Het voelde gedurfd, de deur uit zonder telefoon. Een vreemd soort onzeker of ontredderd, alleen keerde ik dit keer niet meteen om. Kort na elkaar had ik twee mensen horen uitleggen waarom ze leven zonder smartphone en ineens zag ik mezelf. Op mijn phone in de metro, met phone koken, wandelen, autorijden, was sorteren – podcast aan en, helemaal stom – hoe vaak had ik de kinderen gezegd laat je hersens toch lekker uitwasemen – met telefoon in de badkamer.
Je mag jezelf wijsmaken autonoom te zijn, maar als een foetus aan een navelstreng vastzitten aan een iPhone doet daar afbreuk aan. Het is hip om je een ‘soeverein’ te noemen, maar echte soevereiniteit begint met afkicken van een smartphoneverslaving.
Over de auteur
Marcia Luyten is journalist en columnist van de Volkskrant. Luyten presenteerde Buitenhof en werkte zes jaar in Afrika. Ook schreef ze onder meer Het geluk van Limburg en de biografie Moederland, de jonge jaren van Máxima Zorreguieta. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant.
De paradox is pijnlijk. Hoe meer technologie om tijd te besparen, hoe minder tijd ik heb. Het gemak is ongekend. Ik bestel, betaal, parkeer, ik trein, fotografeer, reserveer en agendeer, ik check nieuws, files en het weer, bel al rijdend met moeder of de researcher in Brazilië en stuur verwoed append mijn sociale leven aan. Uren, dagen, nee weeeken zou ik op een jaar moeten winnen om boeken te lezen, maar ik voel me gehaast en gejaagd.
Willem Schinkel, socioloog en filosoof aan de Erasmus Universiteit, schreef over zijn leven zonder mobiel het boekje Aphonismen. Zijn grootste bezwaar tegen de alomtegenwoordigheid van Apple en Android is dat buitenlandse, commerciële infrastructuur bepalend is voor alles wat we doen. Zonder smartphone is het lastig om belasting te betalen, want DigiD is nodig om je te identificeren.
Dat gevaar is er zeker, maar mij gaat het vooral om wat de phone doet met onze binnenwereld. Die verpietert, verschrompelt. Bijna alle apps plaatsen ons voortdurend in een buitenwereld. Hoe zijn weer, verkeer en Donald Trump? In onze hersenen prikkelen sociale media het beloningssysteem, daar zijn ze op ontworpen. Click, swipe, shotje dopamine. Appje, shot, reactie, shot, like, hartje, heel veel dopamine. Het blijkt zo verslavend als alcohol en drugs.
In Frankrijk sloeg Le Monde alarm met een reportage uit een kinderziekenhuis. Daar komen ouders met peuters die niet praten, die ook verder geen contact meer maken. Wezenloos neuriën ze deuntjes uit de series en apps waar ze zes uur per dag naar kijken. Een gevaar voor de volksgezondheid, zei de kinderarts. In Nederland kampen steeds meer jongeren met burn-out en depressie.
Leven in een telefoon sluit me af van de binnenwereld die de mens zozeer mens maakt. Daar loopt geen klok, maar de tijd van de ziel. En die innerlijke tijd kan vliegen of stilstaan, soms is een moment tijdloos. Filosoof Joke Hermsen schrijft mooi over die strijd tussen de tijden – tussen de lineaire chronos en de innerlijke kairos.
De hoogoplopende polarisatie in politiek en samenleving staat niet los van die dwingende buitenwereld en de verwaarloosde ziel. De zucht naar dopamine drijft ons richting extremen. Hermsen: ‘Het overbruggen van tegenstellingen geeft een thuisgevoel – of dat nu de tegenstelling ik-ander is, innerlijk-uiterlijk of mens-natuur.’ Alles wat die tegenstelling even opheft, geeft volgens Hermsen ‘een heimisch gevoel’. Dat lukt alleen met rust en ruimte voor die binnenwereld. Daarom dat phoneloos lummelen zo gezond is. Daarom ervaren mensen geluk in de natuur.
Mijn nieuwe jaar begint in de zomervakantie. Dit jaar is dat: ontkoppeld. Telefoon uit, laptop (misschien?) thuis. Boeken en kaartspel mee. En lopen, lopen door bergen en bossen, op het ritme van het gemoed.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant