Praat erover – dat is de bezwering die beklijft na het vonnis in de zaak tegen Ali B. Dankzij steunbewijs van ‘disclosure-getuigen’ werd hij veroordeeld.
Direct na de veroordeling van Ali B stond slachtoffer Jill Helena de pers te woord voor de rechtbank in Haarlem. Het vonnis was voor de zangeres gedeeltelijk teleurstellend: haar aanranding werd door de rechtbank niet bewezen geacht. Maar dat betekent niet dat haar verklaring niet betrouwbaar was. Integendeel. De rechtbank zei specifiek dat zij geloofwaardig had verklaard.
‘Ik heb echt erkenning gekregen van de rechters’, zei Jill Helena geëmotioneerd. ‘Dat doet mij heel erg goed. Ze geloven me. Daar ging het mij om. Alleen: er was te weinig bewijs. Waarschijnlijk had ik eerder mijn mond open moeten doen. Maar ik ben dankbaar dat ik serieus ben genomen.’
Over de auteur
Haro Kraak is verslaggever van de Volkskrant en specialiseert zich in cultureel-maatschappelijke onderwerpen als identiteit, polarisatie en extremisme.
Daar raakte Jill Helena aan een cruciaal aspect van het vonnis: steunbewijs in de vorm van zogeheten disclosure-getuigen. Bij gebrek aan fysiek bewijs is dat dé manier voor de rechter om het klassieke probleem in zedenzaken – haar woord tegen het zijne – te ondervangen. Zo’n verklaring kan steunbewijs opleveren als de ‘emotionele toestand of gedragsverandering die de getuige bij het slachtoffer heeft waargenomen’ de lezing van het slachtoffer bevestigt.
Bij de verkrachting en de poging tot verkrachting die de rechtbank wel bewezen achtte, waren er zulke getuigen. Rapper Ronnie Flex zei een ‘akkefietje’ tussen Ali B en slachtoffer Naomi gezien te hebben, die verklaarde dat Ali B ongevraagd een vinger bij haar naar binnen stak.
Naomi vertrok de volgende dag te voet uit het huis en werd aangetroffen door een oudere vrouw die haar op het station heeft afgezet. Zij verklaarde dat het meisje haar onthutst vertelde wat er die nacht met Ali B was gebeurd. Het feit dat dit zo kort na het incident was, maakt de verklaring volgens de rechtbank des te betrouwbaarder.
Een andere sleutelrol speelde de verklaring van de ex-partner en manager van Ellen ten Damme, die door Ali B werd belaagd in haar hotelkamer in Marokko. Hij had gezien dat zij na de aanval van Ali B ‘als een zombie’ had rondgelopen en enkele dagen later ‘alles eruit heeft gegooid’: ze gebruikte daarbij letterlijk de woorden ‘verkrachter’, ‘aangerand’ en ‘op bed geduwd’.
Jill Helena had pas twee jaar na dato over de aanranding aan haar moeder verteld. Nadat ze vrijdag het vonnis tot zich door had laten dringen, zei ze tegen de camera’s: ‘Laat het een les zijn voor mensen die dit meemaken dat ze het eerder moeten vertellen.’
Haar woorden klonken door in de reactie van Mariëtte Hamer, de regeringscommissaris seksueel grensoverschrijdend gedrag: ‘Ik zou willen zeggen: praat erover. Zo snel mogelijk. Dat is belangrijk voor je verwerking, maar ook als je later wil besluiten om nog aangifte te doen. Dan, en dat hebben we nu ook gezien, is het heel erg belangrijk om ondersteunend bewijs te hebben.’
Praat erover – dat is de bezwering die beklijft na dit vonnis. Tegelijkertijd bleek tijdens deze zaak óók hoe moeilijk het is om je uit te spreken. De getuigenissen van de vrouwen (en de ontkenningen en het zelfbeklag van Ali B) werden in vele talkshows en op sociale media tot in detail besproken: spraken zij de waarheid of waren zij ergens anders op uit? Stelden zij zich aan?
Dankzij deze dynamiek van meningen die over elkaar heen buitelen, kijkt Iva Bicanic, directeur van het Centrum Seksueel Geweld, met gemengde gevoelens terug op de zaak – ondanks een fikse veroordeling. Zij noemt de aandacht voor de zaak ‘uit balans’. En dat heeft effect gehad, zegt zij. ‘Wij hebben gemerkt dat mensen er last van hebben gehad. Dat het te veel was en dat het triggerde.’
Zij pleit ervoor dat media zich bezinnen op hoe ze over een zedenzaak als deze berichten. De nadruk op sensatie zou tot nadenken moeten stemmen, stelt zij. ‘Een beetje minder was ook goed geweest om het publiek te informeren. Dan hadden slachtoffers meer ruimte om het onderwerp te vermijden.’
Dat het gesprek over consent, oftewel toestemming, goed en bedachtzaam moet worden gevoerd, is des te belangrijker omdat in juli de nieuwe Wet seksuele misdrijven is ingegaan. Sindsdien hoeft dwang niet langer bewezen te worden. Het is strafbaar als duidelijk was dat de ander geen seks wilde, maar iemand toch heeft doorgezet. Vanzelfsprekend blijven ook dan steunbewijs en disclosure-getuigen van belang.
Met de nieuwe wet verschuift de verantwoordelijkheid van het slachtoffer naar de dader en moet de drempel om aangifte te doen verlaagd worden. Wat dat in de praktijk gaat betekenen, moet de komende jaren blijken.
De rechtbank stond bij Ali B, die nog volgens de oude wet is berecht en 2 jaar onvoorwaardelijke celstraf kreeg, wel al stil bij het belang van het begrip consent en hoe de rapper daar blind voor was. ‘De eigen seksuele behoeften van de verdachte waren leidend en hij heeft geen enkele waarde gehecht aan de wil van de twee vrouwen.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant