Home

Een jaar geleden staken Jahid, Johir en Mehdi uit Bangladesh de zee over naar Italië, nu leven ze in een schemergebied

Italië kent de grootste gemeenschap van migranten uit Bangladesh in de EU. Jahid, Johir en Mehdi maakten een jaar geleden de oversteek uit Libië. Ze zijn, als veel migranten, beland in het gebied tussen wit en zwart werk.

In 2030 pas gaat hij voor het eerst terug naar Bangladesh, kondigt Jahid Hasan (20) nu al met een brede glimlach aan. ‘Mijn moeder wil dat ik langskom zodra het kan’, vervolgt hij schuldbewust. Maar de twintiger heeft andere plannen, vertelt hij terwijl hij met vrienden Johir Uddin (22) en Mehdi Hasan (24) door het park in San Giovanni Rotondo wandelt, waar ze op hun vrije dagen graag cricket spelen. ‘Als we genoeg mensen kunnen vinden’, legt Uddin uit, want de Afrikanen in het centrum spelen liever voetbal.

Over de auteur
Rosa van Gool is correspondent Italië, Griekenland en de Balkan voor de Volkskrant. Zij woont in Rome.

Het Zuid-Italiaanse dorp, vooral bekend als katholiek bedevaartsoord voor Padre Pio, herbergt drie asielzoekerscentra. In een daarvan wonen de jongens, samen met zo’n 250 anderen. Ze zijn er nu een jaar, sinds hun oversteek over zee uit Libië.

De Volkskrant ontmoette de jongens in mei 2023 op een reddingsschip, nadat ze net van een rubberbootje waren gehaald door medewerkers van Artsen zonder Grenzen. Ze zijn stuk voor stuk de oudste zonen uit straatarme gezinnen. Aanvankelijk vertrokken ze, met het vliegtuig en een werkvisum op zak, naar Libië voor een beter leven.

Ze zeggen oorspronkelijk nooit van plan geweest te zijn door te reizen naar Italië. Ze hadden toen nog geen idee dat het in Libië oorlog was, verklaart Johir Uddin. Het land is sinds de val van kolonel Khaddafi in 2011 verscheurd door burgeroorlog, die als nevengevolg had dat migratie vanuit Libië naar Italië een vlucht nam. Ook door zogeheten ‘secundaire migranten’, zoals de vele Bengalezen die in Libië komen werken.

Maar het grootste probleem is niet de burgeroorlog, die officieel in 2020 eindigde, maar de behandeling door de Libische bazen, vindt Mehdi Hasan. Op zijn telefoon laat hij een oude foto zien van een brandwond op zijn been. Veroorzaakt door zijn Libische werkgever, zegt hij, die heet water over hem heen gooide tijdens een ruzie over uitblijvende betaling.

Op het rubberbootje stappen was de enige manier om aan dat leven te ontsnappen. Nadat Artsen zonder Grenzen hen op de Middellandse Zee had gered, belandden de drie jongens in het asielzoekerscentrum, waar ze een jaar later nog altijd wonen, in afwachting van een trage en weinig kansrijke asielprocedure.

Meestvoorkomende nationaliteit op boten

Toch zijn hun dromen nog even springlevend als bij hun aankomst in Italië. Jahid Hasan telt zijn toekomstideaal stap voor stap op zijn vingers af: Italiaans leren, verder studeren, rijbewijs halen, een goede baan, zijn verloofde laten overkomen. Op zijn telefoon laat hij een foto van haar zien, gehuld in nikab: ook voor de vrijheid wil ze naar hem in Italië, zegt hij. Al was ze eerst een tijdje boos op hem, omdat hij haar niets had verteld over zijn vertrek.

Met hun komst naar Italië traden de jongens toe tot de grootste diaspora-gemeenschap uit Bangladesh in de EU. De precieze omvang ervan is moeilijk vast te stellen, omdat een groot deel van hen niet in het bezit is van geldige verblijfspapieren.

Volgens een rapport van de Italiaanse overheid waren er in 2022 ruim 150 duizend Bengalezen met een verblijfsvergunning in Italië. Eerder schatte de overheid van Bangladesh de aanwezigheid van hun staatsburgers in het land met 400 duizend een stuk hoger in.

Wat vaststaat, is dat een steeds grotere groep Bengalezen Italië bereikt zoals de drie vrienden hebben gedaan: via de gevaarlijke oversteek over de centrale Middellandse Zee vanuit Libië. De jongens waren drie van de 12.169 Bengalezen die vorig jaar op deze manier Italië bereikten.

Daarmee vormde de groep uit Bangladesh in 2023 zo’n 8 procent van het totale aantal aankomsten over zee. Dit jaar is Bangladesh zelfs, net als in 2022, met afstand de meestvoorkomende nationaliteit op de bootjes met 4.839 personen, goed voor ruim eenvijfde van alle zee-aankomsten in Italië.

Dat is weinig verbazend, omdat ook de trek van Bangladesh naar Libië populair blijft. Bangladesh is met een gemiddeld inkomen van volgens het IMF 2.646 dollar per jaar een van de armste landen ter wereld. Libië is voor mensen uit Bangladesh, samen met de Golflanden, een relatief makkelijke bestemming om een werkvisum voor te verkrijgen.

Ook heeft Bangladesh de laatste jaren vanwege klimaatverandering steeds vaker te maken met overstromingen. Die bemoeilijkten het boerenbestaan van zijn vader nog verder, vertelt Johir Uddin, die uit de regio Noakhali komt, dicht bij de zee. ‘Hij heeft uiteindelijk zijn enige koe verkocht, om mijn overtocht te betalen.’

Mini-supermarkten en horecawerk

In de grote steden maken Bengalezen een vast onderdeel uit van het straatbeeld. Wie nog even snel een fles wijn wil halen of er ’s avonds laat achterkomt dat het wc-papier op is, prijst zich in Rome gelukkig met de zogeheten bangla: een van de duizenden door Bengalezen geleide mini-supermarktjes met ruime openingstijden, die op elke straathoek te vinden zijn. Er bestaan zelfs apps waarop de gebruiker de dichtstbijzijnde bangla kan zoeken. Ook in de restaurantkeukens van grote steden staan veel mensen uit Bangladesh, die er werken als afwasser, hulpkok of chef.

Ze zijn nu niet meer weg te denken, maar hun aanwezigheid is een relatief recent fenomeen. De eerste – enkele honderden – Bengalezen kwamen eind jaren tachtig naar Rome, waarna de gemeenschap vooral in de jaren negentig snel groeide. Bangladesh is de laatste decennia veranderd in een van de grootste emigratielanden ter wereld. Miljoenen Bengalezen sturen geld vanuit het buitenland naar huis. Volgens cijfers van de VN ontving het land in 2023 bijna 22 miljard dollar aan zogeheten remittances, ongeveer 5 procent van het bruto binnenlands product.

Voor de Bengalese migrant leiden meerdere wegen naar Italië. Een tijdelijk werkvisum is de veiligste route, maar moeilijk te verkrijgen. De andere weg is de route over zee, via Libië. Dat land verstrekt ruim werkvisa aan Bengalezen, die er dus relatief eenvoudig per vliegtuig heen kunnen reizen en er meestal ook echt aan het werk gaan. Soms met de intentie te blijven, maar ook migranten uit deze groep besluiten vanwege de uitbuiting en onveiligheid in Libië vaak na een aantal maanden, of zelfs jaren, om de oversteek naar Italië te wagen.

In Italië is het beter werken, kunnen de twintigers beamen. Al laat ook het beloofde EU-land in de praktijk veel te wensen over. Als asielzoekers in afwachting van een beslissing mogen de jongens officieel maximaal vier uur per dag werken, vertelt Francesco Mirarchi, directeur van het asielzoekerscentrum waar de jongens verblijven. ‘Allemaal wit en legaal’, benadrukt hij bij een espresso, in de drukbezochte koffiebar van San Giovanni Rotondo.

Maar, vertellen de jongens later in het park, als de directeur uit zicht is: in praktijk maken ze veel meer uren. Johir Uddin laat zijn loonstrookje als afwasser zien: op papier ziet het er inderdaad legaal uit en krijgt hij 880 euro bruto voor 88 uur werk in de maand – voor Italiaanse begrippen geen extreem laag uurloon. ‘Maar ik werk veel meer’, zegt Uddin. Op zijn telefoon typt hij in de rekenmachine in: 26 keer tien, 260 uur per maand.

Alle drie de jongens stellen dat hun bazen, in drie horecatenten, hen veel uren laten overwerken en hun daarvoor wat extra contanten geven. Ook zeggen ze veel langere dagen te maken dan hun Italiaanse collega’s en slechter te worden betaald. De Volkskrant heeft de verhalen niet voorgelegd aan hun werkgevers, omdat de jongens voor hun baan vrezen.

