Anna van den Breemer schrijft elke week over een alledaags opvoedkundig probleem waarvoor ze een oplossing zoekt.
‘Als je je kamer opruimt, dan gaan we vanavond pizza eten.’ Of: ‘Als je even op je broertje let, dan mag je straks wat snoep uitzoeken.’ Het omkopen van je kind is soms erg verleidelijk. Want: luie, rondhangende exemplaren veranderen opeens in ijverige wezentjes. Hoe wenselijk is het?
Wat is het verschil tussen belonen en omkopen? Het eerste klinkt best oké, het tweede heeft een wat negatieve bijsmaak. ‘Omkopen is vaak een laatste redmiddel van ouders, een lokmiddel om kinderen te verleiden tot bepaald gedrag.
Over de auteur
Anna van den Breemer schrijft voor de Volkskrant over grote en kleine levensvragen. In haar opvoedrubriek behandelt ze elke week kwesties waar ouders tegenaan lopen.
Vaak wordt ingezet vanuit onmacht’, zegt Maarten Vansteenkiste, hoogleraar motivatie- en ontwikkelingspsychologie aan de UGent. ‘Dat is wat anders dan vanuit het positieve handelen en de competentie van je kind bevestigen met een beloning.’
Bij omkopen gaat het vaak om de ‘als-dit-dan-dat’-constructie. Een kind doet A, dan krijgt het B. ‘Je creëert een verwachtingspatroon: de medewerking van je kind wordt voorwaardelijk en hangt af van de beloning’, aldus de hoogleraar. Voor je het weet, krijg je het terug: ‘Ik ga alleen opruimen als ik daarna mag gamen!’
Met positief belonen is niets mis, zegt Leonie Vreeke, ontwikkelingspsycholoog aan de Universiteit Leiden. ‘Tijdens de behandeling van angstige kinderen gebruiken we vaak beloningen om kinderen te helpen een eerste stap te zetten als ze iets spannend vinden, zoals iemand te spelen vragen.’
De beloning (bijvoorbeeld het uitkiezen van een toetje) werkt dan als aanmoediging. ‘Uiteindelijk wil je dat kinderen merken dat het gedrag zelf – het op een vriendje afstappen en dus het spelen – al belonend genoeg is.’
In de psychologie en de pedagogiek is er discussie in hoeverre belonen wenselijk is. Uit onderzoek blijkt dat kinderen hun interesse in een taak kunnen verliezen door zo’n beloning.
‘Het gaat dan om activiteiten waar een kind spontaan zelf mee begint, dus niet om vervelende taakjes’, zegt Vansteenkiste. ‘De verklaring is dat een kind op zo’n moment minder autonomie ervaart, waardoor de activiteit minder leuk wordt.’
Maken ouders vaak gebruik van omkopen of belonen, dan wordt het systematisch en dat kan impact hebben op de persoonlijke ontwikkeling van kinderen, zegt Vansteenkiste. ‘Ze zullen later sneller denken: wat zouden papa en mama daarvan vinden, wat hóór ik te doen? En niet: wat vind ik zelf belangrijk?’
Hoe motiveer je een kind om vervelende klusjes te doen, zoals opruimen, zonder daar iets tegenover te stellen? ‘Erken dat de taak niet leuk is’, zegt Vansteenkiste. ‘Ouders hebben de neiging om het protest direct de kop in te drukken. Ze zeggen: ‘Het leven is niet alleen rozengeur en maneschijn, stop met zeuren.’ Dat is niet de beste strategie. ‘Dan duw je je kind van je af. En omdat er geen verbondenheid is, wordt het alleen maar moeilijker.’
Autonomie is essentieel. ‘Ouders bieden de structuur: de kamer moet worden opgeruimd. Maar daarbinnen geven ze hun kind inspraak, over de timing en wat er dient te gebeuren’, adviseert Vansteenkiste. ‘Zeg bijvoorbeeld: je hebt tot het einde van het weekend om je kamer op te ruimen. Hoe ga je het aanpakken? Wat vind je haalbaar?’
Een beloning hoeft niet altijd te bestaan uit cadeaus of snoep. ‘Het kan ook de positieve aandacht van de ouders zijn, onderschat die niet’, zegt Vreeke. ‘Zeg bijvoorbeeld: ‘Daarna gaan we samen een spelletje spelen.’
Of kies iets wat sowieso al zou gebeuren en geef het kind inspraak: ‘Jij mag bepalen wat we vanavond gaan eten of naar welk televisieprogramma we gaan kijken.’ Let er op dat de beloning in verhouding is met het gedrag, soms klein, soms groot.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant