Vrijdag 26 juli beginnen de Olympische Spelen, en ik weet wel naar wie ik ga kijken: naar de drie Afghaanse vrouwen die in Parijs meedoen, met atletiek en wielrennen. Er zullen ook drie Afghaanse mannen deelnemen, met zwemmen, judo en eveneens atletiek. Niet dat ze aan enige olympisch limiet hebben voldaan, voorzover ik weet. Het gaat het IOC, dat hen heeft uitgenodigd, uitdrukkelijk om de symboliek van gelijke vertegenwoordiging van mannen en vrouwen namens een land waar wat betreft de Taliban-autoriteiten vrouwen niet bestaan.
De extreem-strikt-islamitische Taliban-regering wil natuurlijk niks weten van het vrouwendeel van die Afghaanse ploeg, alleen de mannen tellen. „Op dit moment is er geen vrouwensport in Afghanistan”, aldus een woordvoerder van het sportdirectoraat. „Hoe kunnen vrouwen deel uitmaken van het Afghaanse team als er geen vrouwensport is?”
De Taliban zijn niet geraadpleegd over de afvaardiging en zijn ook niet welkom bij de Spelen, aldus het IOC. Maar het eerste deel is niet helemaal waar – een lid van het Afghaanse Olympisch Comité dat in tegenstelling andere leden van het bestuur nog in Afghanistan woont, heeft wel degelijk met de Taliban gesproken, over de mannen.
„Op dit moment” is er geen vrouwensport in Afghanistan – ik zou dus kunnen denken dat dat er op een later moment wél van zou kunnen komen, wat ik niet doe. Net als middelbaar en hoger onderwijs voor meisjes en vrouwen: voorlopig dicht, zeiden de Talibanse woordvoerders erbij, in afwachting van maatregelen om de islamitische beginselen en de scheiding tussen man en vrouw te waarborgen. Duizend dagen later is dat nog steeds niet gelukt.
De speciale VN-afgezant voor Afghanistan, Roza Otunbayeva, waarschuwde de Taliban een jaar geleden dat internationale erkenning van hun bewind „bijna onmogelijk” is tenzij ze meisjes en vrouwen toegang geven tot onderwijs en werk – dat eveneens verboden gebied is voor vrouwen, op gezondheidszorg na. Let op dat „bijna”.
De Taliban willen zéker erkenning, en zoals zo vaak is sport op weg daarheen een nuttig vehikel gebleken. Het IOC werkt dan niet mee, nu althans, maar de voetbalbond FIFA heeft geen enkele moeite met de aanwezigheid van Taliban-Afghanistan op het WK zaalvoetbal in september in Oezbekistan. De nationale ploeg kwalificeerde zich in april via een overwinning op Kirgizië. Officieel moeten sporters zich wel kleden volgens Taliban-islamitische normen, dat wil zeggen lange broek. Het winnende zaalvoetbalteam trekt zich daar niks van aan, zag ik op foto’s, en toch zijn er volgens mij geen voeten afgehakt. Zolang ze maar winnen.
Of cricket, waarmee de Taliban ambitieuze plannen hebben. Op het WK 2023 eindigde het Taliban-Afghaanse team op een ongekend hoge zesde plaats (met Nederland als tiende en laatste). Interessanter vind ik dat Afghanistan in strijd met de regels van de internationale cricketbond gewoon lid kan blijven zonder enige vorm van vrouwenteam thuis.
Terug naar die waarschuwing van VN-gezant Otunbayeva aan de Taliban wat ze moeten doen voor internationale erkenning. Nou, niet veel, maak ik op uit Doha-3, de derde internationale bijeenkomst van de VN over een politiek pad voorwaarts voor Afghanistan. 30 juni en 1 juli had die plaats. Voor Doha-1 waren de Taliban niet uitgenodigd, nummer 2, in februari, boycotten ze, maar dit keer kwamen ze. De prijs die ze vroegen én kregen was dat mensenrechten en de situatie van de Afghaanse vrouwen niet aan de orde zouden komen, en dat Afghaanse vrouwen en ngo’s niet aanwezig zouden zijn. Vrouwen zijn een interne zaak, zeiden ze.
Wel in strijd met resolutie 1325 van de VN-Veiligheidsraad uit 2000, die de rol van vrouwen in vredes- en veiligheidskwesties onderstreept.
Maar ach, wat kan het ook schelen, die vrouwen.
Carolien Roelants is Midden-Oostenexpert.
Source: NRC