Maar liefst 378 dagen lang woonden ze op 158 vierkante meter, achter een witte deur met daarop een lullig printje, met plakband bevestigd, met de woorden: ‘Missie in uitvoering’, ‘Werk in stilte’, ‘Niet storen’.
Afgelopen weekend mochten Kelly Haston, Anca Selariu, Ross Brockwell en Nathan Jones – de vier bemanningsleden van Nasa’s Marsmissie Chapea – eindelijk weer naar buiten komen. Die vier mensen, met een familie en een carrière, hadden zich vrijwillig laten opsluiten om een jaar lang te doen alsof ze op Mars woonden en werkten.
Zulke simulaties van Marsmissies moeten wetenschappers leren hoe astronauten zelfvoorzienend en gezond in zo’n kleine ruimte kunnen leven. Hoe mensen omgaan met de stress van zo’n missie, hoe het is om familieleden alleen met vertraging in de communicatie te mogen spreken, et cetera.
Chapea was een missie zonder de glamour van de echte ruimtevaart, dat normaliter bol staat van de dramatische beelden – van vlammenzeeën onder bulderende raketmotoren, tot glimmende ruimtevaartuigen die zachtjes door het kosmische deinen.
Daarmee vergeleken was het einde van Chapea een alleszins lulliger schouwspel, met z’n persconferentie voor een gebouw dat nog het meest oogt alsof het afkomstig is uit de failliete boedel van een pretpark.
Dat maakt het verleidelijk om cynisch te doen. Wie laat zich nou een jaar opsluiten, weg van zijn familie, als je niet eens écht naar Mars mag? Hebben we geen dringendere problemen waar deze vier wetenschappers en artsen met hun talenten aan zouden kunnen werken?
Over de auteurGeorge van Hal is wetenschapsredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft over sterrenkunde, natuurkunde en ruimtevaart.
Zulke gedachten smoren vervolgens al snel bij de oprechte emoties en trots van de vier deelnemers aan het experiment. ‘Het is me vaak gevraagd: waarom die obsessie met Mars’, zei Anca Selariu, tranen in de ogen. ‘Omdat het mogelijk is. Omdat de ruimte ons kan verbinden en het beste in ons naar boven kan brengen.’
Mijn gedachten gaan meteen terug naar de eerste pioniers die droomden van menselijke voetstappen op de maan. Ik was er niet bij, maar ik vermoed dat ook zij geconfronteerd werden met een serenade van zacht gegrinnik op het ritme van rollende ogen en schuddende hoofden.
Spoel de klok een halve eeuw vooruit en de meesten van ons zien in de maanlanding een symbool voor wat er mogelijk is als je maar écht wil. Tegelijk herkennen we in het internationaal ruimtestation ISS – pfft, wonen in de ruimte – een baken van vrede, een lichtend voorbeeld van samenwerking, zeker op die momenten dat de geopolitieke spanningen dreigen over te koken.
Denk over twintig, dertig of veertig jaar, mochten u en ik dat halen, op het moment dat de eerste lichting Marsastronauten voor een zee van camera’s staat, dus nog eens terug aan Kelly Haston, Anca Selariu, Ross Brockwell, Nathan Jones en de Marspioniers voor en na hen. De mensen die zonder zuchtje glamour in een anonieme loods de weg plaveiden voor de kosmische dromen van een nieuwe generatie.
In een eerdere versie van dit artikel stond dat simulatie plaatsvond op 1700 vierkante meter, dat was een foutieve omrekening van de Amerikaanse maat ‘1700 square foot’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant columns