Home

Voor de Afas-baas die de vierdaagse werkweek invoerde is ‘bullshitbanen’ wegsnoeien een haast heilige taak

Softwarebedrijf Afas baarde veel opzien door te kiezen voor een vierdaagse werkweek. Dat is niet het enige opvallende aan het bedrijf uit Leusden, met zijn extreme hang naar efficiëntie en nadruk op ‘liefde’. Algemeen directeur Bas van der Veldt: ‘Er zit wel wat zendingsdrang in.’

Iedere dag herinnert een reeks ingelijste foto’s de ruim zeshonderd medewerkers van Afas Software aan waartoe ze op aarde zijn. Op kantoor hangen grote portretten van administratief medewerkers uit alle delen van de wereld. De geportretteerden – vastgelegd door fotograaf Jan Banning voor zijn serie Bureaucratics – zitten in grauwe werkkamers, omringd door paperassen. Stuk voor stuk mensen die volgens Afas verlossing verdienen van hun repetitieve taken.

Afas – voluit: Applications for Administrative Solutions – is een van de succesvolste techbedrijven van Nederland. De onderneming uit Leusden bouwt sinds 1996 bedrijfssoftware voor zaken als boekhouding en salarisadministratie en heeft inmiddels zo’n 14 duizend klanten. Ruim 3 miljoen Nederlanders krijgen hun salaris uitbetaald met behulp van deze software.

Klinkt misschien doodsaai. Maar voor de geanimeerd sprekende ceo Bas van der Veldt (47) is het wegsnoeien van overbodig werk een bijkans heilige missie. Niet zozeer omdat dit geld bespaart. Nee, volgens Van der Veldt houden medewerkers zo meer tijd over voor leukere zaken. Automatisering als sleutel voor een mooier leven.

Het ultieme bewijs daarvoor wil Afas nu zelf leveren, met de invoering van een vierdaagse werkweek. Medewerkers werken vanaf aankomende januari een dag minder, terwijl ze gewoon voor vijf dagen krijgen uitbetaald. Het is voor zover bekend het eerste grote Nederlandse bedrijf dat hiervoor kiest. Elke vrijdag blijft het kantoor dicht. Iedereen mag zelf weten hoe ze die dag invullen – zelf wil Van der Veldt hem besteden aan gitaarles en zijn privéstichting voor goede doelen, die hij samen met zijn vrouw Lucia bestiert.

Over de auteurs
Niels Waarlo en Ashwant Nandram zijn economieverslaggevers voor de Volkskrant.

En dat terwijl er in Leusden al ‘maximaal gepamperd’ werd, zegt de ceo in zijn werkkamer. Wekelijks krijgt Afas masseurs over de vloer, het serveert voor weinig geld uitgebreide lunches en gratis gembershotjes. Dit gebeurt in het futuristisch ogende hoofdkantoor − het ‘Clubhuis’ genaamd − met onder meer een gymzaal, fitnessruimte en meerdere pianovleugels. Het gebouw huisvest een professioneel uitgerust theater met plek voor 850 bezoekers. Tot vorige week speelde er 14 de musical, over Johan Cruijff. Buiten, in een soort slotgracht om het complex, drijven trapbootjes in de vorm van zwanen.

Van der Veldt begon afgelopen februari voor het eerst na te denken over een vierdaagse werkweek, nadat een enthousiasteling hem hierover had benaderd via LinkedIn. Dat wekte in eerste instantie ‘aversie’ op, vertelt hij. ‘Ik dacht: vroeger werd er pas hard gewerkt. Tegenwoordig nemen studenten maar tussenjaren en wil iedereen parttime werken. Ik klonk dus als een oud mannetje, en daar houd ik niet van.’

Een week later begon hij er nog eens over tijdens een ‘stevige wandeling’ met financieel directeur Arnold Mars. Die was ook niet enthousiast. ‘Maar soms is het goed om je af te vragen waaróm je ergens jeuk van krijgt’, zegt Van der Veldt. ‘Om te kijken of het op meer is gebaseerd dan je onderbuik.’

Al pratend begon het de twee Afas-directeuren te dagen: zo’n vierdaagse werkweek past wel degelijk bij hun bedrijf. ‘Wij IT’ers beloven al zolang we bestaan werk eenvoudiger te maken, zodat er voor medewerkers tijd overblijft. Maar zodra die tijd beschikbaar komt, vragen bedrijven ze om meer te doen. En meer te doen.’

‘Ook bij Afas. We zijn hier veel efficiënter geworden: de omzet is in 28 jaar tijd gegroeid van 60 duizend naar 450 duizend euro per medewerker. Dat is een groei van 650 procent, en dat gaat alsmaar door. Wanneer gaan de medewerkers daar dan van profiteren? We hebben wel een winstdeling en toffe uitjes, een mooi gebouw en gembershotjes. Maar het ultieme cadeau is tijd.’

U wilt de dienstverlening op hetzelfde niveau houden, terwijl medewerkers daar minder tijd voor krijgen. U dwingt ze zo tot een forse efficiëntieslag. Is dat geen recept voor burn-outs?

‘Ik denk van niet. Wij hebben iedereen gevraagd eens opnieuw na te denken over de werkdag: is die vergadering nodig? Moet die echt een uur duren? Bovendien zitten we dankzij kunstmatige intelligentie aan de vooravond van een gigantische productiviteitsverbetering. Ik geloof dat AI van mensen supermensen kan maken.’

Als voorbeeld noemt hij een onlangs geïntroduceerde telefoonlijn voor salesmedewerkers. ‘Zij kunnen na een klantbezoek inspreken waar ze het over hebben gehad. Dat wordt automatisch getranscribeerd, samengevat en in het klantdossier gezet. Het levert tijdwinst op en scheelt werk waar niemand op zit te wachten.’

Constant is Van der Veldt op jacht naar efficiëntieslagen. Door de kantoorgangen zoeven robotstofzuigers. Op vergadertafels staan grote zandlopers, zodat besprekingen ook écht binnen een halfuur zijn afgerond. In plaats van urenlange directievergaderingen te houden, nemen de Afas-directeuren hun presentaties vooraf op in een studio op kantoor. Die kan iedereen dan op zijn eigen moment beluisteren, zegt Van der Veldt, ‘bijvoorbeeld tijdens een boswandeling, op anderhalf keer de snelheid’. De vergadering gaat vervolgens een stuk sneller.

En topman of niet: een secretaresse of assistent zegt Van der Veldt niet nodig te hebben. Mails en LinkedIn-berichten beantwoordt hij zelf, in meer dan 80 procent van de gevallen met standaardantwoorden die soms zijn aangevuld door AI. Door zijn agenda tot op de minuut in te delen ‘programmeert’ hij zichzelf, zegt financieel directeur Arnold Mars voorafgaand aan het interview. ‘Ik ken weinig mensen die daar zo extreem ver in gaan als Bas.’

Stoorzenders probeert Van der Veldt intussen uit te bannen. Zoals het nieuws. Dat is volgens de ceo ‘als suiker voor de ziel, vluchtig en sensatiezoekend’. Liever houdt hij het bij boeken, of podcasts met achtergrondverhalen. Dat hij daardoor tijdens het interview halverwege juni nog niet weet dat Dick Schoof al weken kandidaat-premier is, deert hem niet zo veel. ‘Het brengt rust in mijn hoofd. Ik ben een stoïcijn, bezig met wat in mijn cirkel van invloed zit.’

U hoopt meer bedrijven te inspireren om over te stappen op een vierdaagse werkweek. Maar economen wijzen op het arbeidstekort en de toenemende vergrijzing. Vanuit dat oogpunt lijkt het verstandiger om juist meer te werken.

‘Van macro-economie heb ik weinig verstand, maar over het arbeidstekort en de vergrijzing hoor ik veel ouderwets geleuter. Er zijn zo ongenadig veel bullshitbanen. Wij komen binnen bij veel bedrijven die met twintig mensen het werk doen waar wij er één voor nodig hebben. Omdat organisaties niet snappen hoe ze dingen moeten organiseren en automatiseren.’

