Een dag na de wedstrijd reed ik toevallig langs een huis dat op Ronald Koeman leek. Aan de zijkant hing een slinger verwaaide oranje vlaggetjes. De rest van de rit vroeg ik mij niet voor de eerste keer af waarom sommige huizen sprekend op Ronald Koeman lijken, en wat dat over de bondscoach zegt.
Nederland had in de halve finale van het EK met 2-1 verloren van Engeland. De nederlaag was terecht. Oranje oogde vaal, zoals vrijwel voortdurend tijdens het toernooi. Terwijl iedereen van links naar rechts ging, bleef het elftal van Koeman bangig stilstaan, in het midden, als een geheelonthouder op het verkeerde feest. Of als een huis dat op Ronald Koeman lijkt.
Dáár was de internationale pers wel zeer over te spreken, over de massale aanwezigheid van de Nederlandse supporters in Duitsland. The New York Times nodigde iedereen uit om het ‘beste feestje van het EK’ te bezoeken, met het advies ‘draag alsjeblieft oranje’. Ook duidde de krant het verschijnsel ‘links rechts’, met de woorden ‘gechoreografeerde dansbewegingen’.
Over de auteur
Paul Onkenhout was jarenlang voetbalverslaggever en is columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
De Snollebollekes werden genoemd, lichte schaamte kwam op. Aan de andere kant: het ging in de buitenlandse pers een keer niet over het verziekte politieke klimaat in Nederland en de drek van radicaal rechts. De wereldpers ging ditmaal voor de bijl vanwege de ‘wereldberoemde oranjemars’ (Reuters), de ‘Orange madness’ (CNN) en de ‘code oranje’ (VRT).
De beelden van de hossende massa die Duitse steden onder de voet liep, waren op alle continenten te zien. Ik dacht er het mijne van, maar wilde geen spelbreker zijn. Láát die mensen toch, in hun ’fanzones’ en in het kielzog van een oranje dubbeldekker, intussen hopend een glimp op te vangen van Wesley Sneijder of Jan Smit. In het stadion hoorde je ze niet trouwens. Voor veel dagjesmensen in Duitsland was het voetbal maar bijzaak.
De rit voerde een dag na de uitschakeling door een verstedelijkt gebied in Noord-Holland. Afgezien van enkele vlaggetjes waren vrijwel nergens oranje versieringen te zien. Opgewekt door de media, KNVB-sponsors en de supermarkten met hun tot in den treure getoonde tv-reclames, leek het nog heel wat met die Oranjekoorts, maar de verhoging was gering.
De eerste oorzaak was Oranje zelf, een welwillende ploeg zonder uitzonderlijke kwaliteiten; een Europese subtopper, hooguit. De tweede oorzaak was Ronald Koeman, die man die grote gelijkenissen toont met een bepaald type huizen. De ontdekking is van cartoonist Gummbah. In 2013 presenteerde hij in zijn reeks net niet verschenen boeken Huizen die op Ronald Koeman lijken, samengesteld door H.N.G. van den Hurk.
Een kunstenaar (en Gummbah-fan) uit Hoorn, Jaap Stiemer, zag dat het in Nederland wemelt van zulke huizen, door de ‘rechthoekige kop en het zandkleurige gezicht’ van Koeman. Hij fotografeert ze en zet de foto’s op Instagram. In heel Nederland doet hij vondsten. In Drachten, zijn geboorteplaats, trof hij een ‘goudmijn’ aan, meer dan vijftig Koeman-huizen maar liefst.
Op de regionale zender NH Nieuws legde Stiemer uit welke huizen voor zijn collectie in aanmerking komen. Het gaat om huizen uit de jaren zestig, rechttoe rechtaan, vierkant natuurlijk, met twee ramen (de ogen) en vaak vrijstaand. ‘Het soort huizen dat je als kind tekent’.
De essentie is de eenvoud. Er zit kraak noch smaak aan, creativiteit, durf en originaliteit ontbreken. De huizen zijn degelijk en simpel; niet slecht en het eindresultaat is in orde, maar ze laten geen enkele indruk achter. Net Koeman, net Oranje.
Source: Volkskrant columns