Home

De hypotheekschuld is in Nederland astronomisch hoog, maar niemand ziet dat als een probleem

Nederlandse huizen zijn veel waard en dus een goed onderpand bij schulden. Vergeten wordt dat die huizen zoveel waard zijn omdat we zoveel kunnen lenen.

De Nederlandse hypotheekschuld, die per inwoner al de hoogste van Europa is, groeit gestaag door. Er is zelfs sprake van een versnelling. Het gemiddelde hypotheekbedrag per woning is het afgelopen jaar met 10 procent gestegen, heeft hypotheekadviseur De Hypotheker onlangs berekend.

Deze astronomische schuld vormt een groot risico. Voor individuele huizenbezitters: bij een stijging van de rente of een daling van hun inkomen komen ze snel in de problemen. En voor de economie als geheel: toekomstige recessies worden door de schuldenlast versterkt.

De belangrijkste oorzaak is de voortdurende stijging van de huizenprijzen. Na een kortstondige daling als gevolg van een hogere rente, gaan de huizenprijzen weer steil omhoog. Het afgelopen kwartaal werden huizen maar liefst 7 procent duurder. Een gemiddeld huis kost 468 duizend euro, het hoogste gemiddelde ooit.

Het raadsel is waarom de snel oplopende schuld niet als probleem wordt ervaren. Ter geruststelling wordt vaak gewezen naar de onderliggende waarde: huizen zijn in Nederland nu eenmaal veel waard, er is dus een stevig onderpand voor die schulden. Vergeten wordt dat die huizen vooral zoveel waard zijn, omdat Nederlanders zoveel kunnen lenen. Het is dus een cirkelredenering.

Door de krapte op de woningmarkt zijn huizenkopers gedwongen het maximale bedrag te lenen dat ze met hun inkomen kunnen dragen. De huizenprijs wordt geheel bepaald door de leencapaciteit.

Elke maatregel die de overheid neemt om de leencapaciteit te vergroten, leidt direct tot een stijging van de huizenprijs. De jubelton, het verlagen van de overdrachtsbelasting, of subsidies op de aankoop boden geen soelaas omdat de huizenprijzen direct net zo hard omhooggingen. De recente stijging van de huizenprijs is vooral te danken aan de forse stijging van de lonen van de afgelopen twee jaar.

Net zoals een vergroting van de leencapaciteit tot hogere huizenprijzen leidt, zal een verkleining van de leencapaciteit tot lagere huizenprijzen – en een lagere hypotheekschuld – leiden. Daar is een eenvoudig instrument voor. Nu mogen Nederlanders 100 procent van de waarde van een huis lenen, in de meeste andere Europese landen is dat 90 procent. Er is veel voor te zeggen om in Nederland dezelfde bovengrens in te voeren.

De grote vraag is of er politici zijn die hiervoor voldoende moed hebben. Veel Nederlanders die al een huis hebben, ervaren de stijging van de huizenprijs als een groot genoegen. Ze worden op papier steeds rijker en kunnen vanwege de overwaarde op hun huis makkelijk een extra hypotheek afsluiten.

Banken ervaren de hoge schulden ook niet als problematisch. Sinds huizenkopers verplicht moeten aflossen om in aanmerking te komen voor hypotheekrenteaftrek, staan steeds minder huizen onder water. Huizen waarvan de eigenaren hun hypotheeklasten niet meer kunnen betalen, kunnen eenvoudig en zonder verlies worden verkocht.

De prijs wordt betaald door de Nederlanders zonder huis. De hoogste prijs betalen de Nederlanders die ook geen ouders hebben met een huis, en die dus geen schenkingen of erfenis tegemoet kunnen zien. De kans dat zij ooit nog genoeg geld bij elkaar kunnen brengen om een huis te kopen, is wel heel klein geworden. De tweedeling in de maatschappij die dit veroorzaakt, zou bovenaan de agenda moeten staan van elke politieke partij.

In het Volkskrant Commentaar wordt het standpunt van de krant verwoord. Het komt tot stand na een discussie tussen de commentatoren en de hoofdredactie.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next