De Europese Rekenkamer heeft stevige kritiek op het EU-beleid rond de productie van duurzame waterstof. De doelen die zijn gesteld voor 2030 zijn nergens op gebaseerd en bovendien onhaalbaar, denken de controleurs.
"Wij roepen op tot een realitycheck", zegt oud-minister Stef Blok, die namens de Europese Rekenkamer onderzoek deed naar de waterstofplannen. "De Europese Commissie moet nu de verdere strategie bepalen, in nauwe samenwerking met de lidstaten."
In 2020 stelde de Europese Commissie streefdoelen op voor de productie van groene waterstof, die met name moet helpen om de industrie te verduurzamen. In 2030 zou de Europese Unie al 10 miljoen ton van het groene gas moeten produceren en nog eens 10 miljoen ton moeten importeren uit het buitenland.
Mooie ronde getallen, maar volgens de Rekenkamer waren ze niet gebaseerd op gedegen onderzoek. Ze waren "ingegeven door politieke wil" en blijken inmiddels onhaalbaar. Zelfs de ambities van de EU-lidstaten - die lang niet allemaal op schema liggen - tellen niet op tot de benodigde hoeveelheid. Ook is er geen gezamenlijke EU-importstrategie voor waterstof.
Om de waterstofeconomie op te tuigen zijn honderden miljarden euro's aan investeringen nodig. Een groot deel daarvan moet gaan naar de nieuwe zonne- en windparken die nodig zijn om grote hoeveelheden elektriciteit op te wekken. Met die groene stroom kan uiteindelijk waterstof worden gemaakt. Dat is nodig om de CO2-uitstoot bij de productie van onder meer staal en kunstmest terug te dringen.
Maar momenteel is nog sprake van een kip-eiprobleem, zeiden experts eerder al tegen NU.nl. Industriële bedrijven die moeten verduurzamen vinden groene waterstof nog te duur en willen daarom geen langjarige contracten afsluiten. Waterstoffabrieken komen daardoor niet van de grond.
Dat is ook in Nederland het geval. Wel ziet de Europese Rekenkamer ons land als een van de vijf voorlopers op waterstofgebied. Na Spanje heeft Nederland het grootste aantal waterstofprojecten in voorbereiding, al gaat het vaak nog om plannen in een (zeer) vroeg stadium. Duitsland en Zweden hebben meer vergevorderde projecten.
Alleen Shell bouwt in Nederland al een grootschalige groene waterstoffabriek. Die komt in de Rotterdamse haven en moet helpen de uitstoot van de olieraffinaderij van Shell omlaag te brengen. Veel andere Nederlandse waterstofplannen hebben jaren vertraging opgelopen of zijn zelfs geannuleerd.
Volgens de Rekenkamer moet de Europese Commissie beter beoordelen hoe de productie van groene waterstof kan worden gestimuleerd, en hoe schaarse subsidiemiljarden worden ingezet.
Ook is een bredere visie op de zware industrie nodig. "Welke industrieën wil de EU behouden en tegen welke prijs?", is de vraag die volgens Blok moet worden beantwoord. Daarbij moet de EU ook voorkomen dat er nieuwe strategische afhankelijkheden ontstaan, bijvoorbeeld als de volledige staalproductie uit het continent verdwijnt.
De Europese Commissie zegt dat de ontwikkelingen rond groene waterstof zich nog in een "zeer vroeg stadium" bevinden en dat het daarom te vroeg is om te zeggen of dit een succesvolle markt wordt. Het is in ieder geval belangrijk dat de benodigde wetten en regelgeving inmiddels grotendeels af zijn, meldt de Commissie.
De waterstofproductie valt in 2030 nog tegen omdat het Europees Parlement en de EU-lidstaten de doelen voor het gebruik ervan in industrie en transport hebben afgezwakt, stelt de Commissie in een reactie op het rapport van de Rekenkamer. Tussen 2030 en 2050 wordt alsnog een forse groei verwacht.
Source: Nu.nl algemeen