Home

Aanslag op politiek leider geen zeldzaamheid in VS: dit gebeurde er sinds 1950

De moordaanslag op presidentskandidaat Donald Trump van dit weekend is geen zeldzaamheid in de Verenigde Staten. De afgelopen 75 jaar zijn er meerdere pogingen gedaan om Amerikaanse leiders te doden, waarvan sommige succesvol waren.

Harry S. Truman was van 1945 tot 1953 de 33e president van de Verenigde Staten. In 1950 probeerden twee Puerto Ricaans nationalisten, Oscar Collazo en Griselio Torresola, hem te vermoorden. Terwijl Truman op 1 november zijn middagslaapje deed in Blair House (het Witte Huis werd op dat moment gerenoveerd), startten Collazo en Torresola een vuurgevecht met agenten van de Amerikaanse Secret Service.

De onervaren Collazo werd al snel neergeschoten. Torresola raakte geheim agent Leslie Coffelt. Terwijl hij zijn wapen herlaadde, stak de wakker geworden Truman zijn hoofd uit het raam. Zijn beveiligers gaven hem opdracht te gaan liggen en zo ontsnapte hij maar net aan de dood. Ondanks zijn verwondingen wist Coffelt Torresola uit te schakelen. Uiteindelijk overleed hij zelf ook.

Collazo werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf. Sinds de aanslag op Truman zijn de taken van de Secret Service uitgebreid tot het beschermen van de president, de familie van de president, de vicepresident en een verkozen maar nog niet geïnaugureerde kandidaat-president.

John F. Kennedy was van 1961 tot 1963 de 35e president van de VS. Op 22 november 1963 was er een rijtoer over Dealey Plaza in Dallas, die onderdeel was van een publieksreis door de staat Texas en mede georganiseerd was met het oog op herverkiezing in 1964. Maar zover kwam het niet voor Kennedy.

Lee Harvey Oswald opende het vuur op Kennedy vanaf de zesde verdieping van een schoolboekenmagazijn, op zo'n 20 meter van Dealy Plaza. Kennedy, die in een open limousine reed, werd geraakt in zijn rug en zijn hoofd. Niet veel later werd bekendgemaakt dat hij was overleden. De gouverneur van Texas, John Connally, raakte gewond maar herstelde volledig.

Oswald werd enkele uren na de moord aangehouden, maar ontkende op Kennedy geschoten te hebben. Twee dagen na zijn arrestatie werd Oswald vermoord door nachtclubeigenaar Jack Ruby in de parkeergarage van een politiebureau.

Senator Robert F. Kennedy, de jongere broer van John F. Kennedy, stelde zich in 1968 verkiesbaar als presidentskandidaat. Zijn campagne verliep voorspoedig. Op 4 juni won hij de Democratische voorverkiezingen in Californië en South Dakota. Die avond ging hij naar het Ambassador Hotel in Los Angeles om een toespraak te houden.

Na zijn toespraak verliet hij het podium via de hotelkeuken, waar hij opgewacht werd door Sirhan Sirhan. Die schoot Kennedy neer en verwondde ook vijf anderen. De schutter werd gearresteerd, maar voor Kennedy was het al te laat. Hij overleed de volgende dag.

De 24-jarige Sirhan was een christelijke Palestijn, van wie de familie in de jaren vijftig naar Californië was verhuisd. Tijdens de rechtszaak tegen hem verklaarde hij dat hij wraak wilde nemen vanwege Kennedy's pro-Israëlische sympathieën. Hij kreeg een doodstraf opgelegd, maar die werd een paar jaar later omgezet naar een levenslange celstraf.

Deze gouverneur van Alabama en fervent voorstander van rassenscheiding deed in 1972 een gooi naar het presidentschap als kandidaat voor de Democraten. Op 15 mei hield hij een toespraak in een winkelcentrum in de buitenwijken van Washington. Toen hij daarna aanwezigen de handen schudde, klonken er geweerschoten.

Wallace werd vijf keer geraakt en raakte verlamd vanaf zijn middel en zat de rest van zijn leven in een rolstoel. Medische complicaties en chronische pijn zorgden ervoor dat hij zijn presidentiële ambities moest laten varen. De schutter, Arthur Bremer, werd veroordeeld tot 63 jaar cel (53 jaar cel in hoger beroep).

Gerald R. Ford was de 38e president van de VS, van 1974 tot 1977. Ford overleefde twee moordaanslagen in 1975. Op 5 september van dat jaar probeerde Lynette 'Squeaky' Fromme hem dood te schieten in Sacramento, Californië, maar ze werd tegengehouden door een agent van de Secret Service. Fromme was een aanhanger van sekteleider Charles Manson. Ze werd veroordeeld tot een levenslange gevangenisstraf en kwam vrij in 2009, na 34 jaar gevangenschap.

Zeventien dagen later, op 22 september, probeerde de extreemlinkse activiste Sara Jane Moore de president dood te schieten in San Francisco. Toen ze haar wapen op hem wilde richten, werd ze tegengehouden door een omstander. Het wapen ging wel af, maar de kogel mistte de president. Moore werd ook veroordeeld tot een levenslange celstraf. Ze kwam vrij in 2007, na 32 jaar van haar straf te hebben uitgediend.

Ronald Reagan was de 40e president van de VS van 1981 tot 1989. Twee maanden na zijn eerste inauguratie in 1981 werd er een aanslag op hem gepleegd.

Op 30 maart verliet Reagan het Hilton Hotel in Washington, nadat hij een toespraak had gehouden voor 5.000 mensen. Schutter John Hickley Jr. vuurde op dat moment meerdere schoten af. De president werd geraakt in zijn linkeroksel door een kogel die afketste op zijn limousine. Vier anderen om hem heen raakten ook gewond. Eén van hen overleed later aan zijn verwondingen. Reagan lag twaalf dagen in het ziekenhuis, voordat hij terugkeerde naar het Witte Huis.

Hinckley zou de aanslag hebben gepleegd om indruk te maken op de kindactrice Jodie Foster, door wie hij geobsedeerd was na haar rol in de film Taxi Driver. Hij werd vrijgesproken wegens ontoerekeningsvatbaarheid en verbleef dertig jaar lang in een psychiatrische instelling. Hinckley werd vrijgelaten in 2016 en houdt zich nu onder meer bezig met het maken van muziek.

Source: Nu.nl algemeen

Previous

Next