Afgelopen week stuurde een kennis me een onderzoek waarin werd geclaimd dat dankbare mensen langer leven, een lager cholesterol bezitten en ook nog eens een verminderde kans hebben op lichamelijke en mentale aandoeningen. Ik kauwde even op wat ze nou precies met dat bericht probeerde te zeggen. Dat mijn hoge cholesterol lag aan ondankbaarheid, in plaats van aan mijn gewoonte om te ontbijten met kaasstengels?
Toen ik doorklikte, bleek het te gaan om een steekproef naar het verband tussen dankbaarheid en levensverwachting, gehouden onder vrouwelijke Amerikaanse verpleegkundigen. Allen hadden de pensioenleeftijd bereikt, maar goed, zoiets lukt je natuurlijk niet alleen door dankbaar te zijn. Het hangt ook samen met een sociaal vangnet, een sterk gestel en de afwezigheid van oorlog. Daarnaast kwam de vraag op wat er eerder was: het lange leven, of de dankbaarheid. Voor hetzelfde geld waren de dames dankbaar omdat ze zo oud waren geworden, en niet andersom.
Het raakte me, omdat ik me ooit flink bezig hield met dankbaarheid. Elke dag schreef ik op waar ik blij mee was. Even hielp dat om de zonzijde weer te zien, tot ik door kreeg dat ik dingen tegen elkaar afstreepte. Zo van: jammer dat de btw op kranten en tijdschriften wordt verhoogd door een club die niet zoveel opheeft met journalistiek speurwerk en/of tegenstemmen, maar hé, maar wat hadden we vanavond een mooie zonsondergang.
Niet alleen was ik appels met peren aan het vergelijken, ook daagde langzamerhand het besef dat een nadruk op dankbaarheid het zwaartepunt legde op de eigen blik, en dus op de eigen verantwoordelijkheid. Voel je je belabberd? Dan ben je gewoon niet dankbaar genoeg. Het ligt aan jou, en niet aan een systeem waarin de kloof tussen mensen met een comfortabel leven en degenen met een minder leuk bestaan met de dag toeneemt.
Natuurlijk is er niets mis met het tellen van je zegeningen. Het heeft mij een tijdlang rust gebracht, en nog steeds sta ik aan het eind van elke dag stil bij het feit dat ik leef in een relatief veilig land, een dak boven mijn hoofd heb en dol ben op mijn werk.
Maar toch. Een overdreven nadruk op dankbaarheid kan er ook voor zorgen dat je je maar neerlegt bij de onredelijker kanten van het bestaan. Waardoor je, als je niet uitkijkt, op de lange termijn steeds meer neigt naar verdragen, in plaats van veranderen.
Naar ondergaan, in plaats van bevechten.
Source: NRC