Over de auteur
Ana van Es is rondreizend columnist voor de Volkskrant. Eerder was ze onder meer correspondent in het Midden-Oosten.
In een grijs kantoorpand in Utrecht, het interieur opgefleurd met een advertentiezuil ‘mensenrechten voor iedereen’, zetelt een op het eerste gezicht onkreukbare organisatie: het College voor de Rechten van de Mens, het ‘mensenrechteninstituut’ van Nederland.
Met een jaarlijks budget van ruim tien miljoen euro oordeelt het College over veronderstelde gevallen van discriminatie, onder meer bij de toeslagenaffaire. Ook geven ze advies over mensenrechten. De collegeleden zijn juristen, maar er werken ook andere professionals, zoals een psychiater.
Begin deze week, het zomerreces was al begonnen, plofte bij de Tweede Kamer een beknopt maar verbijsterend onderzoeksverslag binnen. Bij het mensenrechtencollege is achter de schermen sprake van ‘het uitoefenen van een tactiek van macht’ en een patroon van ‘stelselmatig negeren en uitsluiten’, stelt een onderzoekscommissie onder leiding van oud-minister Winnie Sorgdrager.
De onderlinge verhoudingen kenmerken zich door ‘micro-agressief gedrag’. Werknemers van kleur, zo begrijpen we tussen de regels door, krijgen bij de discriminatiewaakhond te maken met ‘impliciete vooroordelen’. Gevoelens van ‘psychologische onveiligheid’ zijn verklaarbaar.
De NOS en Nieuwsuur onthulden vorig jaar al dat de organisatie wankelt. Vier klokkenluiders trokken aan de bel. Twee van hen, beiden met een migratieachtergrond, werden na hun klacht de deur uit gewerkt. De ‘onrust’ vormt een ‘schaduw’, staat in het jongste jaarverslag van het College.
Voorzitter Jacobine Geel, televisiepersoonlijkheid en predikant, meldde zich ziek. Niet alles valt haar te verwijten, stelt de onderzoekscommissie. Geel erfde bij haar aantreden in 2021 ‘een conflictueuze organisatie’. Van de twaalf jaar dat het College nu bestaat, was het binnenskamers een groot deel van de tijd hommeles.
Ondertussen gaan in het kantoorpand in Utrecht de zittingen over mogelijke discriminatiekwesties door alsof hier niets aan de hand is. De uitspraken zijn niet bindend, maar wel gezaghebbend.
Donderdag speelde een boeiende en actuele zaak : een vrouw met de Nederlandse en de Russische nationaliteit, getrouwd met een echtgenoot met Turkse wortels, maakte vanaf haar rekening bij de Rabobank 31 duizend euro over naar de Turkse rekening van haar echtgenoot, om in Turkije een huis te kopen.
De bank vond deze transactie verdacht. ‘Turkije kan in een U-bocht gebruikt worden om geld naar Rusland te krijgen’, verklaart een medewerker van de Rabobank. Mevrouw zelf, ambtenaar op een ministerie, vermoedt ‘een link naar mijn nationaliteit’ – discriminatie omdat ze Russisch is.
De collegeleden dragen geen toga. Ze stellen geanimeerd vragen. Als de Rabobank blijft volhouden dat het onderzoek naar de transactie niets te maken heeft met het Russische paspoort van mevrouw, wordt de voorzitter op de zitting, emeritus hoogleraar emigratierecht Peter Rodrigues, scherp.
Hij wil weten hoe ‘het systeem’ bij de Rabobank werkt. Desnoods komt er een ‘tweede zitting’, zegt hij als de Rabobank antwoorden niet paraat heeft. ‘Wat leidde tot het rinkelen van het belletje?’
De Rabobank heeft mevrouw al eerder vragen gesteld over haar Nederlandse nationaliteit. De bank hield rekening met een ‘citizenship investment’, oftewel een ‘gouden paspoort’. Rodrigues wil weten waarom je een ‘vaste klant’ zou vragen naar de herkomst van haar Nederlandse paspoort: ‘Wij proberen het in samenhang te zien.’
Algauw gaat het over ‘triggers’. De medewerkers van de Rabobank geven toe dat de Russische nationaliteit van mevrouw een rol speelde bij de vragen over haar paspoort. ‘Als er oorlog komt, dan komen er veel triggers.’ Een langverwacht ‘het spijt ons’ klinkt even later.
Je kunt betogen: veel vormen van discriminatie zijn ook bij de burgerlijke rechter aan te vechten. Daarvoor is het niet nodig om een ruziënd mensenrechtencollege overeind te houden.
Maar de gang naar de gewone rechter is duur en ingewikkeld. En daar zal een Rabobankmedewerker na afloop niet zo snel de klagende mevrouw aanschieten: mijn nummer staat in de stukken, je mag altijd bellen. Excuses, excuses.
a.vanes@volkskrant.nl
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant