In een inmiddels klassieke scène uit de serie Girls (2012) zegt schrijver Hannah tegen haar ouders: ‘Ik denk dat ik de stem van mijn generatie ben. Of ten minste: een stem, van een generatie.’ Dat Hannah met name in zichzelf is geïnteresseerd, belet haar niet later een boekcontract te versieren als voice of a generation. Ik dacht eraan toen ik deze week in talloze kranten las over het boek De havermelkelite, waarin Jonas Kooyman ‘de yuppen van deze tijd een spiegel voorhoudt’. Misschien ten overvloede: ‘havermelkelite’ is een Randstedelijke groep ‘twintigers, dertigers of vooruit, veertigers’ die zich laat voorstaan op verantwoorde consumptie. Denk natuurwijn en zuurdesembrood.
Ook Nederlandse media zijn wanhopig op zoek naar de stem van een generatie, of anders een stem, en die lijkt gevonden in voormalig NRC-journalist Kooyman. Het begrip havermelkelite verzamelde vooral bekendheid met het gelijknamige Instagram-account, waarop hij deze groep stedelingen lichtjes bespot – en tegelijk feliciteert met hun kennis van de Randstedelijke statussymbolen. Toen volgde een sneeuwbaleffect: er kwam media-aandacht, meer volgers, een podcast, adverteerders, meer volgers (inmiddels 187 duizend) en dan mailt de uitgever die er een boek in ziet.
Over de auteur
Emma Curvers is mediaverslaggever en columnist van de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Dat Kooyman tot het eindstation op deze trein blijft zitten valt te begrijpen, maar dat media dit fenomeen zo buiten zijn krachten oppompen is ergerlijk. Want een goed verzonnen begrip dat (vooruit) het consumptiepatroon van een groepje stedelingen vat, is nog geen boeiend portret van een generatie. Zo vertelt het boek al gauw dat ‘havermelkelite’ eigenlijk verschillende groepen omvat: zowel Birò-rijdende Zuidas-types, als armere linnentasjesdragers die bijna hun hele inkomen besteden aan huur. Zowel locals als expats. Gen Z en millennials. Inmiddels was deze elite ook weer koemelk gaan drinken, vertelde Kooyman in Het Parool– maar bestaat de havermelkelite dan nog wel? Of moet het begrip havermelkelite in leven gehouden worden voor Kooymans advertentie-inkomsten?
Terwijl Kooyman plichtmatig wat foetert op het kapitalisme als de oorzaak van gentrificatie, lijdt ook zijn eigen methode aan een kapitalistisch kwaaltje; hij definieert zijn onderwerp uitsluitend aan de hand van consumptie: Salomon-sneakers, Le Creuset, Van Moof. Zijn idee is dat mensen uitsluitend kiezen wat ze dragen en waar ze sporten en eten om hun status te verhogen. Deze cynische en weinig hoopgevende kijk op cultuur verraadt niet alleen zijn eigen obsessie met status, Kooyman onderzoekt ook niet of het wáár is. Kooyman houdt zijn generatie helemaal geen spiegel voor: hij houdt alleen de kassabonnetjes bij.
Het past allemaal wel zo makkelijk in het cliché van de verwende, verkwistende en schijnheilige jonge stedeling. Zo drink je volgens Kooyman alleen havermelk om te laten zien dat je vijftig cent extra overhebt voor deugdzame melk. Een idee dat vanzelf waar wordt, want Kooyman vult wekelijks zijn Instagramrubriek ‘Meest havermelkelite actie van het weekend’, waarvoor volgers een biecht insturen over hun eigen hypocriete en schijnheilige havermelkelite-gedrag. Dat ze een klimaatdocu kijken in het vliegtuig bijvoorbeeld, of te beroerd zijn om een gevallen Airpod op te rapen (‘thuis nieuwe besteld’). Het is irritainment, erkent Kooyman, maar hij vraagt zich niet af of hij misschien een verwrongen beeld geeft van zijn zelfgeschapen club, omdat hysterische dingen nu eenmaal grappiger zijn. Intussen vieren zijn volgers hier toch vooral de zelfgenoegzaamheid. Alsof erkénnen dat je hypocriet bent, je magischerwijs een minder grote eikel maakt.
Het gekke is: ik dacht hierbij terug aan een vlammend essay van Toine Donk – de uitgever van Kooyman. Volgens Donk blijven millennials zich maar presenteren als tegencultuur, terwijl ze al lang een machtige klasse zijn, die mede zélf de dienst uitmaakt. Donk was vooral de eeuwige zelfspot van zijn generatie zat, omdat die serieuze kritiek in de weg staat. Zelfspot, schreef Donk, biedt de podcastmakers en nieuwsbriefschrijvers van onze tijd nog een ander voordeel: het maakt de boodschap verteerbaar én verkoopbaar. Hij vreesde dat we ‘heel handig zijn geworden in een nieuwe vorm van kapitalisme; geld verdienen vermomd als sociaal commentaar’. Beter had ik het niet kunnen zeggen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant