Minder dierlijk en meer plantaardig eten: bij het Brabantse familiebedrijf Schouten maakten ze die omslag dertig jaar geleden al. De voormalige veevoederfabrikant is tegenwoordig groot in vleesvervangers. ‘Die gehaktbal kan je blijven eten, alleen minder vaak.’
In de vergaderruimte net achter de receptie van Schouten Food zijn de wanden bedekt met potten. Elke pot heeft een andere inhoud, te lezen op het zwarte label met witte letters: gele erwten, Franse bonen, sojabonen uit verschillende landen, pellets van sojaschroot en snijmaïs, tarwe- en tapiocameel. Het is een kijkje in de geschiedenis van dit Brabantse familiebedrijf, dat bijna honderd jaar veevoer produceerde.
Produceerde, want tegenwoordig heeft het bedrijf uit Giessen heel andere klanten. De grondstoffen zijn deels nog hetzelfde, maar ze worden verwerkt in producten voor directe menselijke consumptie: vleesvervangers zoals vegaburgers, groenteballetjes, falafel en tempeh. In 1990 waren ze de eerste in Nederland die dergelijke producten ontwikkelde.
‘Ik weet nog wel dat mijn vader op een gegeven moment thuiskwam met een monster getextureerd eiwit van sojaschroot’, vertelt bestuursvoorzitter Henk Schouten (65). ‘Hij zei: ‘Wat ze nu hebben uitgevonden: kunstvlees!’ Ik vond het geweldig, waarom zou je nog echt vlees eten?’
Schouten was al langer bezig om een zo efficiënt mogelijk mengsel van veevoer samen te stellen, afgestemd op de behoeften van de boer en diens dieren. ‘Toen bedacht ik dat het veel efficiënter is om rechtstreeks van het land te eten. Nu eet de koe van het land, en eten wij de koe of haar melk. Waarom moet dat zo?’
Schouten ontwikkelde in de jaren negentig vleesvervangers voor het merk Vivera. Daarna volgde een eigen merk, GoodBite, dat twee jaar geleden uit de schappen verdween. Sindsdien legt het familiebedrijf zich volledig toe op huismerken: Schouten produceert onder meer voor de huismerken van Albert Heijn en Jumbo, voor restaurantketens en voor voedselproducenten die de producten verwerken in bijvoorbeeld kant-en-klaarmaaltijden.
De Onderneming
In deze wekelijkse rubriek vertellen ondernemers over hun bedrijf. Vandaag: Schouten Food, opgericht in 1893, met ruim 100 werknemers.
‘Op die manier kunnen we ons richten op het product, in plaats van op het opbouwen van een merk’, verklaart Schouten. Bovendien maakt het het mogelijk om de producten via veel verschillende kanalen af te zetten. Inmiddels worden de producten van Schouten verkocht in meer dan vijftig landen, en heeft het bedrijf een eigen productie- en verpakkingslocatie in Goor.
Die focus op het product is volgens zoon Niek-Jan Schouten (40) essentieel. Als algemeen directeur is de dagelijkse leiding van het bedrijf sinds kort in zijn handen. ‘De afgelopen jaren is de markt enorm gegroeid, en zijn er producten op de markt gekomen die niet lekker zijn, of niet lekker genoeg. Een consument die dat probeert en teleurgesteld raakt, komt niet zo snel meer terug. Smaak is dus superbelangrijk, mensen willen gewoon lekker eten.’
Aan die smaak wordt in Giessen hard gewerkt. In de testkeuken staan op de werkbladen zakken en dozen vol bloem, bonen en andere ingrediënten, glimmende schalen, frituurpannen en ander keukengerei. De muren staan vol met ovens in verschillende soorten en maten, om de bereidingswijze in de fabriek en bij de afnemer na te bootsen.
Medewerkers in witte labjassen en met haarnetjes op wegen, mengen, bereiden en proeven hun probeersels. ‘Sommige dagen sta je de hele dag in de keuken en kan je de lunch overslaan’, vertelt productontwikkelaar Thijs Bouwman lachend.
Bouwman zit in het innovatieteam, dat werkt met nieuwe grondstoffen en ideeën voor nieuwe producten uitwerkt. Vandaag werkt hij aan een nieuw product, ‘een hapje met een frisse, ziltige smaak die je aan zee doet denken, maar niet per se de smaak van witvis nabootst’. Je kan het eten in de plaats van vis, bevat veel eiwitten en is volgens Bouwman ‘vooral heel lekker’.
De vraag in hoeverre je moet proberen dierlijke producten na te bootsen is er een die ze zich bij Schouten vaak stellen. ‘Om de consument te helpen, proberen we het nu zo veel mogelijk na te bootsen, zegt Henk Schouten. ‘Op termijn moet je daar vanaf, want het is een ingewikkeld proces. Een linzenburger met dadels is ook lekker en gezond, maar smaakt niet naar vlees. Het kost tijd om mensen daaraan te laten wennen.’
Toen Schouten ruim dertig jaar geleden in de vleesvervangers stapte, waren zijn verwachtingen torenhoog. ‘Ik dacht dat ik binnen tien jaar 10 procent van de vleesmarkt in handen zou hebben.’ Sindsdien is gebleken dat consumenten slechts heel geleidelijk hun gedrag aanpassen. Zelfs in Nederland bedraagt de markt voor vleesvervangers pas zo’n 5 procent van de vleesmarkt, wereldwijd is het minder dan 1 procent.
Ook de familie Schouten zelf eet nog weleens vlees, al is het minder dan voorheen. Hun wortels in de veeteeltketen zijn ze nog niet kwijt ‘De veehouderij moet blijven bestaan’, zegt Henk Schouten dan ook stellig. ‘Niet alle grond is geschikt voor akkerbouw, en er zijn restproducten uit de levensmiddelenindustrie die niet geschikt zijn voor menselijke consumptie.’
Maar mensen die zich boos maken omdat hun gehaktbal afgepakt zou worden, snapt hij niet. ‘Die gehaktbal kan je blijven eten, alleen minder vaak. De verhouding dierlijk en plantaardig moet anders. Zeker als we twaalf miljard mensen moeten gaan voeden.’
Vleesvervangers kunnen die omslag aanzienlijk soepeler laten verlopen, maar het blijft volgens Niek-Jan Schouten ‘een kunst’ om ze tegelijk betaalbaar, smaakvol en gezond te maken. Ook de Volkskrant-verslaggever mag daar een kleine bijdrage aan leveren door te proeven van een vegaburger die in herontwikkeling is om hem wat meer ‘bite’ te geven. Het oordeel? Wat droger dan echt vlees, maar hij is lekker gekruid en met die bite zit het ook wel goed.
Source: Volkskrant