De afgelopen maanden is stevig gewaarschuwd voor Trump. Maar kritische en waarschuwende geluiden mogen nooit worden verward met de dodelijke wapens waartoe de schutter zijn toevlucht nam.
De nipt mislukte moordaanslag op de Amerikaanse presidentskandidaat en oud-president Donald Trump is een nieuw teken dat de machtigste democratie van de westerse wereld op zijn grondvesten wankelt. Nu is de vraag hoe ver de schokgolven zullen reiken.
Allereerst kan worden vastgesteld dat Trump en Amerika, gegeven de intentie van de schutter, van geluk mogen spreken. Wanneer de dader de geweerloop een honderdste van een graad anders had gericht, waren de gevolgen niet te overzien geweest.
Veel Republikeinen zagen er een goddelijke hand in. Trump kan zich dankzij dit ‘wonder’ nog meer profileren als de vervolgde martelaar die tegelijkertijd onkwetsbaar lijkt – het zal zijn kansen op een nieuw presidentschap flink hebben vergroot.
Maar ook luiden de acht schoten een nieuwe fase van verharding in. Allereerst is daar natuurlijk de aanslag zelf, een bewijs van de onder Amerikanen groeiende bereidheid tot politiek geweld. Inmiddels zegt eenderde van de Republikeinen en 13 procent van de Democraten daartoe bereid te zijn.
De groeiende vijandigheid wordt ook bevestigd door de Republikeinse wijsvingers en de opgestoken middelvingers van Trump-fans naar de Democraten, naar journalisten en andere critici die zich de afgelopen maanden en jaren negatief hebben uitgelaten over Trump en diens mogelijke tweede termijn.
Zo zei de Republikeinse senator J.D. Vance, een belangrijke steunpilaar van Trump uit Ohio, dat het ‘geen geïsoleerd incident’ was, omdat de ‘centrale premisse van de campagne van Joe Biden is dat Trump een autoritaire fascist is die tegen elke prijs moet worden gestopt’. Conclusie: ‘Die retoriek heeft direct geleid tot de moordaanslag.’
Op sociale media gingen zondag meteen filmpjes rond waarin alle ‘we moeten hem stoppen’-fragmenten van de afgelopen jaren zonder context op een rijtje waren gezet. Zelfs satire werd met terugwerkende kracht als ophitsing gezien. Nederlanders zouden zeggen: de kogel kwam van links.
En ook al veroordeelde Joe Biden de aanslag direct en zette hij zijn campagne stil, in delen van het progressieve kamp werd de aanslag gebagatelliseerd of met schouderophalen bejegend. Op sociale media wordt gewezen op Trumps eigen oproepen tot geweld. Ook doken onmiddellijk theorieën op dat de aanslag een false flag-operatie zou zijn, door de Trump-campagne in scène gezet. Daarmee wordt de ernst van de situatie miskend, en het feit dat de dader (waarschijnlijk) wel degelijk uit de ‘eigen’ hoek kwam.
Dat zijn onverantwoorde reacties. Wat zich heeft afgespeeld in het hoofd van de schutter, een 20-jarige als Republikein geregistreerde man uit een voorstadje van Pittsburgh die drie jaar geleden doneerde aan een progressief doel, moet nog blijken. Maar de verantwoordelijkheid voor de aanslag moet niet groter en niet kleiner worden gemaakt dan die is.
De afgelopen maanden is inderdaad stevig gewaarschuwd voor Trump, en apocalyptische retoriek kan een voedingsbodem zijn voor politiek geweld. Maar kritische en waarschuwende geluiden mogen nooit worden verward met de dodelijke wapens waartoe de schutter zijn toevlucht nam. Miljoenen mensen vatten zo’n boodschap op zoals hij is bedoeld: ga naar de stembus. De enkeling die zijn eigen conclusies trekt, is daarvoor allereerst zelf verantwoordelijk.
Juist in deze gepolariseerde tijden moeten politici zich na zo’n schokkend incident van hun minst politieke kant laten zien. Niét de opponent de schuld geven. Niet bijdragen aan het vijanddenken. En niet die ene schutter uitvergroten tot een halve bevolking die medeplichtig zou zijn. Het is te hopen dat politici nu niet meer olie op het vuur gooien. Er kan nog zo veel meer gebeuren.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant