Het is nog maar de vraag wie de Wimbledon-finale bij de vrouwen wint: de Jasmine Paolini (28, Italië) of Barbora Krejcikova (28, Tsjechië). Een ding is duidelijk: Londen krijgt voor het achtste jaar op rij een andere winnares. Hoe kan dat?
Toen Coco Gauff, de regerend US Open-kampioen, bijna twee weken geleden op Wimbledon arriveerde en langs de muur met winnaressen liep, viel haar iets op. Achter de laatste zeven jaartallen stonden zeven verschillende namen.
Van de absolute superster (en inspiratiebron van Gauff) Serena Williams, die in 2016 haar laatste titel in Londen veroverde, tot de relatief onbekende Markéta Vondrousova, die zich vorig jaar op Centre Court als eerste ongeplaatste speelster ooit tot kampioene kroonde.
‘Dat is anders dan voorheen’, refereerde Gauff aan de eerdere tijdperken waarin Martina Navratilova (9 titels), Steffi Graf (7) en Serena (7) en Venus Williams (5) het grastoernooi in Londen domineerden. Gauff: ‘De onderlinge verschillen zijn kleiner, waardoor meer speelsters een kans maken.’
Dat is zeker het geval op gras, denkt oud-tennisster Andrea Petkovic. Volgens de Duitse speelster, die op elke grandslam minimaal de kwartfinale haalde, maar op Wimbledon nooit verder kwam dan de derde ronde, is gras de meest onvoorspelbare ondergrond.
‘Het is moeilijker om consistent te presteren op gras dan op andere baansoorten’, zegt ze. ‘Als je een mindere dag op het tragere hardcourt of gravel hebt, dan kun je de ballen makkelijker terugslaan, blijven rennen en wachten tot de tegenstander een fout maakt. Op het snelle gras is dat lastiger.’
Daar komt bij dat tennissers maar een paar weken per jaar op gras trainen en spelen. Het is een groot verschil met de hoeveelheid uren die ze op andere ondergronden maken. ‘Je traint het hele jaar door op gravel en hardcourt. Hoe meer je traint, hoe beter je wordt’, zegt de Poolse oud-tennisster Agnieszka Radwańska.
Volgens de verliezend Wimbledonfinalist van 2012 is dat op gras minder het geval. ‘Je houdt van deze ondergrond of niet, waardoor een verrassing sneller op de loer ligt.’
Het was even voorspelbaar als knap dat Iga Swiatek amper een maand geleden Roland Garros opnieuw op haar naam schreef. Als nummer één van de wereld en specialist op gravel maakte ze haar favorietenrol waar. De 23-jarige Poolse werd de jongste speelster ooit die het grandslamtoernooi in Parijs vier keer wist te winnen.
Zo dominant als Swiatek op het trage fijn gemalen baksteen is, zoveel moeite heeft ze om haar geliefde spel op het snelle gras te spelen. Op Wimbledon kwam ze nooit verder dan de kwartfinales, haar minste prestatie op alle grandslamtoernooien. Dat biedt kansen voor anderen.
‘Het is niet eenvoudig voor mij om in een paar weken te switchen van gravel, waarop ik mijn beste tennis speel, naar een ondergrond waarmee ik meer moeite heb’, zei Swaitek na haar nederlaag in de derde ronde tegen Joelia Poetintseva, de Kazachse nummer 35 van de wereld. ‘Het voelt alsof ik ondermaats heb gepresteerd.’
Voor Swiatek verschilt Wimbledon nogal van de andere drie grandslamtoernooien. Ze won de US Open (hardcourt) in 2022 en bereikte op dezelfde ondergrond in Australië al eens de halve finale. ‘Maar mentaal moet je Wimbledon anders benaderen’, aldus de vijfvoudig grandslamwinnares.
Swiatek wijst niet alleen op de korte voorbereidingstijd – ‘je kunt moeilijker toewerken naar je topvorm’ - maar merkt ook op dat tennissters op gras meer fouten maken dan op andere ondergronden. ‘Op het gras gaat het spel sneller en de bal blijft lager, dat maakt het lastiger’, zegt ze. ‘Het mentale aspect speelt daarom een grotere rol.’
De vraag is volgens haar wie zich het best aan de omstandigheden kan aanpassen. ‘De speelster die dat het beste doet, heeft de grootste kans om te winnen.’
Als Novak Djokovic op een grandslamtoernooi tegen een 2-0-achterstand in sets aankijkt, gaat hij vaak voor een paar minuten van de baan. In de kleedkamer pept hij zichzelf op en prent zichzelf in: het is nog niet te laat, ik kan deze partij nog omdraaien.
Het lukte hem al meerdere keren. Terwijl zijn tegenstanders voor een stunt dachten te zorgen, wist de succesvolste tennisser aller tijden de partij in vijf sets alsnog naar zich toe te trekken. Een of twee mindere sets aan het begin van de wedstrijd werden hem niet fataal.
Dat ligt anders bij de vrouwen. In tegenstelling tot de mannen spelen de vrouwen op grandslams geen best-of-five maar best-of-three wedstrijden. ‘Als een speelster een mindere set speelt, staat ze gelijk onder druk. Een verrassing is makkelijker als een wedstrijd korter duurt’, zegt oud-tennisster Johanna Konta.
Volgens de Britse speelster die in 2017 de halve finale op Wimbledon haalde, hebben de beste tennissers voordeel bij partijen die lang duren. ‘Hoe langer een wedstrijd duurt, hoe groter de kans is dat de kwaliteit komt bovendrijven.’
Ze wijst op de overige ATP-toernooien (buiten de grandslams) bij de mannen, waar wedstrijden net als bij de vrouwen ook best of three zijn. ‘Daar zijn de echte topspelers minder dominant dan op de grandslamtoernooien. Ze hebben simpelweg minder tijd om zich te herpakken als het een keer minder loopt.’
Maar hoe kan het dan dat Navratilova, Graf en de zusjes Williams zo lang wisten te domineren op Wimbledon? ‘Natuurlijk speelt de kwaliteit van een speelster een grote rol’, zegt Konta, die ooit de nummer vier van de wereld was. ‘Maar als de verschillen kleiner zijn, is een verrassing in een best of three makkelijker te realiseren dan in een best of five.’
Bij de mannen ontpopte Giovanni Mpetshi Perricard zich tot de sensatie van Wimbledon dit jaar. Het 21-jarige Franse talent was de eerste ‘lucky loser’ in 29 jaar die uit het niets de tweede week op het grandslamtoernooi in Londen wist te halen. Zij belangrijkste wapen: de service.
De 2.03 meter lange tennisser sloeg in vier wedstrijden 115 aces, voordat zijn droomvlucht in de vierde ronde tegen de Italiaan Lorenzo Musetti ten einde kwam. De opslag van Mpetshi Perricard was voor even de meest gevreesde klap op het park van Wimbledon.
Bij de vrouwen is de service minder dominant. Behalve Elena Rybakina (verloor verrassend in de halve finale) en Aryna Sabalenka (meldde zich geblesseerd af) zijn er niet veel speelsters die met hun vernietigende opslag het verschil kunnen maken. Zeker op het gras kan een harde service zogenoemde ‘gratis punten’ opleveren.
Niet voor niks werd Rybakina, die Wimbledon in 2022 al eens won, bij aanvang van de halve finales gezien als uitgesproken favoriet. De nummer vier van de wereld sloeg de meeste aces van alle speelsters, al staat het aantal nog altijd in schril contrast met de ‘gratis punten’ die Mpetshi Perricard bij de mannen produceerde: 39 om 115.
‘Ja, een goede service maakt tennissen op gras makkelijker, maar er zijn nu eenmaal niet heel veel speelsters met een opslag die echt het verschil maakt’, aldus Petkovic. Daar sluit de Belgische Kim Clijsters zich bij aan. ‘Ik denk dat er steeds minder typische grasspeelsters zijn, dat is ook de evolutie van de sport’, aldus de viervoudig grandslamwinnares, die op Wimbledon twee keer de halve finale haalde.
Met Paolini (een keer grandslamfinale Roland Garros) en Krejcikova (een grandslamtitel op Roland Garros) treffen twee 28-jarige speelsters elkaar vandaag in de finale. Daar had ook zomaar een leeftijdsgenoot kunnen staan: Ashleigh Barty. De Australische won Wimbledon in 2021, maar besloot een jaar later al met tennispensioen te gaan. De voormalig nummer één van de wereld is inmiddels moeder van een zoon.
Ze is niet de enige oud-Wimbledonkampioen die een kind kreeg. Angelique Kerber beviel vorig jaar van haar dochter. De winnares van 2018 en voormalig nummer één van de wereld tennist nog, maar is afgezakt naar plek 221 op de wereldranglijst. Dat zwangerschappen een rol spelen, beaamt Clijsters, al is het volgens haar niet de enige verklaring buiten het tennis om voor de verschillende winnaressen.
‘Ik heb het gevoel dat speelsters zich tegenwoordig makkelijker laten afleiden door allerlei randzaken, zoals sociale media, fotoshoots of uitnodigingen voor een feest’, zegt ze. ‘Het verbaast me niet dat Swiatek al zo lang de nummer één van de wereld is. Zo ver ik het kan zien, leeft zij het meest voor haar sport. Toen ik speelde, was ik honderd procent gefocust op mijn tennis en met niks anders bezig.’
Dat valt ook oud-tennisster Martina Hingis op. ‘Het lijkt wel of speelsters na een goede prestatie eerder tevreden of voldaan zijn’, zegt de Zwitserse Wimbledonkampioen van 1997. ‘Als dat zo is, is de kans ook groter dat je weer sneller van het hoogste podium verdwijnt.’
Over de auteur
Guus Peters schrijft voor de Volkskrant over voetbal en tennis.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant