Home

Laat fabrikanten betalen voor elk niet-ingezameld blikje of plastic fles, dan wordt groen gedrag lonend

Een kwart van alle flessen en blikjes wordt niet ingezameld, het zou goed zijn als bedrijven de pijn daarvan gaan voelen.

Grote fabrikanten van consumentenproducten zoals Nestlé en Unilever bezweren dat ze graag bijdragen aan een duurzame wereld door hun verpakkingen zoveel mogelijk herbruikbaar of afbreekbaar te maken, maar voorlopig gaat het niet van harte.

In navolging van Unilever besloot ook Nestlé eind vorige week zijn doelstellingen omlaag te schroeven. Door de definitie te veranderen, kan het bedrijf de wereld ineens vervuilen met een extra hoeveelheid plastic van 280 duizend ton, wat neerkomt op dertig Eiffeltorens.

Op dezelfde dag kwam de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) met een dreigement. Als de verpakkende bedrijven, zoals ze officieel heten, er niet snel in slagen om de afgesproken hoeveelheid flesjes en blikjes in te zamelen, dreigen dwangsommen tot 300 miljoen euro. De ILT karakteriseerde het gedrag van de bedrijven als ‘meestribbelen’. Er werden wel inzamelpunten geopend, maar lang niet voldoende.

Het laat eens te meer zien dat niet kan worden vertrouwd op de goede intenties van de bedrijven. Als puntje bij paaltje komt kijken de bedrijven – en vooral hun aandeelhouders – alleen naar de winst en de beurskoers die daar een reflectie van is. Sommige aandeelhouders zijn ook geïnteresseerd in de winst op de lange termijn en juichen duurzaamheid dus toe, maar vooralsnog vormen die een kleine meerderheid.

Bedrijven komen pas echt in beweging als groen gedrag direct winstgevend wordt. Dat is eerder al gebleken bij de aanpak van de CO2-uitstoot. Pas toen via een emissiehandelsysteem een waarde – of eigenlijk een kostenpost – werd toegekend aan de uitstoot van broeikasgassen, gingen bedrijven actief de uitstoot beperken.

Statiegeld is ook een vorm van emissiehandel, alleen loopt die niet via de fabrikanten van de blikken en flesjes, maar via de consumenten. Die betalen voor de vervuiling van het milieu, tenzij ze hun blikje of flesje netjes inleveren.

Het statiegeld (15 cent voor blikjes tot 25 cent voor plastic flessen) blijkt vooralsnog een te zwakke prikkel. Een kwart van alle flessen en blikken belandt alsnog in de vuilnisbak. Dat is fors meer dan de 10 procent die is afgesproken.

Zonder alle Nederlanders die vuilnisbakken omkeren of die doorvlooien op zoek naar statiegeldhoudende verpakkingen zou dit percentage nog hoger zijn.

Voor bedrijven is het helemaal niet erg als de statiegeldverpakkingen niet terugkomen, integendeel. Ze verdienen er geld aan, omdat ze het statiegeld in eigen zak mogen houden en geen kosten hoeven te maken om de verpakkingen te hergebruiken.

Om ervoor te zorgen dat bedrijven sneller in actie komen, moeten ze direct pijn lijden als hun verpakkingen niet worden hergebruikt. Dat kan het best door hen te belasten voor elk niet-ingezameld blikje of fles.

Dit systeem zou vervolgens ook uitgerold kunnen worden naar andere producten – alle plastic verpakkingen – en industrieën, zoals de kledingindustrie. Er moet uiteindelijk een prijs staan op elke vorm van (milieu)vervuiling. Zolang die prijs er niet is, zijn recycling en hergebruik eenvoudigweg te onaantrekkelijk.

Zo’n prijs zal het onaantrekkelijk maken om productinnovaties te bedenken die de milieuvervuiling enorm doen toenemen, zoals de vermaledijde aluminium nespressocupjes.

Bedrijven zullen die prijs vanzelf doorrekenen aan de consument waardoor die hopelijk geprikkeld wordt minder te consumeren, want dat is nog steeds de beste remedie tegen milieuvervuiling. Hoe hoger de prijs van frisdrank, hoe groter de kans dat Nederlanders zich voortaan vaker te goed zullen doen aan het onvolprezen Nederlandse kraanwater.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next