Rusland was van plan directeuren te vermoorden van westerse wapenfabrieken die leveren aan Oekraïne, meldde CNN. Geheime diensten wisten dat te voorkomen. Eén van hen is Armin Papperger, baas van de grootste wapenfabriek in Duitsland.
Armin Papperger (61) was een paar maanden geleden al het doelwit van een aanslag – althans, ze hadden het op zijn tuinhuisje gemunt. Eind april werd in het holst van de nacht brand gesticht achter zijn huis in Hermannsburg, in de buurt van de grote munitie- en tankfabriek van zijn bedrijf Rheinmetall op de Noord-Duitse heide. De ‘aanslag’ (de brand was snel geblust) werd opgeëist door radicaal-linkse activisten, die hem een oorlogsprofiteur noemen.
Donderdag werd bekend dat Papperger, de topman van Rheinmetall, ook in het vizier zou zijn geweest van een andere partij die problemen heeft met de grootste wapenproducent van Duitsland: Rusland zelf. Volgens CNN zou het Kremlin een aanslag op hem hebben willen beramen, die in een vroeg stadium zou zijn gedwarsboomd doordat de Amerikaanse en Duitse inlichtingendiensten erachter kwamen. Sindsdien wordt Papperger zwaar beveiligd.
Over de auteur
Michael Persson is economieverslaggever en commentator van de Volkskrant.
De Beierse ingenieur is de afgelopen jaren uitgegroeid tot het industriële gezicht van de Duitse Zeitenwende: het besef, na de Russische inval in Oekraïne, dat er een nieuw tijdperk is aangebroken. Een tijd waarin wapenfabrikanten niet meer als als paria’s worden gemeden, maar op waarde worden geschat. ‘Ik ben blij dat we niet meer de boeman zijn’, zei hij vorig jaar, toen zijn bedrijf een notering kreeg aan de DAX, de eredivisie van het Duitse bedrijfsleven. ‘Dat betekent ook veel voor mijn werknemers.’
Als om die nieuwe positie te onderstrepen maakte hij Rheinmetall tot sponsor van voetbalclub Borussia Dortmund. ‘We willen de mensen laten zien dat we een belangrijke rol spelen in de samenleving. Bovendien helpt dit bij het werven van personeel. Sinds de sponsordeal is het aantal sollicitaties explosief gestegen.’
Die centrale rol in de Duitse en Europese wapenindustrie – Papperger is ook voorzitter van de club van Duitse defensiebedrijven – heeft hem dus tot het meest prominente doelwit van Russische oorlogsinspanningen achter de Europese linies gemaakt.
Papperger maakte al tanks en granaten toen het nog niet in de mode was. Sterker nog: hij trad als kwaliteitscontroleur aan bij Rheinmetall in 1990, het jaar waarin Duitsland zich verenigde, en de visioenen van grote tankslagen op de Noord-Duitse laagvlakte waren verdampt.
Papperger was net aan de universiteit van Duisburg afgestudeerd als machinebouwer, gespecialiseerd in moleculaire gasdynamiek. Toen hem vorig jaar door de Duitse omroep ARD werd gevraagd waarom hij destijds bij een wapenfabrikant ging werken, zei hij dat hij de techniek fascinerend vond. ‘Als ingenieur is het toll als je in zo’n hoogtechnologisch bedrijf kunt werken.’
Die meer dan dertig jaar ervaring bij hetzelfde bedrijf zet hij nog steeds graag in, zeker op het oefenterrein bij het dorpje Unterlüss, waar dagelijks het geratel en geplof van afgevuurde granaten te horen is. Als hij zijn bezoekers laat zien hoe de laatste pantserdoorborende projectielen werken, weet hij precies hoe zo’n pijl van wolfraam werkt. ‘Hij kent elk miniem detail van de productie’, zei de Hongaarse minister van Defensie bewonderend, toen die daar vorig jaar langskwam om inkopen te doen.
Papperger gebruikt zijn imago als technocratische Diplomingenieur ook om zich achter te verschuilen. ‘Ik ben geen politicus’, mag hij graag zeggen als hem een ethische kwestie wordt voorgelegd. Of: ‘Dan moet je bij de politiek zijn.’ Want daar worden de beslissingen genomen – hij handelt er slechts naar.
Zo maakte Rheinmetall kanonnen voor fregatten die de Verenigde Arabische Emiraten gebruikten bij de blokkade van Jemenitische havens, wat tot grote hongersnood leidde. Een Duitse advocaat wilde het bedrijf daarom aanklagen voor oorlogsmisdaden. ‘We hadden een vergunning van de Duitse regering’, zegt Pappenberger dan. Heeft hij als ondernemer ook geen verantwoordelijkheid? ‘Dan moet je bij de regering zijn.’
Maar als de regering een keer zegt dat iets níet mag, dan is hij er niet vies van daartegen te procederen. Zo eist hij schadevergoeding voor een Russische order die hij moest schrappen toen de Russen in 2014 de Krim hadden bezet.
Waarom blijf je toch vasthouden aan die schadevergoeding, vroeg de ARD vorig jaar. ‘De regering had ons zelf verzocht om samen te werken met Rusland’, was het antwoord van Papperger. ‘Het was 2011, het Westen vocht met de Russen samen tegen Islamitische Staat. Het was een andere tijd, een tijd die men zich nu niet meer herinnert. Maar als dan de wind ineens anders waait, dan zitten wij met de schade. Ik wil niet alleen Duitsland dienen. Ik moet ook aan mijn aandeelhouders denken.’
Een van die aandeelhouders is hij zelf. Sinds de oorlog in Oekraïne is de beurskoers vervijfvoudigd; het vermogen van Pappenberger, vader van twee volwassen dochters, wordt door de Frankfurter Allgemeine Zeitung geschat op 30 miljoen euro.
En de oorlogshausse houdt voorlopig aan, denkt hij. Zelfs als de strijd in Oekraïne ophoudt, dan voorziet hij nog tien jaar productie van artilleriegranaten om de voorraden aan te vullen. ‘Het idee dat een oorlog met een paar kernbommen of cyberaanvallen wordt beslist is achterhaald’, zegt hij. ‘We moeten ons ook in Europa voorbereiden op een conventionele oorlog.’
De kogels die hij zelf afvuurt, wanneer hij aan het jagen is in de Noord-Duitse bossen, niet ver van de restanten van het oude concentratiekamp Bergen-Belsen dat tachtig jaar geleden dwangarbeidsters leverde voor Rheinmetall, zullen nog jaren worden overstemd door het gebulder op het schietterrein.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant