Ineens waren de hunebedbouwers verdwenen, zo’n vijfduizend jaar geleden. Wetenschappers denken dat ze een mogelijke oorzaak hebben gevonden: een uitbraak van de pest.
Het was wellicht de vroegste pandemie ooit, denken Deense en Zweedse wetenschappers na bestudering van 108 skeletten uit die tijd. Van de doden waren er minstens achttien aantoonbaar aangedaan door een oervorm van de pestbacterie. Het werkelijke aantal ligt waarschijnlijk hoger.
Bovendien werden de doden in korte tijd begraven, verspreid van Kopenhagen tot diep in Zweden. Duidelijke tekenen dat de pest rondging door Noord-Europa, schrijven de ontdekkers in vakblad Nature. In amper anderhalve eeuw tijd zal de pest zoveel mensen hebben gedood, dat de cultuur van de hunebedbouwers erdoor teloorging.
Over de auteurMaarten Keulemans is wetenschapsredacteur bij de Volkskrant, met als specialismen microleven, klimaat, archeologie en gentech.
Geneticus Jacqueline Staring werkte in Kopenhagen mee aan het onderzoek en vond dna van de bacterie Yersinia pestis in de tanden en het ‘rotsbeen’ (een stukje schedelbot achter de oren) van de prehistorische mensen. Dat bewijst dat de mensen de bacterie in hun bloed hadden, legt ze uit. ‘Of ze er ook aan zijn overleden, kun je niet met zekerheid zeggen. Maar het is wel superaannemelijk. Zeker omdat ze vaak bij elkaar in één graf lagen.’
Ongeveer vijfduizend jaar geleden ging de welvarende boerencultuur genaamd de trechterbekercultuur ten onder. Grote nederzettingen werden verlaten, de bevolking dunde uit, handelsnetwerken verschrompelden en in het landschap verrezen nauwelijks meer ‘megalithische’ steenbouwwerken, zoals hunebedden en steencirkels, die de samenleving zo kenmerkten.
Dat kan te maken hebben gehad met misoogsten of de opkomst van steppevolkeren vanuit het oosten, denken archeologen. Maar vlak dus ook de pest niet uit, schrijft het team, onder leiding van paleogeneticus Frederik Valeur Seersholm (Universiteit van Kopenhagen).
Liefst drie pestgolven, van genetisch iets van elkaar verschillende pestbacteriën, vonden de onderzoekers in de oude botresten. Dat kan erop duiden dat de pest rondging door heel prehistorisch Europa, mailt Seersholm desgevraagd. ‘Ik zou verwachten dat we dit in de Baltische staten, Duitsland, Nederland, België, Frankrijk en misschien Groot-Brittannië ook aantreffen. Daar willen we graag naar kijken.’
Bij het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden moet prehistoricus Luc Amkreutz meteen denken aan een crematiegraf uit dezelfde tijd in Stein. ‘In korte tijd is daar een hele gemeenschap met zeer specifieke bijgaven (giften die aan de overledenen werden meegegeven, red.) gecremeerd. Wie weet raasde de pest ook wel door de Limburgse heuvels.’
De nieuwe vondst versterkt de zaak voor een pandemie, vindt ook Amkreutz. ‘Onderschat niet wat voor impact dit kan hebben gehad. Mensen gaan voor het eerst in grotere agglomeraties samenwonen en zijn qua netwerk sterk op elkaar aangewezen. Een epidemie kan dan veel schade aanrichten, net als enkele jaren misoogst, of combinaties daarvan.’
Archeologen vonden al eerder genetisch materiaal van de pestbacil in gebitsresten uit die tijd, onder meer van een ongeveer 20-jarige vrouw, uit het huidige Zweden. Maar dat konden nog toevallige, eenmalige besmettingen zijn uit het dierenrijk.
De nieuwe ontdekking duidt op een patroon, beaamt ook bottendeskundige Rachel Schats (Universiteit Leiden), die onder meer middeleeuwse pestslachtoffers onderzocht. ‘Dit percentage resten met sporen van de pest past bij het beeld van een grootschalige epidemie, zoals we die ook later zien’, zegt ze.
Schats ziet het al voor zich: hoe de pestbacil via luizen van ratten of muizen meeliftte naar de prehistorische boeren, en daar veranderde in een ziekte die ook tussen mensen rondging. ‘Al zijn deze mensen er niet van uitgestorven. Er bleven kennelijk ook mensen over om de anderen te begraven’, stelt ze vast.
Hoewel ze al sinds de coronatijd weer in Nederland werkt, koestert Staring warme herinneringen aan haar tijd in Kopenhagen. ‘Deze onderzoeksgroep beschrijft de geschiedenis van deze prehistorische mensen, uit een tijd dat er nog geen geschreven bronnen waren. Waar kwamen ze vandaan, wat aten ze, wat voor ziekten kregen ze? Dat is heel bijzonder.’
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant