Home

Tonke Dragt (1930-2024) bewees dat kinder- en jeugdboeken ook literatuur kunnen zijn

Tonke Dragt, wereldwijd bekend van onder meer De brief voor de koning en De Zevensprong, is vrijdag op 93-jarige leeftijd overleden. Haar boeken zijn nog altijd populair bij kinderen én hun ouders.

De laatste van de drie grote naoorlogse jeugdauteurs is dood. Uitgeverij Leopold maakte zaterdagochtend bekend dat Tonke Dragt, voluit Antonia Johanna Dragt, op 93-jarige leeftijd is overleden. Samen met Annie M.G. Schmidt en Paul Biegel bewees ze dat kinderboeken niet onderdeden voor literatuur voor volwassenen.

Dragt publiceerde haar belangrijkste jeugdromans, De brief voor de koning (1962), De Zevensprong (1966) en Torenhoog en mijlen breed (1969), in de jaren zestig van de vorige eeuw, maar ze worden door steeds nieuwe generaties kinderen gelezen en door hun ouders herlezen. Dat zal ook nog wel even zo blijven.

Dragt werd geboren op Java in 1930 als oudste van drie dochters van verzekeringsdeskundige Dries Dragt en zijn vrouw Ada. Grootste drama in haar leven was de Japanse bezetting en de puberjaren achter het kawat, het bamboehek met prikkeldraad van kamp Tjideng, een afgegrendelde wijk van Batavia. Spreken deed ze daarover liever niet.

Maar misschien vond ze het kamp achteraf wel minder erg dan naar het koude, fantasieloze Nederland te moeten en nooit meer terug te mogen. Wat ze zéker belangrijker vond waren ervaringen die haar een leven lang dierbaar zouden blijven: de stiekeme natuurkundelessen die ze er kreeg onder de sterrenhemel en de verhalen die ze met haar beste vriendin verzon. Dragt vond: ze overleefde het kamp omdat ze fantasie had, niet andersom. Toen De brief voor de koning in 2004 in het Japans verscheen vond ze dat ‘een genoegdoening’, maar meer ook niet.

Toch kreeg ze na een tijdje altijd lichtjes in haar ogen als het gesprek toch weer op Indonesië was gekomen. Dan vertelde ze van lange wandelingen door het oerwoud, bergbeklimmingen naar sprookjesmeren. Daarbij dook ze in elkaar, maakte klauwen van haar handen en fluisterde over Si Matjan de tijger, wiens naam je niet hardop mocht uitspreken. Anders kwam hij je halen!

In haar gebatikte gewaden bleef ze met haar meestal in de war zittende half lange haar met recht afgeknipte pony het midden houden tussen een middeleeuwse page en een Indonesische toverheks. Mythevorming die ze fanatiek tegensprak, want aan psychologiseren had ze een hekel, maar ondertussen met liefde in stand hield.

In Den Haag volgde ze de kunstacademie. Werk was er genoeg, dankzij de naoorlogse geboortegolf. Eind jaren vijftig kon ze in een noodgebouwtje van de Rijswijkse Scholengemeenschap meteen aan de slag. Het mag een prestatie van formaat heten dat ze daarnaast – ze hield het lesgeven tot de jaren tachtig vol – ook nog een van de grootste sprookjesschrijfsters van Nederland werd. Misschien wel dé grootste. Dat betekende: ’s nachts werken, in bed.

Maar niet van kunst afhankelijk zijn was ook een zegen. Konden Schmidt en Biegel naast hun meesterwerken nog wel eens last hebben van veelschrijverij, Dragt wikte en woog, schaafde ’s nachts door aan haar vuistdikke romans, greep herdrukken regelmatig aan om nog eens goed naar de tekst te kijken, draalde eindeloos met manuscripten, was nooit tevreden en gaf vooral veel níet uit. Ze hield het bij negen puntgave, dikke jeugdromans die nog steeds lezen alsof ze vandaag geschreven zijn.

Het belangrijkste waar ze op lette was dat alles klópte. In maar weinig oeuvres loopt fantasie en werkelijkheid zo griezelig geloofwaardig door elkaar en blijven lezers achteraf zo lang doordenken over hoe het nu precies zit. Ze kreeg daar duizenden brieven met prangende vragen over. Ze altijd met een oplossing, in haar handgeschreven antwoorden hield ze de magie van haar boeken – die ze trouwens ook nog eens zelf illustreerde – overeind.

De combinatie van het lesgeven, haar succes als schrijfster, lezingen, het meewerken aan de onder veel belangstelling gemaakte verfilming van De Zevensprong door Karst van der Meulen en de nationale en internationale belangstelling braken haar uiteindelijk op. Ze was in de vijftig, kon niet meer en nam begin jaren tachtig onder protest afscheid van school. Daarna verschenen er steeds minder boeken en de boeken werden ook steeds vreemder.

In het begin van de nieuwe eeuw leefde de belangstelling voor haar werk, die nooit helemaal weg was geweest, weer op. De fantasygolf rond Harry Potter droeg daar aan bij, maar ook de Griffel der Griffels die ze in 2004 kreeg voor – natuurlijk – De brief voor de koning, misschien wel het meest geslaagde jeugdboek dat ooit in Nederland verscheen en sinds 1962 permanent in druk.

Het plotloze tweeluik met de veelzeggende titel Zeeën van tijd kwam niet meer af, hoewel ze er tot kort voor haar dood aan bleef werken. Al was ze maar omdat ze uitvindingen als internet en de mobiele telefoon er in moest verwerken om geloofwaardig te blijven. Misschien, zullen haar fans graag geloven, is ze wel verdwaald in haar laatste boek.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next