Op het Kreekplein wisten ze het zeker: van Den Haag valt niks te verwachten. In het ‘centrum tegen voedselverspilling’ op het pleintje in Rotterdam-Zuid, waar minderbedeelde bewoners goedkope groente en gratis brood kunnen halen, lagen desillusie en verontwaardiging voor het opscheppen toen ik er twee jaar geleden een rondje maakte op reportage voor de krant.
Maar wel met die Rotterdamse mengeling van strijdlust en gelatenheid: ‘je doet er toch niks aan’ versus ‘er komt een keertje opstand van’. Hoe die twee zich verhouden is het mysterie van Rotterdam, barometer van onbehagen.
Kan Carola Schouten die barometer lezen? Haar voordracht als burgemeester is in de Maasstad warm ontvangen, maar al te begrijpelijk. Schouten, een harde werker met principes, alleenstaande moeder woonachtig in de volkswijk Spangen, staat ver af van de regenteske elite die in Rotterdam sinds het drama van ‘Pimmetje’ diep wordt gewantrouwd. En ze rookt ook nog – slechte gewoonte, maar toch.
Kortom, geen kapsones maar aanpakken – een vereiste voor Rotterdam, dat ondanks gelikte city marketing worstelt met armoede en drugscriminaliteit. ‘Uithalen’ heeft in de haven een nieuwe, sinistere betekenis gekregen.
Schoutens voorgenomen benoeming laat ook een paradox zien van het huidige Nederland. Je zou kunnen zeggen dat zij de ‘gekozen’ burgemeester is waar hervormers al decennia om roepen: haar partij speelt geen rol in Rotterdam, haar kandidatuur kreeg brede steun in de gemeenteraad. Tegelijk zitten we in Den Haag met een premier die door niemand is gekozen maar die het kennelijk een mooie uitdaging vindt om dit vak ook eens te doen, „gewoon als mens”.
Nu in Den Haag het wanstaltige amateurisme regeert, opgepookt door ingesleten sloopdrift uit de coalitiebankjes, moeten we onze hoop misschien vestigen op de burgemeesters. Niet in oorlogstijd, maar wel in een tijd waarin een Kamerdebat trekjes krijgt van een dronkenmansavond in een jeugdhonk. Waarin het racistische begrip ‘omvolking’ terecht taboe wordt verklaard, maar de gretige vreugde over Turks-Hollandse voetbalverbroedering toch ook weer iets te opgelucht klinkt: alles komt goed.
Dan liever burgemeester Halsema in Amsterdam, die onbezonnen activisten en weifelende universiteitsbestuurders bij de les houdt; of Dijksma in Utrecht, die het kabinet alvast de bel aanbindt over de onbesuisd op de parlementaire schroothoop gegooide Spreidingswet. Of straks dus Schouten.
Het Haagse amateurtoneel wil, modewoordje, ‘grip’ krijgen op van alles en nog wat. Maar voor een goede greep heb je niet alleen ‘het volk’ nodig, maar zeker de burgemeesters – ook dát weten ze op het Kreekplein.
Source: NRC