Hij wijst naar de twee verslaggevers. ‘Waarom zitten jullie hier bijvoorbeeld met z’n tweeën?’ De tegenwerping dat dit bijvoorbeeld kan leiden tot scherpere vragen en verschillende perspectieven, werpt hij direct van zich af. ‘Dat verhaal ken ik. Maar voortaan zeggen we: één van jullie gaat de volgende keer niet meer mee. Als je dan ook een dagje een fotocursus doet, hebben we de fotograaf ook niet meer nodig. En als ik met jullie meega naar de redactie, zie ik daar nog veel meer vreselijke dingen. Je moet arbeid niet als een gegeven beschouwen, maar als iets waar je kritisch naar moet kijken.’

‘Dat klinkt heel ongezellig, maar efficiëntie geeft juist gezelligheid. Zo hebben wij beneden een digitale receptionist staan. Bij een paal scannen gasten hun QR-code, waarna ik een berichtje krijg. Er staan beneden nog steeds mensen, maar die zijn niet meer bezig met stomme dingen, zoals mij bellen: ‘Bas, je bezoek is er.’ In plaats daarvan maken ze een lekker broodje en gembershotje voor je, en beginnen ze een persoonlijk praatje.’

De IT-sector kampt met grote personeelstekorten. Voeren jullie deze verkorte werkweek niet vooral in om nieuwe mensen aan te trekken?

‘Nee. Als je op onze website kijkt, hebben we geloof ik drie vacatures. Inderdaad, we kregen binnen 24 uur nadat het nieuws over onze vierdaagse werkweek naar buiten was gekomen veel sollicitaties binnen. Maar denk je dat dat echte talenten waren, of vooral gelukszoekers?’

Toch zijn de reacties op het plan niet louter positief, merkte de topman. ‘Twee potentiële klanten willen niet meer met ons in zee. Die zijn principieel tegen het idee. Ze vrezen dat meer medewerkers straks alleen nog maar vier dagen willen werken, en dat zij daardoor niemand meer kunnen krijgen. Toen dacht ik: dit is precies waarom veel bedrijven niet over durven te stappen op kortere werkweken. De angst om een klant te verliezen, om een opdracht niet te scoren of dat er raar over je gepraat wordt. Wij zijn daar niet zo bang voor.’

Afas, zo zegt de topman, moet ‘de toekomst van werken laten zien’. Het gevoel dat ze voortrekkers zijn, zit dan ook diep in de onderneming ingebakken. Niet alleen als het gaat om automatisering. Met zijn goededoelenstichting, waarmee Afas vorig jaar 9 miljoen euro doneerde, wil Afas een voorbeeld voor andere bedrijven zijn. Bovendien heeft het een van zijn gebouwen nabij het hoofdkantoor opengesteld voor tijdelijke opvang van Oekraïense vluchtelingen.

Bij deze eigengereide koers scheelt het dat Afas een familiebedrijf is, waardoor het geen aandeelhouders in de nek heeft hijgen op jacht naar snel rendement. De firma is in handen van de families Van der Veldt en Mars. Bas van der Veldt werd al vroeg betrokken bij de zaak: op zijn 19de begon hij er als productmanager. Zo’n vijftien jaar geleden namen hij en Arnold Mars de leiding over van hun vaders.

Deze twee oprichters staan in de top-100 van de Quote 500 met rijkste Nederlanders, mede door de hoge geschatte waarde van hun bedrijf en tientallen miljoenen euro’s aan winstuitkering per jaar. Afas is dan ook uitzonderlijk winstgevend. Op een omzet van 290 miljoen euro maakte het afgelopen jaar maar liefst 108 miljoen euro winst.

Niettemin is Afas relatief vrijgevig. Ook andere bedrijven mogen meer maatschappelijke betrokkenheid tonen, meent Van der Veldt. En dat laat hij graag publiekelijk merken. ‘Ik vind het erg leuk om op het podium te vertellen wat wij allemaal doen. En dan zeg ik tegen de zaal: als je niet de eindverantwoordelijke bent bij de organisatie, loop morgen gewoon eens het kantoor van de directeur binnen en vraag: ‘Zeg, hoeveel schenken wij eigenlijk aan het goede doel?’ Als het dan stil blijft, heb je iets te pakken.’

Dus ja, geeft hij zonder omhaal toe, ‘er zit wel wat zendingsdrang in. We zitten hier toch bij de Veluwe.’ Daarmee verwijst hij met een knipoog naar het feit dat zijn hoofdkantoor midden in de Biblebelt staat. Maar, benadrukt hij, ‘we zijn geen christelijk bedrijf’. Financieel directeur Mars is weliswaar christelijk opgevoed en praktiserend protestant, Van der Veldt zegt zelf een niet-praktiserende katholiek te zijn.

Toch komt een deel van de principes van het bedrijf wel degelijk voort uit christelijke normen en waarden als naastenliefde en rentmeesterschap, geeft hij toe. ‘Daar kun je de term christelijk dan opplakken, dat mag. Maar dan doe je veel van onze moslimcollega’s, en de atheïsten en de agnosten die hier werken, tekort.’

Over naastenliefde gesproken: gaat het over de omgang met medewerkers, dan komt Van der Veldt telkens terug bij het woord ‘liefde’. ‘Dat betekent echte betrokkenheid. Ik ben soms de hele dag berichtjes aan het inspreken. Vanochtend nog bij een collega die gisteren haar derde operatie heeft gehad voor borstkanker.’

‘En een tijdje geleden was de partner van een van onze supportmedewerkers ziek. Daar besteden we dan veel aandacht aan, in stand-ups, in meetings, vanuit collega’s en de directie. Laatst hoorde ik dat die partner vele malen meer betrokkenheid had ervaren vanuit Afas dan van het eigen bedrijf. Eigenlijk best pijnlijk.’

Omgekeerd verwacht Afas ook grote betrokkenheid van medewerkers. Ze worden geacht aanwezig te zijn bij borrels en uitjes, zoals het jaarlijkse bedrijfsfestival. Een plicht geldt er niet, ‘maar als je daar stelselmatig geen interesse in hebt, dan pas je hier waarschijnlijk niet’.

De betrokkenheid van het bedrijf kan ver gaan. Als iemand overgewicht heeft, kan die daarop worden aangesproken.

‘Die kan de vraag krijgen of er misschien ondersteuning nodig is bij het afvallen. Uit liefde en betrokkenheid.’

Dat zal niet bij iedereen in goede aarde vallen. Zijn er ook mensen die niet bij deze cultuur passen?

‘Een enkele keer schiet er bij het aannemen van nieuwe medewerkers iemand doorheen die niet blijkt te passen. Dat zijn mensen die gewoon een baan van 9 tot 5 willen, die hun werk niet zien als een passie of een gezamenlijk project. Als je op een verjaardagsfeestje negatief praat over Afas en er zit een Afas-medewerker bij, dan zal die daar direct wat van zeggen. ‘Dat is onterecht, je praat lelijk.’ Of: ‘O, kak zeg, dat ga ik voor je oplossen.’ Die zal zich écht persoonlijk aangesproken voelen. Zulke betrokkenheid is niet sektarisch, iets dat we erin rammen, dat is automatisch ontstaan.’

Arbeidseconomen die we spraken wijzen erop dat jullie extreem winstgevend zijn. Dan is het een stuk makkelijker om je personeel in de watten te leggen en een vierdaagse werkweek in te voeren, klinkt het.

‘Maar wat is de kip en wat is het ei? Kunnen we ons gedachtegoed naleven omdat we zo winstgevend zijn? Of zijn we zo winstgevend omdat we ons gedachtegoed naleven?

‘Ik snap dat niet iedereen een gymzaal kan bouwen. Maar liefdevol met je medewerkers omgaan kan ook gewoon betekenen dat je een voetbaltafel naar binnen schuift. Dat kost 500 euro. Een van onze medewerkers hoorde van een vriendin: jullie krijgen een gratis dag, wij krijgen niet eens gratis fruit op het werk. Een belletje na een operatie om te horen hoe het gaat, kost zelfs helemaal niks.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next