Waar zijn de media in het buitenland vol van? Vandaag: Afrika-correspondent Joost Bastmeijer ziet hoe in Soedan bijna geen journalist meer actief is.
In Soedan voltrekt zich een ramp van ongekende proporties. Minstens 750 duizend mensen staan er op de rand van hongersnood en de dood, als gevolg van een oorlog tussen twee legers die al sinds april vorig jaar woedt.
Van die strijd, maar vooral ook van het desastreuze effect van die oorlog op Soedans bevolking, proberen internationale journalisten al meer dan een jaar verslag te doen. Dat is nagenoeg onmogelijk: als onderdeel van uitgekiende mediapolitiek van beide legers worden journalisten geweerd en in meerdere delen van het land is het internet goeddeels afgesloten.
Desondanks geven sociale media soms nog een beeld van wat zich binnen de landsgrenzen van Soedan afspeelt. Onscherpe foto’s van dode mensen na een etnische zuivering, filmpjes van mannen die zwaaien met hun wapens na de inname van een dorp; voor journalisten die de voortzetting van de oorlog op afstand proberen te volgen, is die informatie onmisbaar voor het bijhouden van kaarten en updates over de strijd. Op platform Sudan War Monitor, opgericht door een collectief Soedanese en internationale journalisten, wordt die informatie gebundeld en voorzien van duiding.
Over de auteur
Joost Bastmeijer is correspondent Afrika voor de Volkskrant. Hij woont in Dakar, Senegal.
Maar naast het militaire of (geopolitieke) nieuws over Soedan (dat dan weer uitstekend wordt bijgehouden door het in Amsterdam gevestigde Radio Dabanga) waren er tot voor kort bijna geen journalisten meer die zich richten op het dagelijks leven van de miljoenen Soedanezen die zich nog in het land bevinden. Sinds oktober is daar gelukkig verandering in gekomen: het journalistieke factcheckcollectief Sudan Facts maakt sindsdien een gratis, per WhatsApp verspreide nieuwsbrief, getiteld Atar.
Aanvankelijk vertrouwden de in Nairobi en Kampala gevestigde hoofdredacteuren op een klein netwerk van correspondenten: bekende Soedanese journalisten die vanuit alle windrichtingen berichtten over de impact van de strijd op het reguliere Soedanese leven. Toch werd het ook die journalisten te heet onder de voeten naarmate de strijd in het land aanhield en zich verspreidde: de Atar-medewerkers voegden zich bij de vluchtelingenkaravaan, naar buurlanden als Egypte, Zuid-Soedan en Tsjaad.
Op zoek naar geluiden van doorsnee-Soedanezen, deed Atar een oproep: iedereen met verhalen kan zich bij het platform melden. En daar begint het werk van de zestien redactieleden om de hoek kijken: alleen verifieerbare verhalen, waarvan de bron en de genoemde gebeurtenissen ook daadwerkelijk gebeurd zijn, worden geplaatst. Zo staat het team in direct contact met mensen uit heel Soedan, die vooral de wekelijkse Arabische nieuwsbrief steeds beter weten te vinden.
Twitter bericht wordt geladen...
In de recentste Engelstalige versie van de nieuwsbrief komt het belegerde El-Obeid, de hoofdstad van provincie Noord-Kordofan, uitgebreid aan bod. Zo neemt een anonieme correspondent de lezer mee naar de markt. Door de belegering van de stad is ‘een kilo linzen net zo duur als een halve kilo lam’. Wat vroeger het drukbezochte, bruisende hart van de stad was, is nu een zo goed als verlaten plek waar alleen de allerrijksten nog boodschappen kunnen doen – als zij de stad inmiddels niet al hebben verlaten.
Ook voor het coververhaal van de nieuwsbrief neemt schrijver Qurashi Awad de lezer mee naar El-Obeid. ‘Alle winkels in onze buurt zijn gesloten omdat de paramilitairen optrekken’, zegt de vader van een 11-jarig jongetje, ‘onze kinderen kunnen niet eens meer snoepjes kopen’.
Awad beschrijft hoe jongens van afval geweren maken. De
14-jarige Jannat, die eerst nog huilend vluchtte voor inslaande kogels en granaten, helpt nu koeltjes haar klasgenootjes als er weer eens mortiervuur inslaat. ‘Tegenwoordig herkent ze de lichte en zware wapens aan hun geluiden – een schril contrast met de tijd dat ‘kogel’ de enige militaire term in haar vocabulaire was’.
In een medialandschap waarin de vergeten oorlog in Soedan maar weinig aandacht krijgt, doet Atar een welkome poging om de gaten te dichten. De nieuwsbrief is broodnodig, want zolang de gevechten aanhouden is de kans klein dat internationale journalisten onafhankelijke toegang tot Soedan krijgen. Beide strijdende partijen zijn immers beschuldigd van oorlogsmisdaden en bij het begaan van die schendingen dulden zij geen pottenkijkers.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant