Home

Uitgeprocedeerd? Je krijgt alleen een bed als je zegt dat je terug wil

Hé man, gaat-ie goed?” Opgewekt loopt Faycal Kada (52) door winkelcentrum de Koperwiek in Capelle aan den IJssel. Hij kent alle gangen, de mensen die er werken. Kada geeft de groenteboer een hand. „Wanneer zie ik jou weer?” Kada helpt de groenteboer regelmatig, in ruil voor een paar stuks fruit.

Faycal Kada stapt een koffiecorner binnen en met een dienblad in zijn hand zwaait de eigenaar naar hem. „Ik heb een journalist meegenomen”, zegt Faycal. De eigenaar reageert afwerend. „Niets negatiefs vertellen hè”, zegt hij, voor hij naar achteren verdwijnt. Kada komt hier al jaren. Na sluitingstijd, buiten het zicht van beveiligingscamera’s en klanten, dweilt hij de vloer voor een tientje.

Kada’s betaalpas – uitgegeven door het Leger des Heils – doet het maar in één winkel: de supermarkt. Er zit een limiet op van zes euro per dag. „Zodat ik geen dure dingen kan kopen.”

De Koperwiek ligt op een paar minuten lopen van zijn opvang. Aan een verlaten parkeerplaats, ingeklemd tussen een provinciale weg en de metrolijn van Capelle aan den IJssel, staat de bruine container met smalle raampjes waar de gemeente Rotterdam afgewezen asielzoekers huisvest. Kada – donkerblauw trainingspak met gele strepen, pilotenbril met grote glazen – vluchtte 27 jaar geleden uit Algerije, maar kreeg in Nederland nooit een verblijfsstatus.

In de bruine container wonen tientallen afgewezen asielzoekers zoals Kada. Mensen die van de Nederlandse overheid moeten vertrekken, maar dat niet doen. Om te voorkomen dat ze dakloos rondzwerven, is er nog een laatste plek: de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV), voorheen bekend als de bed, bad en brood-regeling. De opvang zit in vijf steden waar in totaal 640 uitgeprocedeerde asielzoekers verblijven. Naast Rotterdam zijn er ook LVV’s in Amsterdam, Utrecht, Groningen en Eindhoven.

Maar het nieuwe kabinet gaat stoppen met de LVV-opvang. In het hoofdlijnenakkoord staat dat er vanaf volgend jaar geen rijkssubsidie meer heen gaat. Dit is de eerste concrete consequentie van „het strengste asielpakket ooit” dat de coalitiepartijen overeen kwamen.

Het stoppen van de LVV leidt tot frustratie bij gemeenten, die deze week een „klemmende oproep” deden aan minister Marjolein Faber (Asiel, PVV) om de opvang open te houden. In een brandbrief schrijven burgemeesters te vrezen voor overlast als de ongedocumenteerde migranten op straat belanden.

Over deze fotoserie

Faycal Kada uit Algerije is 52. Hij bouwde in Nederland een bestaan op in de illegaliteit, tot hij vorig jaar getroffen werd door twee beroertes. Hij raakte dakloos en meldde zich toen bij de Rotterdamse LVV. NRC-fotograaf Hedayatullah Amid volgde hem een middag.

De LVV in Rotterdam.

Illegaliteit

Het idee voor een opvang voor mensen zonder verblijfspapieren komt uit 2015, toen het kabinet-Rutte II bijna viel over dit thema. De PvdA wilde voorkomen dat ongedocumenteerden op straat moesten slapen, de VVD wilde illegaliteit juist strafbaar stellen. Afgesproken werd dat gemeenten bed, bad en brood zouden aanbieden voor deze groep. In 2019 werd de regeling omgevormd tot de LVV in vijf steden, zodat er één landelijk beleid zou komen. Vanaf dat moment heeft het rijk hier jaarlijks zo’n 15 miljoen euro voor betaald, en de gemeenten zelf samen nog eens 6 miljoen. Ongedocumenteerden krijgen in de LVV onderdak, eten en leefgeld. Maar niet voor niets.

De voorwaarde is dat de afgewezen asielzoekers meewerken aan een ‘oplossing’ voor hun situatie, óók als dat betekent dat ze moeten terugkeren naar hun land van herkomst. En daar begint de leugen die de kern vormt van het systeem: de asielzoeker moet beloven mee te werken aan zijn vertrek, juist om zich te verzekeren van opvang in Nederland.

Hoe werkt dat systeem? NRC sprak met tientallen medewerkers en bewoners en zag interne documenten en cijfers over de opvang. Een portret van wat de laatste halte voor vertrek had moeten zijn.

Onder een brug

De Algerijn Faycal Kada heeft dan nooit papieren gehad, hij kon zich altijd prima redden. Met zijn zwarte baantjes op de Rotterdamse markt, in de horeca en bij winkels kon hij een kamertje in onderhuur betalen. Tot hij vorig jaar twee beroertes kreeg. Hij kon niet meer werken en raakte dakloos. Toen klopte hij aan bij de Rotterdamse LVV.

Wie gebruik wil maken van de vreemdelingenvoorziening, moet eerst een document ondertekenen. Daarin staat dat hij zal meewerken aan een ‘toekomstoriëntatietraject’. Waar die ‘toekomst’ ligt, is dan nog ongewis. Kada tekent. Hij had geen keuze, zegt hij. „Het was dat, óf onder een brug slapen.”

Het traject in de LVV begint met een zogeheten juridische screening. Betrokken ngo’s – waarvan VluchtelingenWerk de bekendste is – onderzoeken of een uitgeprocedeerde asielzoeker niet alsnog recht heeft op een verblijfsvergunning. Bijvoorbeeld omdat er fouten zijn gemaakt in de procedure, of omdat er nieuw bewijs is gevonden.

Het is een allesbepalend moment. Een positieve uitkomst betekent dat er opnieuw een verblijfsaanvraag kan worden gedaan – en dat de ongedocumenteerde naar een asielzoekerscentrum verhuist. Wie een negatieve screening ontvangt, moet verplicht gaan werken aan vertrek uit Nederland.

Faycal neemt zijn ochtendmedicatie.

Voor Kada is het al snel duidelijk dat hij niet mag blijven. Algerijnen zoals hij maken amper kans op asiel. Voor zijn terugkeertraject moet hij wekelijks met begeleiders gaan praten over zijn toekomst in Algerije. Hoe ziet hij zichzelf over vijf jaar? Heeft hij zijn zus uit Algerije al gevonden, zodat ze kan helpen zoeken naar identiteitspapieren? Kada is afgelopen jaren vier keer tevergeefs bij het Algerijnse consulaat geweest. „Ik heb alles gegeven: waar ik heb gewoond, gestudeerd, bij welke voetbalclub ik zat. Een foto, mijn vingerafdrukken.” Het consulaat zegt niets over zijn identiteit te kunnen vinden. „Op basis van de verstrekte informatie”, schreef de DT&V hem onlangs per brief, „bent u onbekend in Algerije”.

De DT&V gelooft nog steeds niet dat Kada er alles aan heeft gedaan om terug te keren. Wíl hij wel terug? „Nou”, zegt Kada, „alleen als een verblijfsvergunning hier geen optie is.”

Ondertussen werkt hij gewillig met zijn begeleiders mee aan plannen voor een nieuw leven in Algerije. Ze hebben met elkaar verschillende soorten bedrijfjes bedacht die hij in Algerije zou kunnen beginnen: in verpakkingsmaterialen, internetwinkels, een taxi-onderneming.

Net zoals Kada zijn sinds 2019 honderden andere afgewezen asielzoekers door de molen van het systeem gegaan.

Het dossier van H., een vrouw uit Ethiopië, laat gedetailleerd zien hoe dat kan gaan. Als H. in februari 2020 in de Amsterdamse LVV hoort dat ze terug moet naar haar geboorteland, stemt ze in met een terugkeertraject. Haar telefoon begint te rinkelen, het zijn begeleiders van terugkeer-ngo’s die haar willen helpen.

Terugkeerbegeleiders

Maar eind augustus, na meer dan zeventien telefoontjes en gesprekken, schrijven haar terugkeerbegeleiders dat H. ‘niet serieus lijkt’. Ze komt steeds vaker niet opdagen. ‘Met cliënt gesproken over haar afwezigheid in de laatste weken’, noteren ze in haar logboek, in bezit van NRC, waarin elk contactmoment gedetailleerd wordt bijgehouden. Daarin is te lezen dat ze steeds een beetje ziek is. Elke week hetzelfde excuus, zegt haar begeleider, ‘maakt het moeilijk’ om haar te geloven.

Een maand later, in september 2020, zegt H. dat ze ‘slechts voor 20 procent terug wil’. H. woonde in Nederland met haar partner, ze verloor haar verblijfsrecht toen haar huwelijk wegens huiselijk geweld verbroken werd. ‘Met haar erover gehad dat het om loslaten gaat, anders blijft je in het verleden hangen’, zo noteren de begeleiders over een van de gesprekken. ‘Pas als je het loslaat, ook de droom in Nederland te kunnen blijven, dan kan je je pas richten op de toekomst.’

Van haar begeleiders moet H. nadenken over bedrijven die ze in Ethiopië zou kunnen beginnen. H. zegt dat ze een restaurant wil, maar een paar gesprekken later wil ze toch liever kapper worden. ‘Want een restaurant runnen lijkt haar lastig.’ Een week later schrijven de begeleiders: ‘H. zegt dat ze geen ervaring heeft met knippen.’

H. is al bijna twintig jaar niet in Ethiopië geweest. Ze vertelt haar begeleiders dat ze bang is om terug te gaan, zeker als ‘vrouw alleen’ – er woedt op dat moment een burgeroorlog. De begeleiders laten haar daarop telefoneren met een partnerorganisatie in Ethiopië, die haar vertellen dat het er veilig is. ‘Ze hoeft zich geen zorgen te maken’, schrijven ze.

Als er maanden voorbij zijn, beginnen de begeleiders hun geduld te verliezen. In het najaar van 2020 zeggen ze H. dat ze ‘eerlijk moet zijn’. Ze moet ‘echt meer van zichzelf laten zien dat ze serieus werkt aan terugkeer’. Het alternatief, aldus de begeleiders, ‘is dat haar verblijf wordt beëindigd en dat ze op straat komt. Dit plaatst haar wel in een kwetsbare situatie als vrouw zijnde.’

H. blijft zeggen dat ze terug wil.

Faycal onderweg naar Rotterdam.

Anderhalf jaar

Zo kunnen uitgeprocedeerde asielzoekers door op papier wel mee te werken aan terugkeer, het lang in de LVV uithouden. Met gemeenten is afgesproken dat de asielzoeker iedere drie maanden moet aantonen dat hij meewerkt, en dat de opvang dan weer kan worden verlengd. Als die deadline voor H. voor de zoveelste keer nadert, heeft ze nog steeds geen plan. Ze twijfelt steeds meer over haar terugkeer, net als veel anderen in de LVV. ‘Ze kan niet echt goed voor zichzelf denken’, schrijven de begeleiders.

H. heeft gehoord dat mensen in de LVV het stopzetten van hun opvang aanvechten. Veel LVV-bewoners weten dat er een advocaat is die ervoor kan zorgen dat je mag blijven: Pim Fischer. Hij spande afgelopen jaren meer dan honderd zaken aan om te voorkomen dat mensen uit de LVV worden gezet.

Dus toen Marouf (26) uit Niger in november 2022 hoorde dat hij uit de Amsterdamse LVV moest vertrekken, belde hij naar Assen, naar het kantoor van Pim Fischer. „Die adviseerde mij: ga nergens heen”, zegt Marouf schouderophalend. „Dus dat deed ik.” Marouf verblijft dankzij lopende juridische procedures nog steeds in de LVV. Met begeleiders of terugkeerorganisaties spreekt hij amper meer. „Zij zeggen dat ze me niet kunnen helpen om te blijven. En ik zeg heel beslist: maar ik ga niet terug.”

Terugkeren is geen optie, zegt Marouf, omdat hij als afvallige moslim gevaar loopt in Niger. Alleen, zo vraagt hij zich hardop af: hoe bewijs je zoiets? „Ze willen bewijs dat er imams boos op mij zijn. Maar ik ga niet meer naar de moskee, ik praktiseer niet meer. Hoe kan ik aantonen dat ik geen moslim meer ben?”

Alsnog mogen blijven

Het aantal LVV’ers dat uiteindelijk vertrekt uit Nederland, is vrijwel nihil. 181 mensen, een kleine 7 procent van alle 2.700 mensen die tussen 2019 en 2014 tot de LVV werden toegelaten, keerde terug.

Veel vaker dienen asielzoekers vanuit de LVV een nieuwe asielaanvraag in. De helft daarvan werd ingewilligd door de immigratiedienst. Zo kwamen zeshonderd LVV’ers die als uitgeprocedeerd golden, alsnog aan een verblijfsvergunning.

Koploper is Utrecht: daar dienden de meeste LVV’ers een nieuwe aanvraag in, en met succes: 93 procent werd ingewilligd.

Wie wil begrijpen hoe vermeende uitgeprocedeerden via een opvang alsnog aan een verblijfsvergunning komen, moet gaan praten met sociaal jurist Jelle Goezinnen. Zijn organisatie, de Stichting Noodopvang Dakloze Vreemdelingen Utrecht, runt de LVV in Utrecht. Goezinnen checkt of de opgevangen bewoners nog perspectief op verblijf hebben. En in haast ieder dossier dat Goezinnen onder ogen krijgt, weet hij wel een aanknopingspunt te vinden om een nieuwe zaak mee op te bouwen.

„Het begint met goed lezen”, zegt hij. Zijn er fouten gemaakt in de procedure? Is iemand zorgvuldig gehoord? Is vooraf wel onderzocht of iemand bijvoorbeeld niet te getraumatiseerd was om gehoord te worden?

Daarna kijkt Goezinnen naar bewijzen die iemand heeft voor zijn asielrelaas. Er zitten volgens hem vaak documenten bij die de IND niet heeft onderzocht, omdat het bijvoorbeeld kopieën zijn. In zo’n geval benadert Goezinnen internationale experts, om de documenten op echtheid te onderzoeken. Dit kost tussen de 500 en 1.500 euro, maar het resultaat is ernaar: met nieuw steunbewijs ondertekend door een expert kan de IND niet anders dan het asielrelaas serieus nemen.

Waar Goezinnen die experts van betaalt? „Sommige fondsen zijn ons goedgezind”, zegt hij. Zijn stichting krijgt jaarlijks tienduizenden euro’s van kerkelijke fondsen, het Kansfonds en het K.F. Hein Fonds.

Niet alleen zoekt Goezinnen naar nieuw bewijs, soms zijn veranderde omstandigheden reden genoeg voor een nieuwe aanvraag. Zoals bij eerder afgewezen Afghanen die hij in de opvang had. „Na de machtsovername door de Taliban kregen die allemaal een verblijfsvergunning.” Of iemand voert aan dat hij of zij eigenlijk lhbti’er is, maar daar eerder niet over durfde te verklaren. In Utrecht en Amsterdam zijn vanuit de LVV programma’s opgezet voor deze doelgroep. Zo is er in het Wereldhuis in Amsterdam elke woensdag de queergroep, waar volgens de organisatie veel LVV’ers op afkomen. Op zulke avonden worden bijvoorbeeld queers uitgenodigd om te praten over hun ervaringen met immigratiedienst IND, die steeds hogere drempels opwerpt voor deze vluchtelingengroep. Zij vertellen de afgewezen asielzoekers hoe ze hun seksuele identiteit het beste kunnen verwoorden.

Verblijfsprocedures

Afgewezen asielzoekers die, ondersteund vanuit een opvang, niet vertrekken maar juist nieuwe verblijfsprocedures opstarten. Dat is niet hoe Simone Steendijk, directeur van de DT&V, het graag ziet. In haar jaarverslag beklaagt de terugkeerdienst zich over de „hulp” die „gemachtigden en/of maatschappelijke organisaties” bieden aan afgewezen asielzoekers, die er „alles” aan zouden doen „hun verblijf te rekken”.

Onder het vorige kabinet werd afgesproken de LVV „meer op terugkeer te richten”, zegt ze, maar dat bleek in de praktijk lastig. Een derde van alle LVV-bewoners werd volgens cijfers van de DT&V uit de opvang gezet omdat ze niet wilden meewerken aan hun terugkeertraject.

Om meer grip te krijgen op de opvang, wil de DT&V nauwer met gemeenten samenwerken. De dienst wil dat uitgeprocedeerden die weigeren te vertrekken vanuit de opvang aan de terugkeerdienst worden overgedragen.

De ngo’s weigeren dit tot nu toe, maar in sommige steden is de toegenomen druk wel merkbaar. In een kantoor achter de Rotterdamse Markthal hangt Maarten Goezinnen, de oudere broer van Jelle, op de achterste twee pootjes van zijn stoel. Hij is coördinator van de stichting Ros, die samen met het Leger des Heils de Rotterdamse LVV organiseert. Maar: met een totaal andere uitkomst. Waar in de meeste steden voor de meerderheid van de LVV-bewoners wordt onderzocht of ze kunnen blijven, is het in Rotterdam andersom. Vanuit daar vertrekken de meeste bewoners uit Nederland.

Hoe dat kan? „Rotterdam is een rechtse stad”, zegt Maarten Goezinnen. En de gemeente bepaalt, als ‘regisseur’ van de LVV, wie erin komt en eruit gaat.

In Rotterdam is dat de laatste jaren aanzienlijk strenger geworden, zegt Goezinnen. „Vanaf het intakegesprek bij de gemeente gaan de gesprekken in de LVV alleen nog maar over terugkeer.” Toch komt het daar in de praktijk komt zelden van. Vaak kunnen mensen niet terug, omdat hun nationaliteit niet vaststaat.

Faycal in gesprek met zijn contactpersoon bij de IND.

Zoals Yusuf (41), die in 2008 uit Somalië is gevlucht voor terreurbeweging Al-Shabaab. Zijn nationaliteit wordt niet geloofd door de IND en in 2019 komt hij in de LVV. Door het jarenlange, uitzichtloze, illegale verblijf zegt hij graag terug te willen naar Somalië.

Daarop gaat de DT&V voor hem aan het werk. De terugkeerdienst legt contact met de Somalische autoriteiten om zijn nationaliteit bevestigd te krijgen. In juli 2021 krijgt Yusuf een brief van de DT&V: „Hierbij meld ik u het goede nieuws dat de Somalische ambassade een reisdocument heeft verstrekt”. Hij kan dus eindelijk terug – de DT&V heeft zijn vliegticket voor over een maand alvast geboekt.

Maar Yusuf gebruikt het reisdocument niet om op het vliegtuig naar Mogadishu te stappen. Zijn advocaat gebruikt het om opnieuw asiel aan te vragen. Het document van de ambassade bevestigt immers wat de IND nooit geloofde: zijn Somalische afkomst. Zijn vluchtverhaal zal nu wel door de IND gehoord moeten worden. Yusuf krijgt na een nieuwe beoordeling alsnog een verblijfsvergunning – met dank aan de DT&V.

Achteraf ontvangt hij een boze e-mail van zijn DT&V-contactpersoon. Die heeft de „indruk” dat Yusuf „oneigenlijk” gebruik heeft gemaakt van de terugkeerprocedure, door te zeggen dat hij wilde vertrekken, terwijl er in werkelijkheid „helemaal geen sprake is geweest van een vertrekwens”.

Het opvangsysteem vráágt erom voorgelogen te worden, zegt Pablo Eppelin van het Wereldhuis in Amsterdam, dat tientallen ongedocumenteerden uit de LVV bijstaat. „Terwijl ze weten dat ze niet terug willen, doen de meesten wel mee aan het terugkeertraject. Ze moeten wel. Ze vrezen anders weer op straat te belanden”, zegt hij.

Dat is inderdaad de consequentie, zegt Pim Fischer, advocaat van veel LVV’ers. „Ik moet helaas tegen mijn cliënten zeggen: pas op met wat je zegt tegen je begeleiders. Als je tegen hen eerlijk zegt dat je het niet ziet zitten om terug te gaan, geven ze dat door aan het regieoverleg met de gemeente. Daarop volgt het besluit dat de opvang stopt.” Zo is het bij „tal van cliënten” van hem gegaan. „Dan krijg je dat mensen wel moeten liegen over hun terugkeerwens, om simpelweg in leven te blijven.”

Met onbekende bestemming

Een derde van de bewoners verlaat de opvang ‘met onbekende bestemming’. In de praktijk betekent dat: terug de illegaliteit in. „We bereiden ze er in de opvang al op voor”, zegt Maarten Goezinnen van stichting Ros. „We adviseren ze vooral veel naar buiten te gaan. Bouw een netwerk op, zoek een baan, zorg dat je mensen kent. Dat is essentieel om in de illegaliteit te overleven.” Eigenlijk is die hulp „moeilijk te verantwoorden”, zegt Goezinnen. „We moeten, als er geen andere optie meer is, mensen klaarstomen voor een leven in de illegaliteit”, zegt hij. „Dat wil je niet. Maar je wil ook niet dat ze kwetsbaar zijn voor uitbuiting en misbruik.”

Sommigen komen vervolgens wéér in een LVV terecht: tussen een verlaten F1-hotel en de ring van Groningen. „Degenen die ze nergens anders in Nederland willen hebben, komen hier terecht”, zegt John van Tilborg, die met de kerkelijke stichting Inlia de Groningse LVV runt. In de hallen staan rollators en droogrekjes met kleding van de Hema. Sommigen komen in andere LVV-locaties niet binnen, omdat hun traject al is beëindigd of omdat ze een strafblad hebben. „Gemeenten willen geen verslaafden, zieke of zwakke mensen op straat, dat geeft reuring”, zegt Van Tilborg. „Daarom sturen ze ze terug naar Ter Apel en belanden ze uiteindelijk hier.”

Elke gang heeft een stip in een andere kleur op de grond, waardoor beveiligers op de camera’s kunnen zien op welke verdieping „iemand voor pampus ligt”, zegt Van Tilborg. De camera’s registreren lang niet alles. „Laatst lag er iemand twee dagen dood in z’n kamer”, zegt hij. 70 van de 115 bewoners van de Groningse LVV hebben medische klachten. „Ik zie hier mensen met zo’n hoge bloeddruk, dat ze in elke andere situatie nooit waren weggestuurd”, zegt de doktersassistente die met een doosje pillen in haar hand door de gang loopt.

Mensen die terminaal zijn, krijgen een eigen kamer, is de regel. Van Tilborg: „Als we weten dat ze doodgaan zeggen we: dan maar hier. Zo weten we dat de laatste maanden in elk geval nog goed zijn.”

De laatste halte

Dit is de groep asielzoekers die het nieuwe kabinet het eerst wil aanpakken. De groep die op papier zou moeten vertrekken, maar dat al jaren niet doet. De LVV zou hun laatste halte voor vertrek worden, maar werd in plaats daarvan vooral een plek om te blijven hopen op een verblijfsvergunning.

Voor H. is de hoop vooralsnog tevergeefs. Aan een terugkeertraject werkt ze niet meer mee, al hopen haar terugkeerbegeleiders dat dit nog zal veranderen. „Haar gezegd dat ze altijd welkom is bij ons, ook al is het alleen maar even koffie drinken”, schrijven ze in de laatste alinea van haar logboek. „Haar gevraagd dat af en toe wat zich te laten horen.” De begeleiders hebben haar al tijden niet meer gesproken.

Marouf, de man uit Niger die weigerde uit de LVV te vertrekken, mag er nog wat langer blijven. Er is recentelijk een coup in Niger geweest. „Ik kan nergens anders naartoe.”

Yusuf kreeg na jaren wachten alsnog een verblijfsvergunning dankzij het reisdocument dat de DT&V voor hem regelde. In Amsterdam geeft hij excursies aan toeristen op zijn rondvaartboot Lampedusa. Hij vertelt ze over hoe migranten de stad hebben opgebouwd.

Voor Faycal Kada is er na een half jaar LVV nog geen oplossing. Hij mag niet blijven omdat hij geen papieren heeft, maar kan om dezelfde reden ook niet worden uitgezet. En vanwege diezelfde uitzichtloze situatie, zal zijn opvang binnenkort worden beëindigd, zo verwacht zijn terugkeerbegeleider. Hij zal eerst een brief met de aangekondigde datum krijgen. Dan moet hij zijn enkele kledingstukken in zijn sporttas verzamelen, zijn waardevolle bezittingen uit het kluisje halen, zijn begeleiders bedanken en de straat oplopen, waar hij vanaf dat moment weer op aangewezen is.

„Ik ben 53 en ik ben moe”, zegt hij. „Maar ik zal het wel overleven.”

In het restaurant wordt de rekening op tafel gelegd. „Wacht even”, zegt Kada, en hij loopt het restaurant uit. Nog geen tien minuten later komt hij terug met tien euro cash. „Gelukkig ken ik hier genoeg mensen.”

Source: NRC

Previous

Next