Home

Tien jaar na MH17: ‘Elk jaar zes verjaardagen om te gedenken, en altijd weer 17 juli’

Ank Wals kwam terug van de supermarkt, toen ze op 17 juli 2014 hoorde van de ramp met de MH17, het vliegtuig waarin haar zoon met zijn gezin op vakantie was gegaan. ‘Bij elke kist dacht ik: Is dit mijn kind? Is dit mijn schoondochter, of een van mijn vier kleinkinderen?’

Ruim een uur is Ank Wals aan het vertellen op de bank bij het raam van haar woning in een Noord-Hollands dorp, als de ogen van de nuchtere tachtiger voor het eerst beginnen te tranen. Ze dept onder haar bril, biedt excuses aan, neemt een slok koffie en friemelt aan het horloge om haar linkerpols.

Ze vertelt hoe afschuwelijk het was, die dag in Eindhoven. 23 juli 2014 staat bij veel Nederlanders in het geheugen gegrift omdat live op televisie is te zien hoe de eerste slachtoffers van de ramp met de MH17 aankomen in Nederland.

De dan 73-jarige Wals woont die 23ste juli als nabestaande samen met haar familie, het kabinet, de koning en de koningin de ceremonie bij op de vliegbasis in Eindhoven. In de felle middagzon.

‘Het was zo verschrikkelijk. Echt zo veel kisten, vreselijk was dat. Er kwam geen eind aan.’ In anderhalf uur tijd worden uit twee vliegtuigen veertig kisten gedragen. Via de A2 en de A27 worden de slachtoffers in een stoet naar Hilversum gebracht, voor het forensisch onderzoek en de identificatie van de slachtoffers.

‘Bij elke kist die uit die vliegtuigen kwam, dacht ik: is dit mijn kind? Mijn schoondochter? Een van mijn vier kleinkinderen?’

Ank Wals heeft tot nu nooit in de media willen vertellen over ‘het drama met Jeroen’, zoals ze de ramp met de MH17 probeert te noemen. ‘Het is geen ongeluk, en aanslag vind ik een naar woord’, zegt ze. Wals verloor op 17 juli 2014 haar zoon Jeroen Wals, op dat moment 47 jaar oud, die met zijn vrouw Nicole Martens (43) en hun vier kinderen op weg was naar Maleisië voor een rondreis.

Het gezin woonde in het Brabantse Neerkant, ten oosten van Eindhoven, in een wit huis met een grote tuin in het centrum van het dorp, waar iedereen altijd mocht komen binnenwaaien. Jeroen was wetenschapper, hij werkte bij Philips. Nicole was orthopedagoog.

Reserves

De nabestaanden van Jeroen hebben de publiciteit altijd gemeden. Maar zijn moeder heeft erover nagedacht, ze wil voor een keer haar verhaal vertellen. Tien jaar is een lange tijd. Als ze de voordeur opent, geeft ze een hand en zegt resoluut: ‘Het moet geen trieste toestand worden vandaag.’

Ze zag haar zes familieleden de zondag voor de ramp voor het laatst, bij hen thuis. ‘Toen ik vertrok, zei ik: ‘Geniet ervan, hè jongens. En geen ruzie maken.’ Je weet toch hoe het kan gaan als je met een groot gezin op vakantie gaat? Dan wordt er weleens gekibbeld. Ik zie ze nog staan in de deuropening, zwaaiend, met z’n allen op een rijtje. Van groot naar klein.’

Precies in die volgorde worden Jeroen, Nicole en hun kinderen Brett (17), Jinte (15), Amèl (12) en Solenn (9) vervolgens in de dagen na 23 juli in Hilversum geïdentificeerd. ‘Dat ging vrij snel, want ze zaten helemaal achter in het vliegtuig. Dus ver weg van waar de inslag was geweest.’ Een horloge krijgen de nabestaanden terug, en een trouwring. ‘Ik heb nog gevraagd of ik ze mocht zien.’ Maar dat kon niet.

Deze week, tien jaar na de ramp, ging ze al naar Barneveld, waar de urnen van de zes familieleden op de begraafplaats staan. In Barneveld leerden Jeroen en Nicole elkaar kennen, bij de volleybalvereniging. ‘Ik kom er graag. Ze staan daar goed. Ik veeg een beetje, ik zet wat neer. Ik zorg dat het netjes is.’

Woensdag zal ze samen met de moeder van Nicole de zes volledige namen en leeftijden van hun familie voorlezen tijdens de jaarlijkse herdenking bij het MH17-monument in Vijfhuizen. Elk jaar is ze erbij. ‘We willen niet dat vreemden hun namen voorlezen.’ Ze is er in de dagen voorafgaand aan de 17de juli altijd wel mee bezig.

‘Wat als ik me verspreek? Of ik breek? De vorige keer brak ik bij Solenn, de laatste in de rij. 9 jaar oud was ze toen het gebeurde. Een kind met honderd plannen.’

Bij de laatste foto waar Ank Wals met haar man, hun twee kinderen, de aanhang en in totaal zes kleinkinderen op staan, zal ze vandaag een grote kaars aansteken.

Van het moment waarop ze hoort wat er is gebeurd, weet ze niet zoveel meer, zegt ze. Een vriendin van haar dochter Marieke, die dan in Oostenrijk op vakantie is, staat haar op te wachten bij de voordeur. Wals komt terug van de supermarkt in haar woonplaats, waar ze nog een praatje heeft gemaakt met een bekende. ‘Jeroen, Jeroen, Jeroen, schijn ik hier thuis te hebben geroepen.’ Naar Schiphol is ze die dag niet gegaan. ‘Nee, dat leek me afschuwelijk. Ik had daar niets te zoeken.’

Het is de dagen daarna een komen en gaan van mensen thuis. ‘We hebben heel wat koffie gezet.’

De kamer staat in de weken na 17 juli vol bloemen, tientallen bossen, overal bloemen. Ook zonnebloemen. ‘Die komen er hier nu niet meer in, hoor. Dat vind ik helemaal niets.’ Zonnebloemen, zoals in Oekraïne, op de plek waar de wrakstukken neerkwamen. Ook in Vijfhuizen staan ze. ‘Dat vinden sommige nabestaanden juist mooi. Maar ik niet.’

In de weken en maanden na de ramp rijgen de herdenkingen zich aaneen. Bij Philips, bij de uitvaart in Utrecht, bij de onthulling van een monument voor de familie, op 10 november 2014 tijdens de nationale herdenking in de Amsterdamse RAI, bij het planten van een boom in Neerkant.

‘We liepen van de ene naar de andere herdenking. Het hield maar niet op. Ook in de jaren erna. Zes verjaardagen, en altijd weer 17 juli. Daar kun je niet steeds voor bij elkaar komen, hoor. Dan ben je nergens anders meer mee bezig.’ Op de verjaardagen brandt ze daarom altijd een kaars.

De nabestaanden van de familie ruimen in het eerste jaar het huis van Jeroen en Nicole en de kinderen in Neerkant leeg. ‘Dat moest, het moest worden verkocht. Tig dagen zijn we er geweest. Het is een van de ergste dingen die ik ooit heb moeten doen. Wat je allemaal tegenkomt in zo’n huis. Mijn zoon was een echte wetenschapper, een rommelkont. En Nicole, die bewaarde ook alles. Dozen negatieven vonden we. Dat was Nicole ten voeten uit. En dan die kinderkamers. Het was om misselijk van te worden.

‘Een leven gaat door je handen. Alle dingen die de kinderen spaarden. Dat is zo persoonlijk. Dat kun je toch niet weggooien? Badeendjes, een hele rits badeendjes stond er bij eentje op de kamer. En dan alle kleding. We wisten echt niet wat we ermee moesten. Ik heb het uiteindelijk allemaal uitgezocht, gewassen en naar de kledingbank in Wormerveer gebracht.’

Het was het begin

Sinds ‘het drama’ is er een hoop verdriet bijgekomen in de wereld, vindt Wals. Elke dag – behalve in de dagen voorafgaand aan 17 juli – kijkt ze het Journaal. ‘Toentertijd was nog niet zo duidelijk waar ze precies overheen vlogen. Ik kijk elke dag met afschuw naar de oorlog in Oekraïne. Die oorlog hoort nu ook bij ons, in ons leven. Ik denk vaak aan de mensen in Oekraïne die het zo slecht hebben. Al die getraumatiseerde kinderen zonder vader. Al die dorpen die zijn verwoest. Verschrikkelijk.

‘Als ik al dat leed zie, denk ik: Poetin heeft mijn kinderen ook vermoord. Nu, tien jaar later, weten we dat dit pas het begin was. Dat is confronterend. Ik zou graag in mijn leven nog zien hoe het met hem afloopt.’

Want ook dat komt aan bod in het gesprek, meermaals. Het leven, en of het nog de moeite is eigenlijk, als je zo veel dierbaren hebt verloren. Die vraag wordt niet direct gesteld, ze begint er zelf over.

Haar man Jaap overleed in 2011 aan kanker. Net toen ze weer een beetje was opgekrabbeld, gebeurde het. ‘Het leven was waardeloos.’ Ze is blij dat hij niet heeft hoeven meemaken hoe het is een kind te verliezen.

Toch hangt ze aan het leven, vertelt ze iets later. ‘We maken er iets van. Er is nog genoeg om van te genieten.’ De Engelse les waar ze naartoe gaat. Een beetje rommelen in haar voortuintje. En haar dochter Marieke, met wie de band sinds het overlijden van Jeroen, Nicole en de vier kinderen nog hechter is geworden. ‘Zij zegt vaak: ‘Dit had ik met Jeroen willen bespreken.’ Die twee hingen soms lang aan de telefoon. Ik weet dat als ik ga, dat zij niemand meer overheeft van ons gezin.’ En dus gaan ze veel op pad samen, met haar schoonzoon en twee kleinzonen.

‘Ik praat niet zoveel met mijn kleinkinderen over hun neef en nichtjes of hun oom en tante. Dat kun je ze niet aandoen. We praten sowieso minder over ze, de laatste tijd. Het is ook al lang geleden. Ik zie het aan die twee jongens, die zijn zo groot geworden. Dus als ik de foto’s zie van de anderen denk ik vaak: dit zouden ze al niet meer zijn nu.

‘Voor mijn kleinzonen zou dat ook niet goed zijn, als we het er steeds over zouden hebben. Zij hebben recht op hun eigen leven. Maar ik zeg ze wel: ‘Je moet van het leven genieten.’

‘En dat doen ze hoor. En ik geniet zo ontzettend van die twee jongens en hoe ze zich ontwikkelen. Dat is het mooiste. Daar blijf ik graag nog een paar jaartjes voor hier. Ze rijden inmiddels allebei auto. Laatst waren Marieke en mijn schoonzoon in Frankrijk. Toen kwamen die twee jongens me halen: ‘Hup oma, kom jij maar achterin zitten.’ En daar gingen we, naar Frankrijk. Daar geniet ik dan heel erg van.

‘Dat is onze realiteit. Wij waren ooit met z’n twaalven en nu zijn er nog vijf over. Dus als we bij elkaar zijn, dan vinden we dat heel erg fijn. Wij zijn zuinig op elkaar.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next