Home

‘Dans is voor mij de meest eerlijke en pure kunstvorm, de kunst is ook echt de persoon’

Hoeveel dansers zouden er zijn die niet in eerste instantie uit liefde tot hun kunst zijn gekomen, maar vooral omdat ze een surplus aan energie hadden? Het is een onderzoekje waard. Kenji van Nieuwenhuizen (26) is in elk geval een van hen. Als kind was hij niet zomaar een druk kereltje. Acht jaar was hij toen een arts de diagnose ADHD stelde. Als remedie stuurde zijn moeder hem naar zoveel mogelijk sporten, én theater én moderne dans én breakdance. „Na het faillissement van de dansschool merkte ik dat ik het dansen erg miste. Ik werd aangenomen bij Crosstown, een Haags talentontwikkelingstraject, waar we les kregen in allerlei stijlen met in de derde fase een afsluitende voorstelling. Dat hele proces van een productie maken, met twee choreografen, licht, kostuums … geweldig! Toen begon ik echt van dans te houden. Ik denk dat ik vijftien was.”

En nu ben je 26. Dat is oud voor een beginnende dansprofessional, zelfs in de hedendaagse dans. Hoe zit dat?

„Nog voor ik met de opleiding kon beginnen liep ik vertraging op door twee operaties aan mijn knie. Gescheurde meniscus. Na de eerst operatie ging een van de hechtingen kapot; weer een operatie. Het zag er niet goed uit, maar ik voelde een enorme drang om hoe dan ook te blijven dansen. Bewegen zit in de familie. Mijn moeder geeft pilatesles, mijn vader jiu-jitsu en judo.”

Je deed Arts in Context, wat opleidt tot uitvoerend danser en tot creatieve, meedenkende allround danskunstenaar. Het sluitstuk is een stagejaar, in jouw geval bij Conny Janssen Danst. Wat bepaalde je keuze?

„Het werk van Conny kende ik van registraties en films. Ik ben puur op mijn gevoel afgegaan. Bij Conny was er een goede vibe. Er was meteen persoonlijk contact, na de eerste auditiedag voerde ze met iedereen gesprekken. Samenwerken, samen materiaal ontwikkelen, dat trekt me. Delen is belangrijk in de dans.”

Wat karakteriseert jou als danser? Heb je dat in dit jaar bij een professioneel gezelschap ontdekt?

„Ik denk dat ik een eerlijke danser ben. Dat wil zeggen dat ik niet primair bezig ben met de passen zo perfect mogelijk uit te voeren, maar vooral de bron van de beweging opzoek. In die eerlijkheid ben ik wél perfectionistisch. Voor mij is dans de meest eerlijke en pure kunstvorm; de kunst is ook echt de persoon. Je hebt geen kwast of muziekinstrument nodig. Dansers spreken wel vaak over hun lichaam als ‘het instrument’, maar dat vind ik te objectief. Een instrument kan kapot zijn, of gewoon niet goed. Als ik door mijn knie niet meer zou kunnen dansen, zou ik me nog altijd danser voelen.”

Daar wordt in de leiding van gezelschappen vaak anders over gedacht, dansers dansen regelmatig met blessures door. Langzaamaan wordt het zwijgen daarover, en andere misstanden, verbroken. Merk je dat, praten jullie daar op de opleiding over?

„Uiteraard hebben we het daar veel over gehad, en over goede communicatie. Het belang daarvan zag ik altijd al in, maar hoe meer je meemaakt, hoe duidelijker het wordt. Ons vak is vaak extreem fysiek en bij het partneren raak je elkaar overal aan. Je brengt veel van jezelf mee, wat je kwetsbaar maakt. Samen reflecteren tijdens de repetitiedagen kan veel toevoegen aan een goed proces.”

Je begint nu aan je podiumcarrière. Zijn er ontwikkelingen in de sector die je interessant vindt, of juist zorgelijk?

„Je ziet steeds meer samenwerking tussen disciplines, dat vind ik mooi. Door de combinatie met circus, beeldende kunst en theater wordt de dans nog breder getrokken. Ik wil mezelf blijven ontwikkelen, zolang het maar vanuit mezelf komt.”

Waar ben je over vijftien jaar in je stoutste dromen?

„Het is een uitdaging te laten zien met hoe weinig je iets interessants kunt doen, en dat dans meer is dan wat mensen vaak denken: virtuoos, atletisch, jong, perfect. Ik zou mijn eigen werk willen maken. Misschien met een eigen studio, om jonge mensen in aanraking te brengen met danstheater.”

Source: NRC

Previous

Next