Studenten die geen zin hebben om in een bijbaan bij supermarkt, café of callcenter kunnen sinds enkele jaren terecht bij defensie. ‘Op deze manier kan ik misschien een bijdrage leveren aan de veiligheid van Nederland en Europa.’
Het hele peloton ligt in een greppel naast een zandweg – de benen wijzen naar het midden, de geweren naar buiten. Zo houden de jonge militairen hun omgeving in de gaten. Ze wachten op het juiste moment om een paar huizen te veroveren in Oostdorp, een rafelig oefendorp midden op de Veluwe. Nu zijn de huizen nog in handen van ‘de vijand’.
En jawel, dan is het zover. Een paar militairen maken zich los uit de groep. Ze steken het zandpad over, geweren in de aanslag, en strijken neer tussen de bomen. Niet veel later klinkt geknal. De operatie is begonnen.
Over de auteur
Rik Kuiper is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincies Utrecht en Flevoland.
Natuurlijk, zulke oefeningen vinden wel vaker plaats bij de Generaal Winkelmankazerne in Harskamp. Maar vandaag traint hier een bijzondere groep. Dit zijn militair werkstudenten van Defensity College, een programma dat studenten een bijbaan bij de krijgsmacht biedt. Ze werken naast hun studie aan hogeschool of universiteit een of twee dagen per week bij defensie, waar ze werken aan projecten die bij hun kennis en interesse aansluiten. Het niet-bestaande woord ‘Defensity’ is overigens een samensmelting van defense en university.
De deelnemende studenten krijgen allemaal een algemene militaire opleiding van twee weken. Ook gaan ze meerdere malen per jaar op oefening en volgen ze een persoonlijk ontwikkeltraject. Op dit moment trainen de werkstudenten twee weken met een vergelijkbaar Brits trainingsregiment. ‘Vorig jaar waren we in Schotland, nu zijn de Britten hier’, zegt eerste-luitenant Koen Castelein, die als hoofd opleiden en trainen verbonden is aan Defensity College. ‘En we gaan ook elk jaar naar Zuid-Duitsland om een berg te beklimmen.’ De studenten kunnen niet op missie worden gestuurd.
Het programma is behoorlijk populair, onder meer door de toegenomen spanningen in de wereld. Maandelijks melden zich ongeveer 120 studenten aan, van wie er 15 tot 25 door de selectie komen. Castelein benadrukt dat het programma, waarin ruimte is voor ruim driehonderd werkstudenten, niet is opgezet om beroepsmilitairen te werven.
Het doel is vooral ‘een brug te slaan tussen de wereld van hbo en universiteit en defensie’. Ze willen ‘ambassadeurs voor defensie’ creëren, zodat ‘de samenwerking tussen defensie en de maatschappij over twintig of dertig jaar gemakkelijker gaat’. Dit jaar groeit het programma naar 450 plekken.
Veel deelnemers – ongeveer 80 procent – blijven uiteindelijk wel betrokken bij defensie. Sommige als beroepsmilitair of burgermedewerker, het gros als reservist.
Op het oefenterrein van de Winkelmankazerne rukken de werkstudenten ondertussen op richting Oostdorp. Via een tunneltje bereiken ze de loopgraven die hier een paar maanden terug zijn gegraven om de oorlogssituatie in Oekraïne na te bootsen. Ze naderen het huis dat ze moeten binnenvallen. ‘Dek mij hier!’, schreeuwt een van de studenten.
Niet veel later beginnen ze het huis te beschieten, ze gooien een handgranaat naar binnen en worden dan zelf vanaf de eerste verdieping van het huis onder vuur genomen door een vijandige strijder. Niemand sneuvelt. Ze gebruiken alleen oefenmunitie.
Na de verovering van het eerste huis – die gepaard ging met geknal en geschreeuw – houden de werkstudenten pauze, waarbij ze water drinken, crackers naar binnen werken en uithijgen. ‘Het was echt pittig’, zegt Stijn Kanters (28) in een met zweet doordrenkt shirt. ‘Maar daar zit voor mij ook wel de aantrekkingskracht. We dragen tijdens de oefening een kogelwerend vest en hebben oefenmunitie, een radio en water bij ons. Voel maar, het is echt zwaar om hiermee te rennen.’
Kanters studeert productontwerpen in Amsterdam. Hij meldde zich bij Defensity College na zijn topsportcarrière. ‘Ik was roeier’, zegt hij. ‘Dat was best een egoïstisch bestaan. Daarna wilde ik iets doen met meer maatschappelijk belang. Op deze manier kan ik misschien een bijdrage leveren aan de veiligheid van Nederland en Europa.’ Hij overweegt serieus om na zijn studie als beroepsmilitair aan de slag te gaan.
Eline Breuking (27) ziet zichzelf niet zo gauw beroepsmilitair worden. Binnenkort rondt ze haar opleiding geneeskunde en een master recht af, daarna wil ze zich verder specialiseren. ‘Dat kun je beter civiel doen’, zegt ze. ‘Ik wil tijdens mijn specialisatie wel reservist blijven. En daarna zien we wel verder.’
Breuking meldde zich in 2020 aan bij Defensity College. Ze zocht een maatschappelijk relevante bijbaan naast haar studie. Een vriend wees haar hierop, ze solliciteerde en werd aangenomen. Het was even puzzelen hoe ze haar werk bij defensie kon combineren met de colleges, de practica en de co-schappen, maar uiteindelijk lukte dat. Het laatste halfjaar werkte ze aan een project op het snijvlak van geneeskunde en recht, waarover ze geen details mag geven. ‘Ik zat een dag in de week bij het Korps Mariniers.’
Als mensen in haar omgeving over haar bijbaan horen, reageren die voornamelijk positief. ‘Tijdens mijn co-schappen vertelde ik er een keer over en toen zei een van de artsen: o, nu valt er wel een puzzelstukje op z’n plek. Toen ik vroeg wat hij bedoelde, zei hij dat hij nu snapte waarom ik me niet makkelijk van mijn stuk laat brengen. Dat heb ik tijdens het programma ook wel geleerd denk ik, de zelfverzekerdheid en de rust. Je begint hier tijdens de oefeningen als iemand die volgt, maar inmiddels mag ik een peloton mede aanvoeren. Daar leer je natuurlijk superveel van.’
En dan is het tijd om door te gaan. De pauze is voorbij, de crackers zijn op, de vesten gaan weer aan. Het volgende huis moet veroverd worden.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant