Home

Prestigeprojecten ontbreken in het ‘Jaarboek Architectuur’. Het gaat nu eens om ‘gewone’ gebouwen

De boodschap aan de beroepsgroep van de samenstellers van het Jaarboek Architectuur is duidelijk: kijk hoe je het beste (en duurzaamste) kunt halen uit werkplekken, woningen en scholen.

‘Het is goed voorstelbaar om een boek te bedenken van de lelijkste bouwontwikkelingen in het land’, schrijft de redactie van het Jaarboek Architectuur. Op zoek naar de beste in 2023 gerealiseerde gebouwen, doorkruisten architectuurhistorici Stephan Petermann en Annuska Pronkhorst en architect Uri Gilad Nederland, waarbij ‘de onstuitbare verdozing’ langs de rijkswegen hen met afschuw vervulde.

Maar ineens was daar, aan de A2 bij Elsloo, de nieuwe wasserij van Nedlin – een bedrijf dat kleding uit de medische sector reinigt – met zijn gelede gevels van beton, die ogen als natuursteen en gestut zijn met monumentale betonnen kolommen.

Met dit ontwerp heeft Architecten aan de Maas een banale loods veranderd in een gebouw met allure, waar medewerkers prettig werken in ruimtelijke interieurs, en waar het productieproces op een duurzame manier is vormgegeven.

Over de auteur

Kirsten Hannema schrijft voor de Volkskrant over architectuur, landschapsontwerp en stedenbouw.

Eenzelfde doordachte aanpak zie je in het kindcentrum dat bureau Geurst en Schulze in Den Haag realiseerde. De standaard systeemplafonds en linoleumvloer zijn onderdeel van een precies ontworpen maatsysteem, dat rust geeft aan het interieur, en een Japans aandoende elegantie. Gewoon en bijzonder tegelijk is ook de grijze woontoren die LEVS architecten op de Amsterdamse Zuidas ontwierp: de eerste sociale hoogbouw in de duurste wijk van Nederland.

Cultuurpaleizen en villa’s ontbreken

De merendeels nieuwe redactie selecteerde 28 projecten voor deze 37ste editie van het jaarboek, dat geldt als ‘barometer van de Nederlandse architectuur’. De overkoepelende boodschap is duidelijk: focus niet op iconische gebouwen, maar kijk hoe je ruimtelijke kwaliteit kunt toevoegen aan alledaagse bouwopgaven. Cultuurpaleizen, spoorkathedralen en villa’s ontbreken, het enige spektakelstuk is de uitbreiding van Museum Paleis het Loo, afgewerkt in marmer en notenhout.

Al is dit bouwwerk op een bepaalde manier ook ingetogen, aangezien het onzichtbaar onder het voorplein van het gerenoveerde paleis is weggewerkt.

De boodschap is niet nieuw; al in 2007, vlak voordat de vastgoedbubbel barstte, stelde architect Willem-Jan Neutelings dat architecten hun aandacht zouden moeten verleggen van unieke architectonische objecten naar de ‘bulk van de bouw’. Een jaar later brak de economische crisis uit, sindsdien stapelen ruimtelijke problemen zich op: klimaatcrisis, stikstofcrisis, wooncrisis. Hoe gaan we die oplossen?

Het antwoord begint met: door minder te slopen. Neem de talloze naoorlogse schoolgebouwen die, hoewel ze bouwkundig meestal in orde zijn, tegen de vlakte gaan om plaats te maken voor ‘duurzame’ nieuwbouw. De renovatie van de mbo-vakschool Nimeto in Utrecht toont hoe het ook kan. Met een paar trefzekere ingrepen smeedde architect Maarten van Kesteren het verrommelde onderwijscomplex tot een hernieuwde – energiezuinige – eenheid, waarbij hij de parkeerplaats transformeerde in een buurttuin.

Alledaagse gebouwen

Je kunt je afvragen hoe representatief deze ‘alledaagse’ gebouwen zijn; ze vormen slechts 0,015 procent van de totale bouwproductie in 2023. Om een beeld te krijgen van de overige 99,85 procent, zocht de redactie naar gegevens zoals: wat is de meest geïnstalleerde toiletpot en: wat is op lange termijn het effect van woningen bouwen onder de zeespiegel? Deze analytische aanpak kennen we van architectenbureau OMA, waar Petermann tussen 2006 en 2019 als onderzoeker werkte. De berg aan informatie levert de lezer weinig bruikbare inzichten op; precies het punt dat de redactie wil maken.

Wat Nederland mist, is een samenhangende aanpak van ruimtelijke vraagstukken. Dat het in 2010 opgeheven ministerie van VROM in 2021 is teruggekeerd, stemt hoopvol.

Dat bij het debat in de Tweede Kamer over de mogelijke terugkeer van het – eerder wegbezuinigde – Nederlands Architectuurinstituut, slechts vier kamerleden kwamen opdagen, helpt niet. Dat debat ging vervolgens enkel over ‘schoonheid’. ‘Want dat is wat architecten doen?’, vraagt de redactie zich retorisch af.

Gemeenschappelijker en duurzamer

Natuurlijk moeten de 900 duizend nieuw te bouwen woningen esthetisch voldoen. Maar ze moeten ook prettige straten en pleinen vormen, waar we elkaar kunnen ontmoeten. En ze zouden biobased en circulair gebouwd moeten worden, om de CO2-uitstoot – waarvan 40 procent door de bouw wordt veroorzaakt – omlaag te brengen.

Hoe je deze kwesties gecombineerd kunt aanpakken, toont de natuurinclusieve, uit hout opgetrokken woonhof Hortus Ludi in Nijmegen, ontworpen door bureau Architectuur Maken.

Om huren betaalbaar te houden en onze CO2-voetafdruk te verkleinen, lijkt het onvermijdelijk dat we kleiner gaan wonen, in complexen met gedeelde voorzieningen. Acht van de negen woningbouwprojecten in het jaarboek zijn als zodanig ontworpen. Op de omslag staat woongebouw Domus Houthavens in Amsterdam, ontworpen door bureau Shift A+U.

De slimmigheid van deze microappartementen zit ’m in de bedstee, waarmee op slaapruimte is bespaard. Ondertussen is extra energie en budget geïnvesteerd in gemeenschappelijke ruimten: een woonkamer met werkplekken, een weelderig begroeide binnentuin en een kookstudio met dakterras. Het project geeft een mooie nieuwe invulling aan het adagium less is more.

Architectuur in Nederland – Jaarboek 2023/2024. Nai010 uitgevers; € 44,95.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next