De improvisaties van pianist Sylvie Courvoisier zijn subtiel, spannend, maar ontsporen nergens; saxofoonlegende Charles Lloyd (86) houdt ’s avonds de tjokvolle Hudson-zaal in zijn greep.
Ook dit jaar is het aanbod aan wat we maar even echte jazz noemen het aantrekkelijkst op zondag, de derde dag van North Sea Jazz in Rotterdam. Het programma is zelfs zo vol met interessante, belangwekkende namen dat het ondoenlijk is alles te zien. Keuzestress dus voor wie van spannende, vernieuwende én traditionele jazz van gevestigde namen houdt.
’s Middags is er meteen al een probleem. De Zwitserse pianist en componist Sylvie Courvoisier maakte eind vorig jaar het bedwelmend mooie album Chimaera, met een stel gerenommeerde muzikanten die je zelden samen hoort. Die band, bestaande uit onder anderen de trompettisten Wadada Leo Smith en Nate Wooley naast drummer Nasheet Waits en gitarist Christian Fennesz, is zondagmiddag gewoon live te zien.
En dat is nog mooier dan het op papier voor liefhebbers van avant-garde lijkt. Bij een eenvoudig repeterend thema voert Courvoisier haar mannen aan in improvisaties die altijd subtiel zijn en nergens ontsporen, zonder dat dit de spanning wegneemt. Het is alleen al bijzonder om te zien hoe beide trompettisten elkaar sturen en volgen, zeker wanneer ze een minuutje alleen samen te horen zijn.
Courvoisier bouwt haar deels strak gecomponeerde en deels vrije stukken van Chimaera zonder moeite uit tot een half uur, maar geen moment is opstaan en weglopen een optie. Zelfs niet als je weet dat elders op het festival bassist Christian McBride samen met saxofonist Joshua Redman een duoconcert geeft. Redman was zaterdag met zijn eigen band al zo goed in vorm, maar die heb je al gezien, stel je jezelf dus maar gerust.
Nog zo’n luxeprobleem doet zich ’s avonds voor als saxofonist Charles Lloyd – met zijn 86 jaar een van de grote jazzlegendes op deze editie van North Sea Jazz – een tjokvolle Hudson-zaal in zijn greep heeft. Hij wordt begeleid door het gezelschap met wie hij eerder dit jaar een van zijn betere albums afleverde: The Sky Will Still be There Tomorrow. De klank uit zijn tenor lijkt mooier en rustiger dan voorheen, maar dat kan ook komen door het vangnet dat pianist Jason Moran en bassist Larry Grenadier hem bieden.
Als Lloyd er halverwege even bij gaat zitten, is het moment daar om naar een van zijn jonge vakgenoten te gaan. Saxofonist James Brandon Lewis speelt met trompettist Dave Douglas in een lekker schurend, dwars jazzkwartet. Wat klinken hun dwarse bewerkingen van Billy Strayhorn-stukken verfrissend. James Brandon Lewis heeft al vaker op North Sea Jazz gestaan, altijd met andere muzikanten om hem heen, en steeds lijkt hij weer net een beetje vuriger te soleren.
Dat vuur ontbreekt dit weekend helaas bij de ‘artist in residence’ Meshell Ndegeocello. De bassist en zangeres gaf vrijdag en zaterdag twee rommelige shows, waarin ze haar band het meeste werk liet doen. Zondag begint ze met een verontschuldiging voor eerder gedrag. Zowaar lijkt de vertolking van haar meer dan dertig jaar oude debuut Plantation Lullabies echt ergens naar. Maar tussen de vele vrouwen die dit festival domineerden (Terri Lyne Carrington presenteerde vrijdag een podium met louter door vrouwen geleide bands en collega-drummer Sun-Mi Hong schitterde zelfs in drie bands) viel ze nogal tegen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant