Home

De media hebben effect gehad op het proces tegen Ali B, maar heeft dat straks ook invloed op de uitspraak?

De rechtszaak tegen Ali B, verdacht van twee verkrachtingen en twee aanrandingen, werd een ongekend mediacircus. Verwachten juristen hiervan effect op bijvoorbeeld de uitspraak, aanstaande vrijdag? De Volkskrant vraagt rond.

Het is een opvallend moment, tijdens de tweede zittingsdag van de strafzaak tegen Ali B in Haarlem. Zojuist heeft zijn advocaat, Bart Swier, de rechtbank verzocht om het requisitoir van het Openbaar Ministerie, met daarin de strafeis, naar de volgende dag te verplaatsen. Anders, zo vreest het team van Ali B, zullen de talkshows van die avond alleen maar gaan over de beschuldigingen tegen de rapper. In de media ontstaat een gebalanceerder beeld als het requisitoir op dezelfde dag wordt gehouden als het pleidooi van Swier, zo is de gedachte.

Als de drie rechters zich hebben teruggetrokken om zich op het verzoek te beraden, draait Ali B zich om. Een meter achter hem zit een van de bijna vijftig journalisten die zich bij de rechtbank hebben aangemeld, de toonaangevende rechtbankverslaggever van De Telegraaf, Saskia Belleman. Ali B, die haar grappend-amicaal ‘Sas’ noemt, wil weten wat zij van zijn verzoek vindt.

Over de auteur
Gijs Beukers is mediaredacteur van de Volkskrant. Hij schrijft vooral over televisie, podcasts en boeken.

Niet verstandig, zo blijkt. ‘Als het requisitoir vandaag is, richten de media zich morgen volledig op jullie pleidooi’, zegt ze zittend achter haar laptop, waarop ze de hele dag zit te tikken om haar 228 duizend volgers op X van alle ontwikkelingen op de hoogte te houden. Ali B fronst als hij dat hoort. Ineens lijkt hij te twijfelen of het verzoek – dat uiteindelijk wordt ingewilligd – wel zo’n verstandig idee is.

Ali B, tegen wie drie jaar cel is geëist vanwege twee verkrachtingen en twee aanrandingen en tegen wie vrijdag uitspraak wordt gedaan, vecht op twee fronten. Tegenover de rechtbank wil hij uiteraard zijn onschuld bewijzen. Maar voor een artiest als hij is de strijd om de publieke opinie misschien wel net zo belangrijk.

Tijdens het proces, vorige maand, beantwoordde Ali B in de rechtbank vragen van de pers en had hij er geen bezwaar tegen dat tv-programma’s alles wat er in de rechtszaal gebeurde – ook zijn emotionele uitspattingen – uitzonden. ‘Mijn cliënt denkt er belang bij te hebben om volledig transparant en eerlijk te zijn over wat er volgens hem is gebeurd’, zegt zijn advocaat Swier.

Dat is uitzonderlijk. In beginsel is de Nederlandse rechtspraak openbaar en mag er ook een camera de rechtbank in. Maar in verreweg de meeste zaken is daar vanuit de media helemaal geen belangstelling voor. Als dat wél zo is – bijvoorbeeld omdat het om een ernstig misdrijf gaat of omdat de verdachte een bekende Nederlander is – mogen verdachten volgens de persrichtlijn niet in beeld komen. Ali B heeft daar expliciet toestemming voor moeten geven.

Stemmen van verdachten mogen in beginsel wel worden uitgezonden, maar als ze daar bezwaar tegen aantekenen, willigt de rechtbank dat verzoek regelmatig in, of dragen ze media op hun stem te vervormen. Namen van verdachten en vermeende slachtoffers moeten doorgaans worden weggepiept, maar in dit geval heeft de rechtbank aan de media goedkeuring verleend om dat bij de meeste namen niet te doen.

Ali B wilde zich volgens advocaat Swier in de media verdedigen omdat hij daar ook is beschuldigd – in januari 2022 zeiden twee vrouwen in het YouTube-programma Boos dat hij hen had verkracht.

Wat is het effect van deze beslissing geweest op de rechtsgang? Heeft de massale media-aandacht niet alleen de agenda, maar ook de inhoud van het proces beïnvloed? En is, zoals Bart Swier beweerde, door de negatieve berichtgeving over zijn cliënt de betrouwbaarheid van getuigenverklaringen aangetast? We legden vier van deze kwesties voor aan rechtswetenschappers en juristen en vroegen hen om een reactie.

1. De betrouwbaarheid van getuigenverklaringen

Tijdens de zitting sprak advocaat Bart Swier meerdere keren over mogelijke ‘bronamnesie’ van de vermeende slachtoffers. Telefonisch licht hij de term toe: ‘Daarbij weet je niet meer wat de bron van een herinnering is. Is dat nou de Boos-uitzending of een eigen ervaring? Waarheidsvinding wordt moeilijker als er veel details in de media zijn verschenen.’

Het is mogelijk dat iemand zich iets herinnert wat niet heeft plaatsgevonden, zegt Marko Jelicic, een rechtspsycholoog die is verbonden aan de Universiteit van Maastricht. ‘Maar dan gaat het vooral om zaken die langer geleden zijn gebeurd. Als je veertig jaar geleden misdienaar bent geweest in de katholieke kerk en je hoort nu allerlei verhalen over misbruik, kun je daarover gaan fantaseren.’

Bij voorvallen die zich in een nabijer verleden hebben afgespeeld, acht hij het ‘onaannemelijk’ dat mensen op basis van mediaberichtgeving ineens gaan vermoeden dat hen iets heftigs is overkomen, zoals een verkrachting.

Swier is dat met hem eens. ‘Ik denk ook niet dat Ellen ten Damme na die Boos-uitzending ineens is gaan denken dat ze door Ali is verkracht.’ De zangeres heeft verklaard dat Ali B in 2014 tijdens de opnames van een tv-programma in Marokko met zijn broek op zijn enkels haar hotelkamer binnenliep, haar besprong en vervolgens verkrachtte. Ali B ontkent alles.

‘Maar bij Jill Helena zou er wel sprake kunnen zijn van bronamnesie’, zegt Swier. ‘De verklaringen van haar en Ali lopen niet zo ver uiteen.’ Volgens Jill Helena heeft Ali B haar in 2018 in en rond een auto aangerand. Swier: ‘Beiden hebben gezegd dat ze hebben gezoend, volgens Jill heeft hij haar daarna ook betast. Maar dat heeft ze pas voor het eerst tegen iemand gezegd na de Boos-uitzending. Mogelijk is ze haar herinnering daarna negatiever gaan inkleuren.’

Dat sommige verklaringen pas zijn afgelegd na de Boos-uitzending, ‘zou in theorie van invloed kunnen zijn op de betrouwbaarheid’ ervan, zei ook de officier van justitie tijdens het requisitoir. ‘Immers, mogelijk hebben de betrokken aangeefster en slachtoffers zich laten leiden door hetgeen is gezegd in de media en verklaren zij niet uit eigen wetenschap.’

Maar Helena heeft niet pas na de Boos-uitzending anderen verteld dat ze door Ali B is aangerand, zei de officier van justitie in het requisitoir en zegt ook haar advocaat, Sébas Diekstra, telefonisch. ‘Ze heeft het daarvoor al besproken met haar moeder, die dat bevestigt. En met de zangeres Hind, die haar vlak voor de uitzending van Boos nog een appje stuurde om haar sterkte te wensen.’

De aard van zedenzaken maakt de herinnering kwetsbaar voor beïnvloeding, zegt Peter van Koppen, emeritus hoogleraar rechtspsychologie aan de Vrije Universiteit. ‘Als ik een bank binnenstap, met mijn pistool in het plafond schiet en ‘Dit is een overval’ roep, is het evident welk misdrijf plaatsvindt.’ Bij zedenzaken is het vaak veel minder helder. Dat kan variëren van een hand op de bil tot een brute verkrachting en iedere gradatie daartussenin. Het draait om interpretatie, om consent. Daar kun je in de loop der jaren anders over gaan denken.’

Het geheugen is feilbaar en kan worden beïnvloed door massale berichtgeving in de media, zegt Van Koppen, die daar onderzoek naar heeft gedaan. ‘In de maanden na de Bijlmerramp, in 1994, hebben we mensen gevraagd of ze televisiebeelden hebben gezien van het neergestorte El Al-toestel. Het juiste antwoord is: die bestaan niet. Toch zei ongeveer 60 procent dat ze die hadden gezien.’

Over zeer recente gebeurtenissen zijn de herinneringen doorgaans zuiver, zegt Van Koppen. Maar slachtoffers van een zedenmisdrijf melden zich ‘zelden direct daarna met gescheurde kleren’ bij de politie.

2. De aanwezigheid van vermeende slachtoffers in de rechtbank

Dat er in de rechtbank de hele dag een camera draait, verhoogt de druk op slachtoffers, ‘voor wie de druk al bijzonder hoog is’. Dat zegt Ruth Jager, die twee vermeende slachtoffers van Ali B bijstaat, Ellen ten Damme en Naomi, die niet wil dat haar achternaam openbaar wordt.

Beiden besloten om niet naar de zittingen te komen, óók vanwege de massale aanwezigheid van de media. Ruth Jager maakte daardoor namens hen gebruik van het spreekrecht. ‘Het liefst had ik gehad dat ze dat zelf hadden gedaan. Ik kan in toga wel iets vertellen, maar dat komt toch anders op de rechtbank over dan als het slachtoffer dat zelf doet.’

Als haar cliënten niet in de rechtbank gefilmd wilden worden, hadden ze daar bezwaar tegen kunnen aantekenen en was de camera even uitgeschakeld. ‘Maar door de aanwezigheid van al die camera’s loop je altijd het risico om buiten de rechtszaal toch in een shot terecht te komen.’

Jill Helena maakte zelf wel gebruik van haar spreekrecht. ‘Ze wist dat ze niet zou ontkomen aan de media-aandacht’, zegt haar advocaat Sébas Diekstra. ‘Haar volledige naam was bekendgemaakt in een juicekanaal, haar foto circuleerde al op in de media. Toen heeft ze besloten om alles met open vizier te doen.’

De media-aandacht heeft ‘enorme impact’ gehad. ‘Ze heeft een stortvloed aan reacties gekregen’, zegt Diekstra. ‘Daar zitten heel veel positieve tussen, maar ook heel veel nare – tot aan doodsbedreigingen toe. Omdat ze in 2013 een relatie met hem heeft gehad, klonk in veel van die berichten de aanname door dat bijna vijf jaar later seksueel contact nooit meer tegen haar zin kan zijn. De publieke shit die ze over zich heen kreeg, voelde haast nog heftiger dan het incident zelf.’

3. De waarheidsvinding

De uitzending van Boos is ‘funest’ geweest voor de waarheidsvinding, volgens Ali B’s advocaat Bart Swier. ‘Er is daar voor 11 miljoen mensen een vals frame neergezet dat door iedereen voor waar is aangenomen’, zei hij tijdens zijn vier uur durende pleidooi in de rechtbank. ‘En het kan niet anders dan dat dat ook invloed heeft gehad op de rechtbank en het OM.’

Over het ‘valse frame’ zegt Swier telefonisch: ‘Het probleem van die Boos-uitzending is dat een van de vrouwen die prominent in beeld was en Ali van verkrachting beschuldigde, aan de politie een heel ander verhaal heeft verteld: de seks was vrijwillig en consensueel geweest.’ Maar het frame blijft hangen, zegt Swier. ‘Het is lastig om je nog aan het dominante beeld te ontworstelen, om Ali nog als onschuldig te zien. Je bent geneigd te denken: hij is een serieverkrachter.’

Denken rechters dat ook? In hoeverre laten die zich beïnvloeden door mediaberichtgeving? Frank Wieland was een van de rechters van een andere mediagenieke zaak: in 2019 veroordeelden hij en zijn collega’s Willem Holleeder tot levenslang vanwege het uitlokken van aanslagen. In dat vonnis schreven zij: ‘De rechtbank is zich vanzelfsprekend, juist gegeven de voortdurende en opvallende aandacht voor de zaak in de media, terdege bewust van de afstand die zij moet nemen van beelden die in de media worden geschetst.’

Telefonisch voegt Wieland daaraan toe: ‘Wat media schrijven over zaken die in behandeling zijn bij de rechter, is volstrekt irrelevant. Als je je als rechter daardoor laat beïnvloeden, heb je het niet begrepen.’

Hij erkent dat media een bepaald beeld van een verdachte kunnen creëren. ‘Sommige hadden Holleeder al zowat veroordeeld. Dat was vooral gebaseerd op een geluidsopname waarin hij zijn zuster Sonja verrot schold. Toen dacht ik: jullie vinden hem een enorme crimineel, maar voor mij is hij een ontkennende verdachte.’