Maar hun verhalen klinken in de context van de Italiaanse arbeidsmarkt niet ongewoon. Zwart werk is een algemeen bekend probleem, en de horecasector is – samen met de landbouw – berucht als een van de plekken waar onbetaald overwerk en uitbuiting zeer gebruikelijk zijn.

Weg naar een verblijfsvergunning

De meeste migranten uit Bangladesh, en andere als veilig beschouwde landen, zijn veroordeeld tot dit schemergebied tussen wit en zwart werk. Ze tolereren de omstandigheden niet alleen omdat ze geld moeten verdienen of hun rechten niet kennen, maar ook omdat het werk een weg naar een (tijdelijke) verblijfsvergunning kan bieden.

De jongens zijn alle drie in eerste aanleg afgewezen voor asiel, maar daartegen in beroep gegaan. Ze zijn nu in afwachting van de beslissing over het beroep, legt directeur van het asielzoekerscentrum Mirarchi in de koffiebar uit. De regering-Meloni scherpte begin 2023, kort voor hun aankomst, de richtlijnen voor de beoordelingscommissies van asielaanvragen aan. Daardoor konden zij migranten niet langer in een tussencategorie van ‘speciale bescherming’ stoppen.

Daar belanden mensen die niet in aanmerking kwamen voor een vluchtelingenstatus op grond van het internationaal recht, maar voor wie de lokale beoordelingscommissie wel ‘serieuze redenen van humanitaire aard’ zag om iemand niet uit te zetten; bijvoorbeeld gezondheidsproblemen, de afwezigheid van familiebanden in het land van herkomst of natuurrampen. Vooral op die laatste grond kregen Bengalezen de afgelopen jaren soms zo’n tijdelijke verblijfsvergunning.

Toch zal het veranderde beleid de uitkomst voor deze jongens niet veranderen, verwacht Mirarchi. ‘De lokale rechtbanken kennen in hoger beroep nog steeds speciale bescherming toe’, zegt hij. Het resultaat is dus hetzelfde als vroeger, zegt hij, maar de procedure duurt langer.

De rechtbank neemt dat besluit onder meer op basis van bewijs van integratie; wie werkt en enigszins Italiaans spreekt, maakt grotere kans. Volgens de directeur hebben zo al 125 jongens in zijn centrum zulke verblijfspapieren voor twee jaar gekregen. Daarna kan verlenging volgen, of belanden de migranten weer in het grote grijze gebied, hopend op een tijdelijk werkvisum dat verbonden is aan een baan. Wie het lukt om vijf jaar regulier in Italië te verblijven, kan daarna een vergunning voor onbepaalde tijd krijgen.

Dat is ook het pad waarop Jahid Hasan zijn zinnen heeft gezet. Zodra hij zijn eerste papieren heeft, wil hij doorreizen naar Milaan, waar een vriend van hem woont. Ook de vriend werkt in een restaurant, maar hij verdient beter, zegt Hasan. Ook Mehdi is van plan naar het noorden te gaan zodra hij papieren heeft, naar vrienden in Bologna. Johir Uddin weet het nog niet, hij heeft behalve de twee andere jongens geen vrienden in Italië. ‘Wel veel in Bangladesh’, zegt hij snel.

Maar eerst is het uitkijken naar een datum voor het hoger beroep. Tot die tijd wachten de jongens geduldig af in San Giovanni Rotondo. Ze hebben er samen ramadan gedaan, Suikerfeest gevierd en het katholieke heiligdom van Padre Pio bezocht, laten ze enthousiast zien op hun telefoon.

Ondertussen leren ze af en toe wat Italiaans – al liggen de lessen nu al een tijd stil – en hebben ze Italiaanse aliassen geadopteerd voor op hun werk: Johir heet er Giulio, Jahid is Gianni, vertelt hij met een brede grijns. Italië mag verre van perfect zijn, maar spijt van hun oversteek hebben de jongens tot nu toe niet. Wat ze het fijnste vinden? De Italiaanse cultuur, zegt Mehdi Hasan meteen. Want ondanks het harde werk is het beter dan wat hij in Noord-Afrika gewend was. ‘Mensen zijn blij, niet altijd boos zoals in Libië.’ Ja, zegt Jahid Hasan instemmend: ‘In Italië is het sempre party.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next