuw een levensfase afsluit die steeds verder buiten bereik zal raken.
Geen wonder dat soms nóg een nieuwe emotie om de hoek komt kijken, zoals de als gezellig omaatje vermomde Nostalgie. Wellicht een vooruitblik op een Inside Out uit de toekomst, met Riley als weemoedige vijftiger of bejaarde?
Animatie
★★★★☆
Regie Kelsey Mann
96 min., in 145 zalen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant