Home

Het succes van carrièrebondscoach Luis de la Fuente is het succes van de Baskische jeugdfilosofie

Dat Spanje na twaalf jaar weer een grote prijs pakt is voor een groot deel te danken aan bondscoach Luis de la Fuente (63). Hij coachte nooit een grote club, maar drukt al jaren een stempel op het Spaanse voetbal.

Bondscoaches klagen weleens hoe kort ze hebben om een samenhangend team te smeden. Er is meestal maar een paar dagen tijd om spelers uit verschillende teams in verschillende competities met verschillende speelstijlen op dezelfde tactisch coherente manier te laten voetballen. Bij een eindtoernooi is die voorbereiding een paar weken.

Dat probleem kent ook bondscoach Luis de la Fuente van Spanje. Het werkt echter in zijn voordeel dat De La Fuente en zijn spelers samen tot wasdom zijn gekomen; meer dan de helft van het Spaanse team dat zondag de Europese titel pakte, heeft De la Fuente al eerder onder zijn hoede gehad.

Over de auteurJoram Bolle is nieuwsverslaggever van de Volkskrant.

Eigengereid

Met speler van het toernooi Rodri, keeper Unai Simón en middenvelder Mikel Merino pakte De la Fuente de Europese titel in 2015 voor teams onder de 19. In 2019 wonnen ze de titel onder de 21, met middenvelders Fabián Ruiz en Dani Olmo en aanvaller Mikel Oyarzabal. Met zeven van de 26 spelers uit het huidige seniorenteam behaalde De la Fuente drie jaar geleden olympisch zilver in Tokio. Ze zijn dus allemaal bekend met zijn aanpak.

Die laat zich het beste samenvatten als team boven individu. Als een grote naam geslachtofferd moet worden in het belang van de ploeg als geheel, kent De la Fuente weinig twijfel. Zo weerstond hij de roep om recordinternational Sergio Ramos opnieuw te selecteren.

Real Madrid-middenvelder Dani Ceballos hoeft niet meer op een plekje te rekenen na ruzie met Barcelona-middenvelder Gavi, hoewel Ceballos een van zijn favoriete spelers was onder de 21. Ook toen Gavi geblesseerd af moest haken voor het EK, veranderde De la Fuente niet van gedachten.

Baskische basis

Hofleverancier van Spanje is het Baskische Real Sociedad, met vijf spelers in de selectie. En dan waren er ook nog drie spelers van Athletic Bilbao, die andere grote Baskische club. Die spelers bleken van doorslaggevend belang. In de finale scoorde Bilbao-speler Nico Williams de 1-0 en Sociedad-aanvaller Oyarzabal als invaller de winnende 2-1. Ook keeper Simón, verdedigers Laporte en Le Normand en invallers Merino en Zubimendi hebben (voetballende) roots in Baskenland.

Daar begon het voor De la Fuente zelf ook. Hij komt uit wijnstreek La Rioja, pal aan de grens met Baskenland. In zijn jeugd werd hij gescout door Athletic Bilbao, dat van oudsher alleen Baskische spelers of spelers uit de directe omgeving in dienst heeft. In iets mindere mate geldt die regel ook voor Real Sociedad. Kritiek is er op het Baskische nationalisme dat daaronder schuilgaat. Bovendien snijden de clubs zichzelf in de vingers, omdat ze maar in een beperkte vijver vissen.

Er was een tijd dat de Baskische clubs konden tornen aan de suprematie van Real Madrid en Barcelona. Met De la Fuente als linksback werd Bilbao in 1983 en 1984 kampioen van Spanje, de laatste keren dat het Baskenland een kampioen leverde.

Grote familie

De Baskische opleidingsfilosofie is er een die loyaliteit en eenheid onder spelers bewerkstelligt. Het zijn kernwaarden waar ook de sociaal vaardige De la Fuente veel voor wordt geprezen. ‘Ik denk dat hij een familie heeft gebouwd’, aldus wisselspits Joselu tegen The Athletic. Om dat gevoel te benadrukken, liet hij in jeugdteams de echte familie van de spelers motiverende video’s opnemen.

De staf maakt ook onderdeel uit van de familie. Na elke interlandperiode stuurt De la Fuente een persoonlijk berichtje aan iedereen die bij het Spaanse team betrokken is, van assistent tot beveiliger, om ze te bedanken voor hun werk. De Spaanse staf beschrijft tegenover The Athletic het enorme plezier in de ploeg. Meer nog dan in 2008, toen Spanje ook kampioen werd.

Bovendien bevordert de Baskische aanpak het doorgroeien van eigen jeugd, ook naar het nationale team: de traditionele Spaanse top leidt veel meer buitenlands toptalent op.

De la Fuentes carrière als coach begon bij kleine clubs in het Baskenland, waarna hij het tweede team van Athletic Bilbao trainde. In 2013 werd hij coach van het nationale team onder 19. Bondsvoorzitter Ángel María Villar, geboren in Bilbao en ooit ploeggenoot van De la Fuente, stelde hem destijds aan. De la Fuente boekte succes na succes en klom op naar steeds een hoger jeugdteam.

Minder balbezit

Niemand zag hem echter als logische opvolger van bondscoach Luis Enrique na het mislukte WK van 2022. Nooit bij een topclub gespeeld, nooit bij een topclub getraind. Maar hij was beschikbaar, in tegenstelling tot een Spaanse toptrainer als Pep Guardiola.

Weinigen zagen Spanje voor dit EK als favoriet. De la Fuente is geen tactisch genie of groot vernieuwer, maar nam wel afscheid van het tiki-taka-fetisjisme dat tot veel balbezit leidde en weinig goals. Met directer spel naar voren en, voor het eerst sinds 2008 in sommige wedstrijden minder balbezit dan de tegenstander, scoorde Spanje erop los.

En dat zonder spelers die er ver bovenuit staken of echt uit de toon vielen. Spanje heeft goede voetballers, maar niet de absolute wereldsterren als vroeger, zoals Iker Casillas, Carles Puyol, Xavi en Andrés Iniesta. Nog niet. De jeugd, de 17-jarige Lamine Yamal voorop, moet daarom de kar trekken. Precies de omstandigheden waar De la Fuente onder gedijt.

3 x Luis de la Fuente

De La Fuente steunde lang de in opspraak geraakte bondsvoorzitter Luis Rubiales, die een speelster ongevraagd kuste. Hij applaudisseerde uitgebreid bij een beruchte speech waarin Rubiales weigerde op te stappen, maar later bood De la Fuente daar excuses voor aan.

Volgens De la Fuente slaapt hij maar drie tot vijf uur per nacht. Tijdens het toernooi zou hij dagelijks tussen 09.00 uur en soms 04.00 uur bezig zijn geweest met trainen en met het voorbereiden van wedstrijden.

Hij is populair onder Spaanse conservatieven. In een interview vorig jaar zei De la Fuente dat hij ‘trots is om Spaans, katholiek, en een fan van stierenvechten’ te zijn.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next