Duitsland, even voor de goede orde, hád al een sociaaldemocratische minister-president, die samen met (onder meer) de groene partij leiding geeft aan de grootste economie van Europa. Na afgelopen weekeinde hebben de Britten een linkse Labour-regering. En in het grootste land van Europa, Frankrijk, won verenigd links zondag de parlementsverkiezingen. Links is aan een opmars bezig.
En waarover gaat het in de krant? Niet (zozeer) over de wederopstanding van links. We zijn nogal gepreoccupeerd met (radicaal-)rechts, óók omdat het deel uitmaakt van ons eigen Nederlandse kabinet. Wat dichtbij is, vinden we nu eenmaal belangrijker dan wat veraf gebeurt.
Wat er vast ook mee te maken heeft, is dat de opstanding van links plaatsheeft eerder ondanks dan dankzij zichzelf. Zijn de linkse overwinningen van afgelopen weekeinde gebaseerd op een nieuw of in elk geval wervend links verhaal? Nee, de Britten, was de analyse ook in deze krant, waren de puinhoop die de Conservatieven van het land hadden gemaakt zo lelijk zat, dat ze in arren moede maar op die degelijke en saaie types van Labour hadden gestemd. En voor de Fransen, die net als de Britten een districtenstelsel hebben, was de stem voor links in de tweede stembusronde van afgelopen zondag in veel gevallen vooral een stem tégen parlementskandidaten van het radicaal-rechtse Rassemblement National.
Vanwaar deze analyse? Omdat het tijd is van perspectief te wisselen. In mijn eigen hoofd, en misschien ook wel in het uwe. Onze aandacht is de afgelopen tijd vooral uitgegaan naar (radicaal-)rechts. Maar je kunt er ook zo tegenaan kijken: als (radicaal-)rechts zo wint, is links blijkbaar het zorgenkind. Nog altijd zijn (centrum)linkse partijen in Europa een machtsfactor van betekenis, ook al is het dan soms om niet-inhoudelijke redenen. Maar hoe luidt het linkse verhaal?
Neem Frankrijk. Het verhaal van Verenigd Links was eerlijk gezegd inhoudelijk dieptreurig. In het Nouveau Front Populaire werken vier linkse partijen samen, communisten, groenen, socialisten en radicaal-linksen. Verrast door de aankondiging van de parlementsverkiezingen door president Macron, pas een paar weken geleden, hadden de vier in razend tempo een programma moeten schrijven, dat door de oud-correspondent in Frankrijk van deze krant Peter Giesen vrijdag ‘klassiek links’ werd genoemd.
Klassiek links? Minimumloon omhoog. Prijzen voor voedsel en energie bevriezen. Hogere belasting voor ‘de rijken’ en bedrijven. Extra overheidsuitgaven aan zorg, onderwijs, infrastructuur. Pensioenleeftijd terug naar 62 (en later 60) jaar. Dit is niet klassiek, dit is een archeologische vondst, vermoedelijk afkomstig uit de jaren zeventig van de vorige eeuw. En waar lijkt het programma op? Als twee druppels water? Precies, het sociaaleconomische deel van het verkiezingsprogramma van de PVV.
Wat is links? En wat is het linkse verhaal? Niet voor 1972 maar voor nu en de nabije toekomst. Dat lijken me in tijden waarin radicaal-rechts een opmars doormaakt – want dat is óók waar – zeer relevante vragen.
Het kabinet werkt deze zomer aan zijn inhoudelijk regeerprogramma dat voor of op Prinsjesdag in september gepresenteerd moet worden. Dat wordt dus het (radicaal-)rechtse verhaal. Ik ben benieuwd naar wat de (centrum-)linkse partijen in de Kamer hier dan (gezamenlijk?) tegenover gaan stellen. Wat is het moderne linkse verhaal?
Frank Kalshoven is oprichter van De Argumentenfabriek en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier de richtlijnen van de Volkskrant. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns