De krapte op de woningmarkt is afgelopen jaar verder toegenomen. Er zijn weliswaar 88.200 nieuwe huizen gebouwd, maar het aantal huishoudens neemt sneller toe.
Dat blijkt uit de jaarlijkse zogenoemde Primos-prognose van onderzoeksbureau ABF Research, in opdracht van het ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening. Volgens de studie, die vandaag naar de Tweede Kamer is gestuurd, groeit het zogeheten ‘statistische woningtekort’ in 2024 met dik 10 duizend woningen tot ruim 400 duizend.
Het tekort groeit ten opzichte van de vorige raming van 4,8 naar 4,9 procent van de woningvoorraad. Om het streefcijfer van 2 procent te halen, zouden per direct 232 duizend extra huizen nodig zijn.
De Primos-studie is een belangrijk uitgangspunt voor de bouwopgave van de rijksoverheid. Omdat het onmogelijk is het woningtekort exact vast te stellen, wordt dit op een statistische manier berekend. Daarbij analyseert ABF de demografische ontwikkelingen in Nederland en de groei van het aantal woningen.
Over de auteur
Tjerk Gualthérie van Weezel is economieredacteur van de Volkskrant. Hij schrijftover energie en de impact van de energietransitie op het dagelijks leven.
De verwachte bevolkingsgroei de komende jaren is lager dan het onderzoek vorig jaar inschatte. Dat komt vooral omdat er minder kinderen worden geboren en er meer mensen overlijden. De prognose voor natuurlijke aanwas voor de komende vijftien jaar is daarom naar beneden bijgesteld, met 295 duizend.
Migratie dempt dat effect, maar heft dat verschil niet op: de verwachte bevolkingsgroei door migratie de komende vijftien jaar is naar boven bijgesteld, met 178 duizend. Per saldo verwachten de onderzoekers dus een minder harde bevolkingsgroei dan vorig jaar werd geraamd.
Voor de woningmarkt is verder relevant dat een lager geboortecijfer zich pas op langere termijn vertaalt in een verminderde vraag naar huizen. Terwijl een toename van het aantal migranten wel direct extra druk op de woningmarkt legt.
Migratie en vergrijzing zorgen tegelijkertijd dat de gemiddelde huishoudgrootte in Nederland blijft dalen. Een gemiddeld huishouden in 2009 bestond nog uit 2,23 personen; dit is inmiddels gedaald naar 2,11. In de Primos-prognose zet die daling door tot 2,03 in 2039.
Zo kan het dus dat de onderzoekers voorspellen dat er, ondanks een lagere bevolkingsgroei, de komende jaren meer huizen nodig zijn dan vorig jaar was geraamd. Er komen namelijk wel meer huishoudens bij: 19 duizend meer dan de prognose van vorig jaar. Dat komt neer op in totaal 752 duizend extra huishoudens in 2031.
Het tekort op de woningmarkt is al jaren als een van de belangrijkste problemen voor de Nederlandse politiek. Het woningbouwprogramma van voormalig minister Hugo de Jonge zette in op 900 duizend extra woningenin de periode van 2022 tot en met 2031. Met dat aantal zou het statistische woningtekort in de toenmalige Primos-prognose worden teruggebracht tot 2 procent van de totale woningvoorraad.
In 2022 en 2023 werden in totaal 178 duizend nieuwe woningen bijgebouwd. Maar na de Primos-prognose vorig jaar werd al duidelijk dat door de toegenomen immigratie de bouwambities van De Jonge verder omhoog moesten. Provincies en gemeenten zijn op basis daarvan bezig om plannen te maken die moeten leiden tot991 duizendextra woningen in 2031.
Dat doel heeft op basis van de nieuwste prognose geen grote bijstelling nodig: ABF raamt dat er 993 duizend woningen nodig zijn om in 2031 op een statistisch woontekort van 2 procent uit te komen. Dat zijn er dus ‘slechts’ 2.000 meer.
Maar een groter probleem is wel dat de bouw van nieuwe woningen achterblijft. Afgelopen jaar werden er al 6.800 woningen minder gebouwd dan ABF had ingeschat. Op basis van ramingen over het aantal afgegeven bouwvergunningen is het benodigde aantal nieuwe woningen nog lang niet in zicht.
In de periode 2022 tot en met 2031 raamt ABF nu dat er 836 duizend woningen worden gebouwd. Daarmee is de beoogde 2 procent nog lang niet in beeld.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant