Als u dit leest, is Nederland – Engeland voorbij.
Je zou kunnen zeggen dat u een voorsprong op me heeft. In elk geval: in kennis. Hier, aan deze kant van de tekst, kan alles nog. Waar ik me bevind, is er nog geen uitslag, geen aanvechtbare scheidsrechterlijke beslissing, geen VAR-discussie, geen ‘onvoldoende doorstappende’ verdedigers. Hier sluimert slechts de voorpret: in de tuin van het studentenhuis hierachter zitten ze al uren inleidend te zingen, de ambulance rijdt vast een oefenrondje langs de pleinen en op tv schakelen ze om de haverklap met Dortmund, waar Oranjefans het stadscentrum overnemen. De lyrische reportages over vrolijke massa’s die zich ritmisch van links naar rechts bewegen, zijn inmiddels vervangen door reportages over buitenlanders die vol bewondering toekijken bij zoveel, ja, pret.
Of is het angst? Maakt niet uit, het is feest.
Namens de NOS stortte verslaggever Danny Simons zich woensdagmiddag in de jalalalalalala-zingende menigte. Hij trof een man met een bos wortelen op zijn rug.
‘Ik was vanmorgen ook al bij de NOS. Toen filmden jullie me bij de grens.’
‘Maar u bent nu live hier, met wortels. Wat is het verhaal hierachter?’
‘Ja, Neerlands trots! Moejjekijke, wat een mooie oranje wortels.’ Het interview werd ruw onderbroken door een beschonken dame die ‘Nooijjjt meer naar huis! Winnen! WINNNEEEE!’ in de microfoon brulde. Het duurt bij mij soms even voor ik in de chauvinistische mood kom, dus zo’n reportage helpt dan wel.
Wie weet is het 5-4 geworden, ondanks de coaches Koeman en Southgate, die nog liever in een vergeten graatje stikken dan dat ze hun teams vrijuit laten aanvallen. Mogelijk hebben we dus een meer afwachtende wedstrijd doorstaan, een schaakpartij beslist door een enkel geniaal moment van een individuele speler. Een moment van improvisatie in een in steen gehouwen script.
Zoals in 1993, toen Ronald Koeman tijdens Nederland – Engeland op 17 meter van het doel een vrije trap mocht nemen, zich gereedmaakte voor een van zijn beroemde kogels en toen, in een moment van grote helderheid, inzag dat hij de bal beter over het muurtje kon scheppen, zoals Willem Vissers maandag memoreerde. Zo’n inzicht, daar komt het op aan. In de uitwedstrijd destijds, op Wembley, werden trouwens nóg twee historische doelpunten gemaakt: Bergkamp scoorde met een toverachtige lob waarbij hij een fraai passje van Jan Wouters ineens uit de lucht nam en in de lange hoek deponeerde door de bal op zijn in de juiste richting gebogen rechtervoet te laten ploffen. Een doelpunt als een natuurkundig probleem.
Eén zo’n moment moet volstaan. Die pass, die zou Veerman nog wel kunnen geven. Maar die lob? Bergkamp-achtigen zijn dun gezaaid. Gelukkig er was destijds, in ’93, óók nog een strafschop. Afgedwongen door Marc Overmars, die ongewenst was bejegend en daar bij de leiding terecht melding van had gemaakt. De bal werd binnengeschoten door Peter van Vossen uit Zierikzee. Een Zeeuw met een mat en een snor. Had op dat moment alleen nog in België gevoetbald, half Nederland had geen flauw idee wie hij was. IJzig kalm hield hij Nederland toen in de race.
Dikke kans dat u, daar, aan de kant van de toekomst die u heden noemt, ligt uit te puffen van een historische penaltyreeks. Voor de Van Vossen-rol van de beslissende trap zie ik één perfecte kandidaat: Joshua Zirkzee.
Maar het zal wel weer helemaal anders zijn gelopen. Want dat doet de toekomst: bouwen aan een verleden dat je vooraf onmogelijk kon voorzien.
Over de auteur
Frank Heinen is schrijver en columnist voor de Volkskrant. Columnisten hebben de vrijheid hun mening te geven en hoeven zich niet te houden aan de journalistieke regels voor objectiviteit. Lees hier onze richtlijnen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant