Home

‘Kind van de tropen’ Wieteke van Dort bleef haar Indische achtergrond altijd uitdragen

Wieteke van Dort was als actrice en zangeres betrokken bij legendarische kinderprogramma’s van de Nederlandse tv. Haar leven lang droeg ze haar jeugd in Nederlands-Indië met zich mee, met als hoogtepunt haar creatie Tante Lien.

Ze droeg haar leven lang twee culturen in zich. Wieteke van Dort bracht haar jeugd door in Nederlands-Indië en werd gevormd door de voormalige kolonie en de cultuur aldaar. Toen Van Dort in 1957 met haar familie naar Nederland emigreerde, ging zij ook een prominente rol binnen de Nederlandse cultuur spelen.

Ook in Nederland zou Van Dort haar Indische achtergrond altijd blijven uitdragen. Zie haar beroemdste creatie: Tante Lien, een komisch personage dat decennialang een herkenbaar gezicht gaf aan de Indische cultuur in Nederland. In haar uitdossing met het grijze haar in een knot en het brilletje met de ronde glazen op haar neus, wist Van Dort altijd een lach op te wekken, maar scheen de tragiek van de Indische historie ook door.

Maandag is Van Dort op 81-jarige leeftijd overleden aan de gevolgen van kanker. Haar dood kwam een kleine week na die van haar echtgenoot, Theo Moody. Zijn uitvaart vond dinsdagmiddag plaats.

Over de auteur

Joris Henquet schrijft voor de Volkskrant over cabaret, stand-upcomedy en musical.

Aagje en Koen

Van Dort heeft als actrice, comédienne en zangeres een lange, succesvolle carrière achter de rug in het Nederlandse theater en op televisie. Ze was een sleutelfiguur in de ontwikkeling van de Nederlandse jeugdtelevisie. Met Willem Nijholt schitterde zij vanaf 1968 in de jeugdserie Oebele als het duo Aagje en Koen, twee volwassenen in het graafschap Oebele, waar kinderen de dienst uitmaken op het het dorpsplein.

Daarna volgden rollen in de De stratemakeropzeeshow (1972), in een beroemd geworden trio met Aart Staartjes en Joost Prinsen. In dit grensverleggende jeugdprogramma van de VARA speelde Wieteke onder meer een de deftige dame die per ongeluk die nog weleens een wind laat. Na de Stratemakeropzeeshow kwam J.J. De Bom voorheen de kindervriend (1979),waarin de problemen van kinderen werden behandeld met sketches en liedjes. Wieteke speelde hierin de altijd positieve maatschappelijk werkster Titia Konijn. Weer later was Van Dort betrokken bij de oprichting van het klassieke educatieve jeugdprogramma Het Klokhuis, waar zij onder meer de rollen van de marktkoopvrouw en die van koningin Beatrix voor haar rekening nam.

Opgevoed zonder haat

Van Dort werd op 16 mei 1943 geboren op Soerabaja en noemde zichzelf in een interview met de Volkskrant uit 2023 een ‘kind van de tropen’. Ze lichtte toe: ‘Ik heb de eerste veertien jaar van mijn leven gewoond in een groot huis in Soerabaja, met heel veel personeel van wie we hielden alsof het familie was.’ Van Dort heeft zelf nooit in een Jappenkamp gezeten, en zei daarover: ‘Ik ben thuis opgevoed zonder haat. Mijn moeder zei altijd: ‘Je moet de Japanners niet haten, en je moet ook de Indonesiërs niet haten, ook al hebben ze je vader vermoord.’

In haar vroege jeugd maakt Wieteke de tijd van de Bersiap mee, waarin Indonesische vrijheidsstrijders de aanval openen op de niet-Indiërs. Haar vader Theo van Dort geeft leiding aan de suikerfabriek in Soerabaja, en wordt in oktober 1945 gevangen genomen en later op het dorpsplein gefusilleerd. Wieteke hoort pas op latere leeftijd wat er met haar vader is gebeurd. Haar moeder heeft inmiddels een nieuwe man gevonden.

In 1957 zijn Wieteke en haar broertje Theo voor het eerst in Nederland, ze zijn met de familie op verlof. Precies in die tijd besluit president Soekarno in Indië om het buitenlands bezit in het land te nationaliseren. Alle Nederlanders zijn in één klap hun bezittingen kwijt. Van Dorts moeder en haar man blijven in Nederland te blijven en beginnen een makelaarskantoor in Den Haag.

Indische gewoontes

In het Nederland van de wederopbouw begint de creatieve Wieteke aan een nieuw bestaan. Ze krijgt interesse in toneelspelen en vertrekt naar de Toneelschool in Amsterdam. Later auditeert ze bij het ABC Cabaret van Wim Kan en Corry Vonk en ze wordt aangenomen. Er volgt een gloedvolle carrière waarin Van Dort uiteenlopende rollen speelt en liedjes zingt op muziek van o.a. Joop Stokkermans en Harry Bannink.

In de tijd van De Stratemakeropzeeshow wordt het personage Tante Lien uitgevonden. Het personage lijkt sprekend op de vele Indische dametjes die er sinds de jaren vijftig in Nederland zijn komen wonen. Ze zijn opgegaan in de Hollandse samenleving, maar houden daarin wel vast aan hun Indische gewoontes en gebruiken. Dit type weet Wieteke van Dort samen te vatten in het personage van Tante Lien.

Indisch zelfbewustzijn

Van Dort krijgt veel verzoeken om als Tante Lien in het land op te gaan treden. In 1978 krijgt Tante Lien bij de VARA haar eigen tv-programma: De Late Late Lien Show. Het programma is gesitueerd in een huiskamerdecor en zit vol met grappen, sketches, liedjes, verhalen vol heimwee naar het oude Indië. Meestercomponist Harry Bannink zit achter de piano in het programma, als onderdeel van het orkestje de Saté Babi Boys.

Tante Lien kreeg naast fanmail ook wel kritiek. Ze zou met een te overdreven Indisch accent praten en een Indisch cliché neerzetten. Maar Wieteke van Dort legde die kritiek naast zich neer en bleef tot op het hoge leeftijd optreden als Tante Lien, onder meer ook in verzorgingstehuizen. In haar biografie Kind van twee culturen, geschreven door journalist Hans Visser in 2018, vertelt ze dat Lien goed is geweest voor het zelfbewustzijn van veel Indische Nederlanders: ‘Ik heb gehoord dat we inderdaad met die shows voor het eerst kans zagen om de Indische gemeenschap van zijn schaamte af te helpen. De kijkers zagen dat het daar om veel meer ging dan alleen maar gezelligheid, koken en lekker eten.’

3 x beroemde liedteksten van Tante Lien

- ‘Arm Den Haag, dat is toch erg / Dat jij maar niet vergeten kan / De klank van krontjong en van gamelan / In het Indische restaurant gonst het gesprek van alle kant / Tempo doeloe, tempo doeloe, in dat verre verre land’ (uit het lied Arm Den Haag)

- ‘Geef mij maar nasi goreng met een gebakken ei / wat sambal en wat kroepoek en een goed glas bier erbij’ (Uit het lied Geef mij maar nasi goreng,)

- ‘Voor mijn oude tante Toetie is het leven weer een feest / Als zij een paar dagen op de Pasar Malam is geweest’ (uit het lied Op de Pasar Malam)

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next