Een rechter kijkt alléén naar het bewijs, beklemtoont hij. ‘Het is een beetje als het lezen van een boek. Daar kunnen mensen geweldig over ouwehoeren, maar je baseert je oordeel door te citeren uit het boek, niet op de interpretatie van mensen die het ook hebben gelezen.’

Swier, de advocaat van Ali B, vindt dat te gemakkelijk. ‘Veel beslissingen in een proces hangen af van de overtuiging van de rechter’, zegt hij. ‘Neem de getuige die op het laatste moment werd opgeroepen. Zij beweerde dat ze een meisje een lift had gegeven die had gezegd te zijn verkracht door Ali B. Maar het signalement van dat meisje kwam totaal niet overeen met dat van Naomi, het vermeende slachtoffer.

‘De beslissing om die getuigenverklaring wel of niet voor het bewijs te gebruiken, kan afhangen van de overtuiging van de rechter of Ali B Naomi heeft verkracht. Dat is een gevoelskwestie, waarbij het onmogelijk is om je geheel af te sluiten van de publieke opinie.’

Jan de Keijser, hoogleraar criminologie aan de Universiteit Leiden, deed onderzoek naar factoren die de waarheidsvinding in een proces zouden kunnen bedreigen. ‘In de media worden harde standpunten ingenomen over iemands schuld’, zegt hij. ‘Een rechter zou daardoor maatschappelijke druk kunnen voelen.’

Maar Nederlandse rechters kunnen zich daar goed van distantiëren, zegt De Keijser. ‘Uit mijn onderzoek bleek dat we in Nederland, waar we alleen professionele rechters hebben, beter beschermd lijken te zijn tegen de invloed van onderbuikgevoelens en publieke opinie dan in landen waar aan lekenrechtspraak wordt gedaan.’

De media vormen niet alleen een bedreiging voor het strafrecht, zei advocaat Ruth Jager in de rechtszaal. ‘De feiten die wij deze week in deze zittingszaal bespraken laten zien dat media in dit geval heel hard nodig waren. Niet alleen om in de maatschappij het gesprek over seksueel grensoverschrijdend gedrag op gang te brengen, maar ook om ons strafrechtelijk systeem in beweging te krijgen. Zonder de uitzending van Boos lag de melding van Naomi nu nog te verstoffen in een archieflade van een Amsterdams politiebureau.’

Frank Wieland ziet media als ‘een vorm van communicatie tussen de rechter en de samenleving’. ‘Als ik na een zittingsdag thuiskwam, keek ik altijd naar RTL Boulevard. Ik vond het buitengewoon interessant om te zien hoe zij verslag deden van een zittingsdag.’

Als zijn collega-rechters Holleeder verhoorden, volgde hij op zijn computer de tweets van Saskia Belleman. ‘Toen zij eens schreef dat er aan een betoog van Holleeder geen touw vast te knopen was, haakte ik daarop in: ‘Ik denk dat u het nog eens moet uitleggen, meneer Holleeder’, zei ik. ‘Ik geloof niet dat iedereen het begrepen heeft.’

4. De straf

‘De impact van de onderhavige strafzaak en de daaruit voortvloeiende media-aandacht is zeer groot geweest voor verdachte en zijn gezin’, zei de officier van justitie tijdens het requisitoir over Ali B. ‘Zijn carrière heeft ernstige schade opgelopen en zal hier mogelijk nog lange tijd de gevolgen van ondervinden.’ Het OM woog dit mee bij de strafeis. Een woordvoerder van het OM licht per mail toe: ‘Een doel van straffen is ook vergelding en dat kan door de media al voor een deel zijn gebeurd.’

Ook rechters kunnen hiermee rekening houden, zoals is gebeurd in de zaak tegen Thijs Römer. ‘Zijn carrière is verwoest. Hij is een paria in de filmindustrie’, aldus de rechtbankvoorzitter die de acteur een maand celstraf en 240 uur taakstraf oplegde. ‘Terecht kun je zeggen dat hij het aan zichzelf te danken heeft, maar dat neemt niet weg dat de vergelding al behoorlijk bereikt is. Daar houdt de rechtbank rekening mee.’

Aanvullingen en verbeteringen

In een vorige versie stond dat verdachten volgens persrichtlijnen van de rechtbank gefilmd mogen worden, maar dat zij daartegen bezwaar kunnen aantekenen. Dat klopt niet – verdachten mogen in beginsel niet in beeld worden gebracht – en is hierboven aangepast.

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next