Spanje is als vakantieland favoriet bij de Engelsen, maar hoe gaat het er aan de Costa’s aan toe als de twee landen een EK-finale spelen? In Valencia overstemden Spaanse en Engelse fans elkaar in pub Liverpool.
Het laatste fluitsignaal klinkt, het gebrul breekt los, en uit de speakers in pub Liverpool in Valencia schalt Y Viva España, het lijflied van de Spanjaarden in de pub, die hossen, springen, schreeuwen en elkaar in de armen vallen. Zoals ze later ook zullen doen op het Plaza del Ayuntamiento, waar het stadhuis rood-geel verlicht zal zijn, fakkels zullen worden afgestoken, keiharde knallen zullen klinken, en het feest tot diep in de nacht door zal gaan.
Aan de andere kant van de pub treuren de Engelsen. Of althans: de Engelsen die niet meteen de kroeg uit zijn gevlucht. Rob Hagor (28), in het witte shirt van de nationale ploeg, kauwt op zijn laatste pint donkerbruine Guinness. Ook voor hem speelt de eigenaar van de pub na de finale nog een lied: Football’s Coming Home. Het is zout in een nog maar net aangerichte wond. Voetbal komt niet naar huis. Weer niet.
Over de auteur
Dion Mebius is correspondent Spanje, Portugal en Marokko voor de Volkskrant. Hij woont in Madrid.
Zoals in pub Liverpool werd de EK-finale tussen Spanje en Engeland (2-1) overal langs de Spaanse kust gevolgd door inwoners van beide landen. Miljoenen Engelse toeristen vliegen jaarlijks zuidwaarts voor zon, zee, strand en sangría. Ook Valencia is favoriet: vorig jaar kwam de derde stad van Spanje in een Britse peiling zelfs naar voren als meest geliefde vakantiebestemming. En dus keken vele Engelse fans vanuit de sinaasappelstad naar hun belangrijkste pot in jaren.
De Union Jack, in de fik?
Toch duurt het zondag even voor de Engelsen zich in Valencia laten zien. Op de gezellig drukke boulevard langs het brede stadsstrand zijn het ‘s middags vooral de locals die een voorschot nemen op het voetbalfeest: een heel aantal trotseert de broeierige hitte in het rode shirt van de nationale ploeg.
Zelfs de strandgangers die Engels lijken, zijn dat niet altijd. Vicente García (49) gaat er prat op een echte Valenciaan te zijn - en toch ligt hij op een badhanddoek in de kleuren van de Union Jack, de vlag van het Verenigd Koninkrijk, waarvan tegenstander Engeland het belangrijkste onderdeel vormt.
Waarom hij precies die handdoek op de finaledag in zijn strandtas heeft gegooid? Zelf snapt García het eigenlijk ook niet. ‘Weet je wat: als Engeland de finale wint, steek ik ‘m in de fik.’ Niet dat hij verwacht dat dat nodig is. Net als veel andere Valencianen vertrouwt hij erop dat zijn team, het best voetballende van dit EK, de beker uit Berlijn meeneemt.
Southgate, nobody of ridder
Dan wordt duidelijk waar de Engelsen uithangen: in de kroeg. Om drie uur ‘s middags, en met nog zes uur te gaan tot de finale, hebben de tweelingbroers Jack en Will Kenmir (30) al zes bier achter de kiezen. Hetzelfde geldt voor de zestien vrienden met wie ze dit weekend in Valencia zijn voor het vrijgezellenfeest van een van hen.
‘Het wordt 3-0’, verzekert Jack met Dutch courage, vlak voor hij in een bar langs het strand met de bijzondere naam Doggystyle nog maar eens een rondje bestelt. Voor de Engelse bondscoach Gareth Southgate, zo vaak bekritiseerd om zijn behouden speelstijl, is dit het moment van de waarheid, zegt broer Will. ‘Of hij gaat de geschiedenis in als nobody, of hij wordt geridderd.’
Natuurlijk hebben de vrienden ook gezien dat Spanje op dit EK swingt. Hun eigen selectie ploeterde zich een weg richting de finale, maar toonde zich wél onverzettelijk, een hechte eenheid bovendien. In de aanloop naar de finale is dat sentiment overgeslagen op de hele Engelse bevolking, zegt Jack. ‘Het land is niet zo verenigd geweest sinds de dood van Queen Elizabeth. Ja, dat is een goede quote! Schrijf dat maar op.’
Leve Spanje, de hele zomer lang
Een paar uur later is het stil in de straten van het normaal zo drukke centrum. Met de finale op het punt van beginnen lijkt heel Valencia zich te hebben verschanst in één van de talloze cafés die de wedstrijd uitzenden. Bijvoorbeeld in pub Liverpool, waar de Spaanse en Engelse vlag buiten gebroederlijk naast elkaar hangen.
Binnen is de sfeer al even gemoedelijk, met fans van beide landen goed vertegenwoordigd. Als een schot van Nico Williams wordt gekraakt, klinkt ontzetting vanuit de Spaanse kelen maar klappen de Engelsen hun handen stuk; hetzelfde gebeurt even later andersom, als keeper Unai Simón vlak voor de rust een knappe inzet van Phil Foden pareert.
‘In het begin hadden we het moeilijk, maar ik schat de kans nu fifty-fifty’, zegt Rob Hagor, die met twee vrienden uit Londen naar Valencia is gekomen, bij het begin van de tweede helft. Een paar seconden later schuift Williams de 1-0 binnen. ‘Dit is dus wat er gebeurt’, vloekt Hagor als het Spaanse gejuich weer wat is gaan liggen. ‘Dit is dus wat er gebeurt als je als ploeg zo ver achteruit gaat lopen. Al wordt het echt nog wel 1-1. Let maar op.’
Hij krijgt gelijk als invaller Cole Palmer Engeland van afstand langszij brengt. Nu is het de beurt aan het Engelse deel om door het lint te gaan. Het kan echt, voelen Hagor en de zijnen als de verlenging steeds dichterbij komt: ‘It’s coming home!’, zingen ze massaal. Meteen reageren de Spanjaarden: ‘Y viva España!’, klinkt het zo mogelijk nog harder.
Drie minuten later brengt Mikel Oyarzabal de beslissing. Leve Spanje, zal het dankzij hem deze zomer nog vaak klinken. Of de Engelse toerist dat nou horen wil of niet.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant