Foto ANP / Hollandse Hoogte / Martensmultimedia
Nee, ik heb niet gehuild. Nee, ik ben niet dronken. En nee, ik gebruik geen drugs.
Zo gaat het altijd. Zodra mensen me aankijken, zie ik ze schrikken van mijn knalrode ogen. Eerst stel ik ze gerust met mijn standaarddisclaimer. Niks aan de hand, alles gaat goed. Ik kom net uit de zee, mijn ogen houden niet van zout water. Meteen daarna volgt de bekentenis: ik ben een surfer, chronisch verslaafd aan golven.
Die verslaving is tegelijkertijd ook tragisch. Want surfers in Nederland zijn natuurlijk hopeloos verdwaald. Zo’n beetje alle goede oceaandeining die onze kant op komt rollen, slaat stuk op de kust van Groot-Brittannië, dat als een Atlantikwall in de weg ligt en alle droomgolven blokkeert.
Maar omdat junks nu eenmaal altijd blijven zoeken naar wat ze niet kunnen krijgen, ontpoppen ook poldersurfers zich tot meteorologen die de benodigde stormen proberen te voorspellen. Want wie weet: dat ene lagedrukgebied bij IJsland zou zomaar wat rimpels richting de Noordzee kunnen sturen die zich door de smalle trechter tussen Schotland en Noorwegen weten te wurmen. Het zou kunnen.
Die dagelijkse jacht op dopamine verloopt altijd identiek: meteen na de wekker volgt een blik op Windguru (de website met golfhoogtes, getijden, windkracht en -richting) en daarna een tour langs alle webcams tussen Cadzand en Castricum. En dan… als dat dagen- of soms wekenlange schermstaren, weermannetje spelen, dan tóch resulteert in afspraken verzetten, werk uit je handen laten vallen, vrienden en familie teleurstellen en uiteindelijk een goede surfsessie scoren, is de beloning extra groot.
Het maakt van surfen in Nederland een masterclass in nederig- en dankbaarheid: gij zult genoegen nemen met de minste of geringste rimpel.
Tenminste, voor onderdanige sukkels zoals ik.
Want het kan ook anders. Er zijn ook mensen die zich weigeren neer te leggen bij de belachelijke wetten van de natuur, geografie en gezond verstand.
Enter Edwin van Viegen (55) en Erik van Ettinger (44), twee bezeten surfers en Rotterdammers die gewoon hun eigen golven maken. In een gracht. Hun koppigheid heeft zich nu verankerd in het hart van Rotterdam, waar vlak voor de Markthal, met één druk op de knop nagenoeg perfecte deining verrijst in de Steigersgracht, die sinds vorige week zaterdag officieel is omgedoopt tot RiF010.
„In 2013 zat ik daar op de kade een broodje te eten”, wijst Van Viegen vanaf het terras van zijn gloednieuwe houten SurfBar naar de overkant. Hij was gestopt met zijn vastgoedcarrière („dat ging alleen maar over geld”) en begonnen als filmmaker („en mijn creativiteit kwijt te kunnen”) van commercials, videoclips en korte films (zoals Heartbeat, met Monique Hendriks en Joost Prinsen.
Maar toch miste er nog iets: hij surfte te weinig.
„Iedere surfer kent die frustratie: je leeft op de verkeerde plek en moet altijd weer puzzelen om te kunnen gaan. Ik wilde in Biarritz wonen, maar kreeg mijn gezin niet mee. Ik dacht: hoe moet ik dat nu regelen?” Terwijl hij chagrijnig in zijn broodje beet, kreeg hij een visioen. „Wat je nu hier ziet, zag ik toen precies zo in mijn hoofd.”
Natuurlijk verklaarde iedereen hem voor gek. „Maar ik was er vanaf het eerste moment van overtuigd dat het ging lukken.” Er waren de nodige „mega-uitdagingen”, zoals het rondkrijgen van vergunningen en financiering (10 miljoen euro, waarvan 3 miljoen subsidie onder voorwaarde dat Rotterdamse schoolkinderen surfles krijgen). Behalve uitstel door corona waren er rechtszaken van omwonenden die geluidsoverlast vreesden („en gingen dwarsliggen in de hoop geld te krijgen, zo werkt dat in de vastgoedscene”), en de tegenoverliggende Citykerk Het Steiger en het dominicanenklooster die „het uitzicht op meisjes in bikini niet zagen zitten”.
Maar na elf jaar lopen er nu eindelijk golven door de Steigersgracht. In de 21 meter brede kade aan de kant van de Markthal stuwen acht naast elkaar gelegen ‘golfkamers’ met gigantische luchtdrukpompen het water omhoog. De truc is vervolgens om de bodem van de gracht zo te laten aflopen dat de golf mooi gelijkmatig breekt (en dus niet in één keer dichtklapt). Dat is het werk van Erik van Ettinger, die zich stortte op een onontgonnen vakgebied: golfkunde.
„Bij mij is het ook voortgekomen uit frustratie”, verklaart hij zijn innovatiedrift. „Er zijn hier te weinig golven. Toen ben ik ze zelf maar gaan maken.”
Inmiddels woont hij op Barbados en ontwierp hij met zijn bedrijf SurfReefs ook de (onder surfers beroemde) wavepool in Palm Springs. „Ik heb er ook eentje gebouwd in de achtertuin van een miljonair in New York.”
Pas deze week heeft hij de Rotterdamse golf voor het eerst uitgeprobeerd én goedgekeurd.
„Het was magisch”, zegt Van Viegen, die voor de vijfde keer meesurfte. „Van veertigplussers veranderden we allemaal in huppelende jongetjes in een speelgoedwinkel. Het is ontzettend aanstekelijk en zorgt voor positieve ionen in de stad.”
Tijd om te testen. En eerlijk is eerlijk, ik ben zowaar zenuwachtig. Grachtsurfen is om meerdere redenen intimiderend: de privacy van de Noordzee, waar je hooguit wordt aangestaard door een paar meeuwen of een zeehond, ontbreekt volledig. De uitverkorenen met wie ik, drie dagen voor de officiële opening, in het water lig, worden aan alle kanten omringd door nieuwsgierige, lachende en verbaasde toeschouwers en voorbijgangers die bijna allemaal met hun telefoons staan te filmen.
Waar ik ook niet relaxter van wordt: tussen mijn medesurfers herken ik verschillende toppers, onder wie twee Nederlands kampioenen. Alsof ik per ongeluk in een training van Oranje ben beland.
Tot overmaat van ramp mis ik mijn eerste golf. De imposante berg water die uit het niets oprijst lijkt me dermate hoog dat ik nauwelijks hoef te peddelen om te worden meegenomen. Verkeerd gedacht. Terwijl ik overeind spring, heb ik onvoldoende snelheid. De golf rolt onder me door. Ik lig voor lul. Eenmaal aangespoeld op het betonnen strandje begint de lange weg terug, de paddle of shame, onderlangs het grijnzende publiek.
Vanaf hier kan het alleen maar beter worden, en dat wordt het gelukkig ook. Harder peddelen werkt en even later glijd ik over het water. Nu is het zaak om genoeg snelheid te behouden, terug te sturen naar het krachtigste deel van de golf, en er onderweg ook nog een beetje acceptabel uit te zien. Dit is het messiascomplex waaraan alle surfers lijden: we willen op water staan, maar dat lukt alleen als je voortdurend op de juiste moment op de juiste plaats bent.
Natuurlijk word ik daarna overmoedig. Normaal gesproken is je laatste bocht (‘turn’) het moment om je rit jubelend af te sluiten. Hoe harder je draait, en hoe meer water daarbij opspat (‘spray’) hoe beter. Alleen eindigt de golf hier op een betonnen muur. Toch kan ik na een paar ritten de verleiding niet weerstaan en begin ik te geloven dat ik genoeg kan terugsturen om de keiharde kade te ontwijken. Kwestie van toewijding (‘committing’, heet dat in surfjargon).
Had ik trouwens al gezegd dat ik nét een nieuwe plank heb gekocht, en dat dit de allereerste keer is dat ik die uitprobeer? Ik weet er een perfecte laatste bocht uit te persen. Voldaan duik ik in het schuim. Maar als ik boven kom, zie ik hoe de neus van mijn plank is verpulverd. Een van de andere surfers heeft het tafereel lachend gadegeslagen: „Ik dacht: hij gaat toch niet nóg een turn maken?”
Ik heb materiële battle scars, maar dit keer géén rode ogen. Of in ieder geval: nog niet. Want we mogen dan vandaag grachtsurfen, iedereen heeft natuurlijk ook Windguru gecheckt. Dus als onze sessie er na een uur opzit, durft een van ons uit te spreken wat iedereen sowieso al dacht: „Ik ga zo nog even naar het strand.”
Een paar uur later duik ook ik bij Katwijk aan Zee de golven in. Toch nog even wat zout langs mijn netvlies spoelen. En nee, ik heb niet gehuild.
RiF010 werd op 6 juli officieel geopend door wethouder Faouzi Achbar, en ingewijd door de Braziliaanse topsurfer Ítalo Ferreira (30). De oud-wereldkampioen (2019) en oud-olympisch kampioen (2020) liet zien hoe je de kunstmatige Rotterdamse golven aan gort kunt rijden. Hij draaide 360’s, deed acid drops (niet eerst peddelen, maar vanaf de kant op de golf springen en vervolgens verder rijden) en surfte zelfs staand op zijn handen.
„Een wavepool in het centrum van de stad, midden in de gracht, dat is supercool”, aldus Ferreira. „Over de hele wereld stijgt het aantal explosief en dat is goed voor surfen. Natuurlijk houd ik van de oceaan. Het is mijn eerste liefde, vanaf het moment dat ik als klein, mager en veel te energiek jongetje van acht jaar oud begon met surfen. Maar inmiddels train ik meer in kunstmatige golven dan in zee. De condities zijn altijd hetzelfde en je kunt ze precies aanpassen aan je wensen. Er zijn zoveel technologieën om met het water te spelen en verschillende golftypes te maken, van barrels [tunnels waarin je omgeven wordt door water] tot air sections [waarbij de golf dient als schans om te springen, red].”
In het klassement voor de wereldtitel staat Ferreira op de vierde plaats. Vanwege een eerdere knieblessure kon hij zich niet kwalificeren voor de Olympische Spelen eind deze maand; er wordt olympisch gesurfd in Teahupoo op het Frans-Polynesische eiland Tahiti. „Ik ga juichen voor de Brazilianen en probeer er over vier jaar weer bij te zijn. Ik heb nog niet genoeg medailles.”
Elke maandagochtend ontvang je in je mailbox stukken en gidsen waar je meteen wat aan hebt: over carrière, geld, gezondheid, duurzaamheid en tips voor wat je kunt doen
Source: NRC