‘Gezellig’ geldt als een Nederlands woord zonder synoniem in andere talen. Er zijn Nederlanders die trots putten uit deze onvertaalbaarheid. Voor anderen schuilt de uniciteit van onze taal in haar harde g-klank. Mijn ouders zeggen bijvoorbeeld ‘sckool’ in plaats van ‘school’. Het keelschrapen is inderdaad bijzonder als je het niet van huis uit hebt meegekregen. Voor mij is het grootste wapenfeit van het Nederlands echter het rijmen van ‘zorgen’ op ‘morgen’.
Het maakt de uitdrukking ‘zorgen zijn voor morgen’ mogelijk. Een spreuk die een laconieke berusting vangt, de nuchterste melancholie. Zonder wanhopen last en leed aan de toekomende tijd delegerend. Noem mij een taal die dit even klinkend nadoet. Toe maar, ik wacht. Ondertussen denk ik zelf: sorrow rijmt toch ook op tomorrow? Die gedachte schuif ik snel terzijde, want zonder mijn medewerking verovert het Engels al genoeg terrein in Nederland.
Mijn zorgen over de verengelsing van de Nederlandse taal zijn zowel professioneel als persoonlijk. Als schrijver krimpt mijn afzetmarkt als de jonge mensen die nog lezen dat steeds vaker in het Engels doen. En met voorouders die eens het Britse imperiale juk bevochten, kan ik niet stilzitten terwijl nu dit thuisland door het Engels wordt gekoloniseerd.
In 2019 droeg ik bij aan de essaybundel Against the English. Ik betoogde dat Ghanese inburgeraars rolmodellen kunnen zijn voor de herwaardering van het Nederlands, omdat niemand trotser het Wilhelmus meezingt dan zij aan het einde van hun naturalisatietraject. Verder lees ik Engelstalige boeken in hun Nederlandse vertaling, en geef ik de voorkeur aan continentaal-Europese literatuur boven Angelsaksische boekentrends.
Mijn literaire rolmodel Fernando Pessoa schreef eens: ‘Ik heb geen enkel politiek of sociaal gevoel. Op een bepaalde manier heb ik echter wel een groot patriottisch gevoel. Mijn vaderland is de Portugese taal.’ Nu maak ik zelf meestal wél gebruik van mijn stemrecht, en ben ik meestal niet asociaal; evengoed, als ik iemand ‘good vibes’ hoor zeggen waar hij ‘gezelligheid’ bedoelt, dan brult en bijt ook deze Leeuw van Oranje.
Dat terwijl het Nederlands niet de taal is waarin mijn moeder voor mij bidt en waarin mijn vader me van raad voorziet. Hun ouderlijke inspanningen resulteerden tien zomers geleden in mijn vwo-diploma. Tijdens de uitreiking werd opgemerkt hoe knap het eigenlijk was dat ik (zo) goed Nederlands sprak. Persoonlijk vind ik dat je mag verwachten dat een schoolsysteem kundige taalbeheersers aflevert, ongeacht hun thuistaal.
Maar dit ging dieper: juist door al het Nederlands in mijn mond rolt mijn moederlandse Twi niet lekker van mijn tong. En juist mijn Ghanese vader lag ten grondslag aan mijn Nederlandse taalpatriottisme. Vroeger bracht hij na werkdagen de gratis kranten Metro en Spits mee naar huis, zodat ik eruit kon (voor)lezen. Vandaag koop ik speciaal voor mijn vader de Volkskrant en hoop ik dat hij hardop leest: ‘zorcken zijn voor morcken’.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant