Home

In de botsing tussen onverenigbare wereldbeelden ligt de kiem voor politiek geweld

In de VS is een klimaat ontstaan van apocalyptische retoriek waarin politieke tegenstrevers niet worden gezien als rivalen, maar als vijanden die het land naar de ondergang voeren. De aanslag op Trump staat niet op zichzelf: extremisten zien geweld als de enige manier om de catastrofe te verhinderen.

De aanslag op de Republikeinse presidentskandidaat Donald Trump illustreert ook het toenemende politieke geweld in de westerse democratieën. In mei werd nog een aanslag gepleegd op de Slowaakse premier Robert Fico. De verkiezingscampagnes in Frankrijk en Duitsland werden ontsierd door gewelddaden. De Duitse sociaaldemocraat Matthias Ecke liep een gebroken jukbeen en oogkas op bij een aanval van extreemrechtse jongeren. In Frankrijk werd Prisca Thevenot, woordvoerder van de regering, aangevallen.

In de Verenigde Staten werd de echtgenoot van de Democratische politicus Nancy Pelosi met een hamer geslagen (2022), raakte de Republikeinse afgevaardigde Steve Scalise zwaargewond bij een schietpartij (2017) en werd een poging tot ontvoering van Gretchen Whitmer, de Democratische gouverneur van Michigan, verijdeld (2020).

Geweld van links en rechts groeit op een humuslaag van bedreigingen en beledigingen, vooral op sociale media waar politieke tegenstanders worden gedehumaniseerd. Er is een klimaat ontstaan van apocalyptische retoriek waarin politieke tegenstrevers niet meer worden gezien als rivalen, maar als vijanden die het land naar de ondergang voeren. In zo’n verhitte situatie zien extremisten geweld als de enige manier om de catastrofe te verhinderen.

Apocalyptische retoriek

Politiek geweld is allerminst nieuw in de westerse wereld. In 1968 werden in de Verenigde Staten de Democratische presidentskandidaat Robert Kennedy en de zwarte dominee en burgerrechtenactivist Martin Luther King vermoord. In Europa werden Duitsland en Italië in de jaren zeventig op de proef gesteld door extreemlinkse terreurbewegingen.

Maar vooral na de val van de Muur in 1989 overheerste enige tijd een technocratische politiek. Het politieke bedrijf werd saai gevonden, mede omdat de partijen van links en rechts steeds meer op elkaar gingen lijken. In de 21ste eeuw werd de technocratische consensus aangevochten door nieuwe nationalistische partijen. Volgens radicaal-rechtse politici dreigde de natiestaat ten onder te gaan door ‘massa-immigratie’. Sommigen zeiden zelfs dat ‘elites’ doelbewust van plan waren het land ‘om te volken’ door de oorspronkelijke bevolking te vervangen door nieuwkomers.

Ook Trump blonk uit in apocalyptische retoriek. ‘Als jullie niet vechten als de hel, zullen jullie geen land meer hebben’, zei hij op 6 januari 2020, vlak voor de bestorming van het Capitool. De ongekende taferelen in het Capitool sterkten zijn tegenstanders in hun overtuiging dat Trump een gevaar is voor de liberale democratie, een man die weigerde zijn verkiezingsnederlaag te erkennen, die de telling probeerde te beïnvloeden en dreigde zijn politieke tegenstanders te vervolgen.

Fanatici

Onder invloed van apocalyptische ideeën kunnen gewone mensen in fanatici veranderen, aldus de Franse socioloog Gérald Bronner in zijn boek La pensée extrême (‘de extreme gedachte’) uit 2016. Fanatici handelen extreem logisch, aldus Bronner. Ze geloven dat hun tegenstanders de samenleving naar de ondergang zullen leiden. Daarom moeten ze worden gestopt, met alle middelen. Geweld is de enige mogelijkheid om de catastrofe te voorkomen.

Veel mensen hebben, in meer of mindere mate, extreme gedachten. Hoeveel brave burgers hebben ooit heimelijk gewenst dat Trump iets zou overkomen? De meeste mensen ondernemen echter geen actie, vanwege morele scrupules en praktische bezwaren. Slechts een enkeling bewandelt de ladder van radicalisering tot de laatste sport, waarop hij tot actie overgaat.

In het verleden bracht politiek geweld de Amerikanen tot inkeer, schreef journalist Peter Spiegel zondag in de Financial Times. Het geweld van de jaren zestig leidde tot de saaie jaren zeventig, met brave politici als Gerald Ford en Jimmy Carter. Vooralsnog is zo’n afkoeling allerminst in zicht. De Republikeinen grepen de aanslag op Trump meteen aan om hun tegenstanders verder te verketteren. ‘Het centrale uitgangspunt van de Biden-campagne is dat president Trump een autoritaire fascist is die tot elke prijs moet worden gestopt’, twitterde de Republikeinse senator J.D. Vance, genoemd als mogelijke vice-president onder Trump. ‘Dat leidde direct tot de aanslag op Trump.’

Onverenigbare wereldbeelden

Zo werd extremistisch geweld in de schoenen geschoven van de geweldloze tegenstanders van Trump. Waarschuwen voor Trump is echter iets anders dan aanzetten tot moord. Polarisatie is onvermijdelijk als een president dreigt te worden gekozen die bewezen heeft een gevaar te zijn voor de liberale democratie, met haar individuele grondrechten en rechtsstatelijke waarborgen.

Tegelijkertijd kan polarisatie tot geweld leiden als extremisten geloven dat er geen andere uitweg is. Volgens een recent onderzoek van de universiteit van Chicago vindt 10 procent van de Amerikanen geweld geoorloofd om een presidentschap van Trump te verhinderen, terwijl 7 procent juist vindt dat Trump met geweld aan de macht mag worden gebracht.

Voor- en tegenstanders van radicaal-rechts zijn verwikkeld in een strijd om de ziel van hun land. In die botsing tussen onverenigbare wereldbeelden ligt de kiem voor politiek geweld, niet alleen in de Verenigde Staten, maar in alle westerse democratieën.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next