Het jaar is nog lang niet voorbij en er komt nog veel fraais aan, maar de vakantie is begonnen, het leesseizoen bij uitstek. Wat moet er mee deze zomer? Dit zijn (in willekeurige volgorde) de beste boeken van 2024 tot nu, volgens de boekenredactie van de Volkskrant.
De International Booker Prize ging in mei naar Jenny Erpenbeck en haar vertaler Michael Hofmann voor Kairos, het subtiele verslag van de langzame ineenstorting van de liefde tussen een jonge vrouw en een man van in de vijftig, die min of meer synchroon loopt met de val van de DDR. Erpenbeck, zelf opgegroeid in Oost-Berlijn, heeft de verwarring en onzekerheid uit die dagen mooi getroffen, schreef Emilia Menkveld.
Jenny Erpenbeck: Kairos. Uit het Duits vertaald door Elly Schippers. De Geus; 352 pagina’s; € 24,99.
Een daverend debuut, oordeelde Maarten Steenmeijer, deze volle en gedurfde roman rond een explosie in Utrecht, waarin Westendorp alledaagse scènes, rapteksten, brieven en nog veel meer aan elkaar rijgt: ‘De trefzekere stijl houdt je aan het boek gekluisterd.’
Johannes Westendorp: De maat van alle dingen. Thomas Rap; 301 pagina’s; € 22,99.
De historicus Jaap Cohen schreef een klassieke studie naar het onstuimige leven van filmer, scenarioschrijver, columnist, programmamaker en ruziemaker Theo van Gogh, die in 2004 op brute wijze op straat werd vermoord. De biografie beweegt tussen de uitersten van een gecompliceerde persoonlijkheid: soms empathisch, gevoelig en charmant, vaker rancuneus, manipulatief en kwetsend, aldus Jan Tromp.
Jaap Cohen: De bolle Gogh. Querido; 691 pagina’s; € 34,99.
Het is opvallend hoe vaak Charles Dickens (1812-1870) nog opduikt in de hedendaagse literatuur; vorig jaar gaf Zadie Smith hem een rol in Charlatan en dit jaar waart zijn geest rond in Demon Copperhead van Barbara Kingsolver, geïnspireerd dus op David Copperfield. De roman, over een kansarme jongen in de Amerikaanse Appalachen, is een felle aanklacht tegen de farmaceutische industrie en Kingsolver kreeg er zeer terecht de Pulitzerprijs voor.
Barbara Kingsolver: Demon Copperhead. Uit het Engels vertaald door Monique ter Berg en Jetty Huisman. Meulenhoff; 544 pagina’s; € 24,99.
Carolina Trujillo verpakt haar zware boodschap – dieren eten is fout – in een lichte en geweldige roman. Recensent Maarten Steenmeijer: ‘In tegenstelling tot haar columns is deze roman geen verzameling mokerslagen, maar het vlot lezende verslag van een aanslag op een slachthuis. Geen moment leest het boek als een farce.’
Carolina Trujillo: De instructies. Koppernik; 375 pagina’s; € 24,50.
Murakami’s nieuwste is doordrenkt met het besef dat tijd, plaats en persoonlijkheid relatieve begrippen zijn. Via kleinere en grotere aanwijzingen suggereert Murakami dat diverse personages in feite ‘variaties’ op elkaar zijn, op een andere plaats en in een andere tijd. Het klinkt pretentieus, schreef Hans Bouman, maar je zou deze roman een literaire fuga kunnen noemen.
Haruki Murakami: De stad en zijn onvaste muren. Uit het Japans vertaald door Elbrich Fennema. Atlas Contact; 640 pagina’s; € 34,99.
Bas von Benda-Beckmann, historicus, schreef een fascinerend boek over de geschiedenis van zijn Duitse familie, waarin elke generatie vanaf die van zijn overgrootouders het hoofd moest bieden aan een of meerdere crises; de Eerste Wereldoorlog, de monsterinflatie van 1923 en uiteraard het regime van Adolf Hitler, over wie binnen de familie uiteenlopende opvattingen naast elkaar konden bestaan. Het verscheen eind 2023 maar werd begin dit jaar besproken én staat nu op de longlist van de Libris Geschiedenis Prijs.
Bas von Benda-Beckmann: Het kleedje voor Hitler – Een familiegeschiedenis. Querido; 672 pagina’s; € 36,99.
In zijn sprankelende historische detectiveroman vol intriges weet Laurent Binet net als zijn grote voorbeeld Umberto Eco een heel tijdperk neer te zetten. Het 16de-eeuwse Florence van Binet is een door en door politieke wereld vol wreedheid en kwade trouw.
Laurent Binet: Perspectieven. Uit het Frans vertaald door Liesbeth van Nes. Meulenhoff; 304 pagina’s; € 24,99.
‘Je moet hem grijpen, die lezer’, zei Marijke Schermer in een interview over haar roman In het oog, en dat is gelukt: in het grote Verheugnummer van januari 2024 omschreef haar persklaarmaker Marko van der Wal haar stijl als filmisch en stromend, ‘met lekker meanderende zinnen waarin gedachten elkaar snel opvolgen’.
Marijke Schermer: In het oog. Van Oorschot; 216 pagina’s; € 23,50.
Verbinding zou het sleutelwoord van Tokarczuks oeuvre kunnen zijn. ‘De geest van een schrijver is een synthetiserende geest die hardnekkig alle scherven verzamelt en er opnieuw een universum van heelheid van probeert te lijmen’, zei ze in 2019 bij de aanvaarding van de Nobelprijs voor Literatuur. In haar verfijnde roman Empusion gebeurt van alles, maar de crux ligt onder de oppervlakte, in de wortels, schreef Mirjam van Hengel.
Olga Tokarczuk: Empusion. Uit het Pools vertaald door Karol Lesman. De Geus; 376 pagina’s; € 27,99.
Schrijver Hugo Claus loog zijn leven bij elkaar, maar zijn biograaf vond het ‘galanter en correcter om hem geen leugenaar, maar een speler te noemen’, zei hij tegen Onno Blom: ‘Het spel is het hoogste had ook de titel van Claus’ biografie kunnen zijn.’ Aleid Truijens sprak in haar recensie van een spannende, zeer knappe en soms al te gedetailleerde biografie.
Mark Schaevers: De levens van Claus. De Bezige Bij; 975 pagina’s; € 49,99.
De Volkskrant Leesclub was dit voorjaar zeer te spreken over Lied van de profeet van de Booker Prize-winnaar Paul Lynch, dat zich afspeelt in een westers land waar een radicaal-rechtse partij aan de macht is gekomen die een meedogenloze geheime dienst in het leven heeft geroepen. ‘Waar je bang voor bent, dat moet je onderzoeken: de draak in de ogen zien’, zei Lynch in een interview met Hans Bouman.
Paul Lynch: Lied van de profeet. Uit het Engels vertaald door Tjadine Stheeman en Lidwien Biekmann. Prometheus; 320 pagina’s; € 23,99.
‘Raar’ is misschien wel het beste woord om Miranda July’s werk mee te karakteriseren, al is het maar omdat ze met haar prikkelende, absurde humor dat begrip onverbiddelijk oprekt, schreef Mirjam van Hengel in haar recensie van July’s nieuwe boek All fours. Wervelend en geestig schrijft July over een vrouw die in het reine probeert te komen met het ouder worden. Het verhaal balanceert op de rand van grotesk, en dat blijkt zeer toepasselijk.
Miranda July: All fours. Uit het Engels vertaald door Lydia Meeder. De Bezige Bij; 384 pagina’s; € 24,99.
Het oeuvre van Wouter Godijn is gebouwd op lichtheid, fantasie en avontuur. Zijn personages beleven vreemde avonturen en zijn stijl wekt altijd de indruk dat schrijven geen plechtige bedoening is, maar een spelletje met woorden; iets leuks. Meneer L en het meisje is een boek dat je weer doet lezen zoals je als kind las, schreef Bo van Houwelingen: met ingehouden adem en gloeiende wangen.
Wouter Godijn: Meneer L en het meisje. Atlas Contact; 382 pagina’s; € 23,99.
Net als in zijn eerdere boeken zijn vrijwel alle personages in Hogere machten uitermate eloquent, gevat, nonchalant én meesters van de ironie: ze hebben ironische gesprekken, spelen ironische spelletjes en gaan naar ironische feestjes. Maar uiteindelijk gaat De Vries de ernst niet uit de weg. Daarmee is zijn nieuwe roman minder grappig en onstuimig, maar wel beter dan zijn vorige boeken, oordeelde Bo van Houwelingen.
Joost de Vries: Hogere machten. Prometheus; 304 pagina’s; € 24,99.
In 2009 brak de Ierse schrijver Colm Tóibín door met Brooklyn, dat ook zeer succesvol werd verfilmd. Een mooi boek dat niet per se om een sequel schreeuwde, maar die is er toch gekomen. Long Island, heet de nieuwe roman. En wat zelden gebeurt, maar wat Tóibín met dit boek klaarspeelt: het vervolg is misschien nog wel beter dan het eerste boek.
Colm Tóibín: Long Island. Uit het Engels vertaald door Nadia Ramer. De Geus; 352 pagina’s; € 24,99.
De Chinese auteur Shi Tiesheng (1951-2010) zat vanaf zijn 21ste in een rolstoel, nadat hij in 1969 met miljoenen anderen naar het platteland was gezonden om te ‘leren van de boeren’. Het zware werk bezorgde hem last aan de onderrug en maakte hem uiteindelijk verlamd. In 1996 voltooide Shi zijn meesterwerk Notities van een theoreticus, een roman die vanwege de filosofische inhoud aanvankelijk wat onder de radar bleef maar inmiddels wordt gezien als een van de belangrijkste literaire werken uit het moderne China; het bulkt van de schitterende inzichten en observaties. De vertaling van Mark Leenhouts is zo natuurlijk en humorvol dat je de indruk hebt het origineel te lezen.
Shi Tiesheng: Notities van een theoreticus. Uit het Chinees vertaald door Mark Leenhouts. Van Oorschot; 694 pagina’s; € 29,95.
Jarenlang bleef García Márquez sleutelen aan In augustus zien we elkaar, maar het werd vanwege onverbiddelijk voortschrijdende dementie steeds moeilijker. Uiteindelijk hakte hij de knoop door. ‘Dit boek is niks. Het moet vernietigd worden.’ Zijn zoons beslisten anders en gaven het uit, tien jaar na zijn dood. Gelukkig maar: het laatste boek van de grote Colombiaanse schrijver is een ijzersterke novelle over een vrouw die één keer per jaar overspel pleegt.
Gabriel García Márquez: In augustus zien we elkaar. Uit het Spaans vertaald door Mariolein Sabarte Belacortu. Meulenhoff; 127 pagina’s; € 20,99.
Volgens de klassieken is het leven een leerschool en het beste wat je in die leerschool kan leren is blijmoedig omgaan met de dood, schrijft dichter en vertaler Hans van Pinxteren in Hoe ouder hoe vrolijker, dat in februari van dit jaar werd besproken door Bert Wagendorp: ‘Hoe ouder hoe vrolijker is óók een ode aan de vertaler die zich telkens weer met ziel en zaligheid in een niet te winnen wedstrijd stort: het creëren van een vertaling die niet onderdoet voor het origineel.’
Hans van Pinxteren: Hoe ouder hoe vrolijker – Beschouwingen en verhalen over reizen en verdwalen, schrijven en vertalen, liefde en vriendschap. Oevers; 263 pagina’s; € 25.
Ondanks de soms merkwaardige compositorische keuzes is Bechamel Mucho een van de betere werken van Dimitri Verhulst, die psychologisch in topvorm is. IJzersterk is de nu eens bondige en dan weer uitbundige wijze waarop Verhulst de spot drijft met verschijnselen uit het moderne westerse leven. De maaltijdbezorgers, de bejaardenzorg, de verveling, het lawaai, het is allemaal van een immense treurigheid, in de wereld volgens Verhulst.
Dimitri Verhulst: Bechamel Mucho. Atlas Contact; 174 pagina’s; € 22,99.
Zeven jaar geleden veroverde Thomas Korsgaard de harten van de Deense lezers met zijn nu in het Nederlands vertaalde Mocht er iemand langskomen, een semi-autobiografisch verhaal over een jongetje dat opgroeit in het dorpje Nørre Ørum in Jutland. De rebelse en bij vlagen onhandelbare hoofdpersoon is een soort kruisbestuiving tussen Pietje Bell en Ciske de Rat, schreef Lotte Jensen: het archetype belhamel dat wel wil deugen, maar zijn familieomstandigheden niet mee heeft.
Thomas Korsgaard: Mocht er iemand langskomen. Uit het Deens vertaald door Lammie Post-Oostenbrink. Ambo Anthos; 288 pagina’s; € 23,99.
Rond 1900 stroomde Volendam vol met buitenlandse kunstenaars. Zij werden enthousiast ontvangen, beschrijft Jan Brokken in De ontdekking van Holland, waarin hij de vergeten geschiedenis van Hotel Spaander in Volendam als kunstenaarskolonie tot leven wekt. Want dat was Spaander, rond 1900, een kunstenaarskolonie: er hingen wel duizend schilderijen. Brokken: ‘De werkelijkheid is zo rijk, mooier dan alles wat ik kan verzinnen.’
Jan Brokken: De ontdekking van Holland. Atlas Contact; 320 pagina’s; € 26,99.
Geen schrijver is zo ongewoon als Georges Perec (1936-1982), en toch schreef hij bijna uitsluitend over heel gewone zaken. De dingen om ons heen, de herinneringen en geschiedenissen die we met ons meedragen. De zomer van 2024 is een mooi moment hem te (her)ontdekken, helemaal nu werk van hem in nieuwe vertalingen verschijnt. Ruimten rondom is een atlas, een woordenboek, een encyclopedie én een minutieus dagboek van alle plekken waartoe Perec zich verhoudt, van de kleinste, het papier, tot de grootste, het heelal, schreef Henk Pröpper.
Georges Perec: Ruimten rondom. Uit het Frans vertaald door Rokus Hofstede. De Arbeiderspers; 200 pagina’s; € 22,50.
Snel na verschijning, in 1955, werd De tienduizend dingen – waarin Maria Dermoût (1888-1962) herinneringen verwerkt aan haar jaren op Ambon – in dertien talen vertaald, en door Time uitgeroepen tot een van de beste boeken van het jaar. Het stond wekenlang hoog in de bestsellerlijst, boven Truman Capote en Boris Pasternak. Toch was Dermoût bijna vergeten. Goed nieuws dus dat Querido het boek een nieuw, fris kaftje heeft gegeven, waardoor hopelijk meer lezers zullen kennismaken met Dermoûts sprankelende werk.
Maria Dermout: De tienduizend dingen. Querido; 265 pagina’s; € 21,99.
Het broeierige platteland van Virginia vormt het decor voor de nieuwe thriller van S.A. Cosby (die daar zelf opgroeide): Alle zondaars zullen bloeden (The House of Books; € 23,99; vertaald door Henk Moerdijk). Raciale spanningen in het tijdperk Trump vormen maar een van de actuele thema’s.
De Britse auteur Matthew Blake debuteerde met Anna O. (HarperCollins; € 22,99; vertaald door Arthur Wevers). De 29-jarige Anna O. – voluit: Anna Ogilvy – ligt al vier jaar in coma. Haar laatst bekende handeling is dat ze tijdens een weekendje weg twee van haar beste vrienden heeft doodgestoken. Maar is dat wel zo? Hoofdpersoon en forensisch psycholoog dokter Benedict Prince denkt er het zijne van.
Catriona Ward schreef Onderhuids (Boekerij; € 22,99; vertaling Mariëtte van Gelder), haar derde in het Nederlands vertaalde boek. De plot is ingenieus, vol droste-effecten, en precies zoals het personage Pearl Boone zegt: ‘Het is gewaagd, het experimenteert met vorm, het is metafictie. Al die kul waar recensenten zo dol op zijn.’ Geestig. Een zomerverhaal vol gothic elementen, perfect voor aan het strand.
Yorick Goldewijk: De boom die een wereld was (Ploegsma; € 18,99; 6+)
Licht filosofische en humoristische voorleesverhalen van verschillende boombewoners, zoals de luiaard die ’s nachts stiekem de boel op stelten zet.
David Vlietstra en Yoko Heiligers: De lijst van Violet Sopjes (Gottmer; € 17,99; 10+)
Violet besluit op alfabetische volgorde bij al haar klasgenoten thuis te gaan spelen. Ze beleeft steeds gekkere avonturen. Gebeuren ze nu echt of niet?
Arend van Dam en Roland Sillem: In oorlog (Van Holkema & Warendorf; € 18,99; 11+)
Schrijver van informatieve boeken Arend van Dam, van huis uit pacifist, bedenkt zich wel drie keer voor hij een boek over oorlogvoeren schrijft. Juist daarom is het zo goed gelukt.
Donna Barba Higuera: De laatste verhalenverteller (Querido, € 18,99, 12+)
Adembenemende sciencefiction van Amerikaans-Mexicaanse auteur, vertaald door Adiëlle Westercappel. Als de aarde vergaat zijn er, gelukkig, mensen die al onze verhalen meenemen naar een andere planeet.
Sjoerd Kuyper: De grote vloed (Hoogland & Van Klaveren; € 19,90; 14+)
De zondvloed komt toch niet ná ons. Moos, zijn opa, de burgemeester en de professor moeten zich staande zien te houden op een vlot. Met een glansrol voor kabouters.
Met medewerking van Hans Bouman, Mirjam van Hengel, Bo van Houwelingen, Lotte Jensen, Laura de Jong, Ariejan Korteweg, Pjotr van Lenteren, Emilia Menkveld, Henk Pröpper, Rob van Scheers, Maarten Steenmeijer, Jan Tromp, Aleid Truijens, Geertjan de Vugt, Bert Wagendorp en Sander van Walsum.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant