De lokale verkiezingen van 31 maart zorgden in Turkije voor een politieke aardverschuiving. Sindsdien doen de oppositie en president Recep Tayyip Erdogan pogingen tot toenadering. Wat is daarvan terechtgekomen in de eerste honderd dagen sinds de stembusgang?
De lokale verkiezingen leidden tot een historische nederlaag voor Erdogan en zijn AKP. De partij boekte zijn slechtste resultaat in 22 jaar. De CHP kwam als grote winnaar uit de bus. Die oppositiepartij behaalde zijn beste resultaat sinds 1977.
Erdogan toonde zich na de verkiezingen schuldbewust en zei dat de kiezer een flinke waarschuwing had afgegeven. Hij sprak van een keerpunt voor zijn partij en beloofde herstel. Een van de stappen is toenadering tot de oppositie. Dat is voor het eerst in jaren.
In veel landen is contact tussen de regeringsleider en de aanvoerder van de oppositie vrij normaal, ook al zijn er regelmatig aanvaringen. Dat was in Turkije lange tijd anders. Daar was het politieke klimaat zo gespannen dat er van dergelijk contact jarenlang geen sprake was. Tot 2 mei.
Toen kwam het voor het eerst in acht jaar tot een gesprek tussen een CHP-leider, in dit geval Özgür Özel, en Erdogan. Direct erna beloofde de president een bezoek te brengen aan het hoofdkwartier van de CHP voor een vervolggesprek. Dat vond vorige maand plaats. Het was het eerste bezoek van Erdogan in achttien jaar.
"De Turkse maatschappij had al langer genoeg van de extreme politieke spanningen en tegenstellingen", zegt analist Seren Selvin Korkmaz. "Toenadering tussen Erdogan en de oppositie is een welkome politieke dooi, ook al is het voorlopig vooral aftasten."
Volgens Kormaz is de toenadering een signaal naar de eigen bevolking en de internationale gemeenschap. "Turkije onder Erdogan heeft al jaren een imagoprobleem op het internationale toneel. Je ziet dat sinds de verkiezingen wordt geprobeerd om dat imago te verbeteren. Bijvoorbeeld om weer in beeld te komen bij buitenlandse investeerders."
Hoogleraar Seda Demiralp bevestigt deze normalisering, maar stelt ook dat dit proces al voor de lokale verkiezingen in gang is gezet. "De landelijke verkiezingen zijn vorig jaar weliswaar gewonnen door Erdogan en zijn AKP, maar het was toen al duidelijk - zeker in de grote steden - dat veel kiezers de partij niet meer zagen zitten."
Vervolgens heeft Erdogan met een koerswijziging de schade proberen te beperken in de aanloop naar de lokale verkiezingen, ziet Demiralp. "Maar de uitslag van die stembusgang werd een bevestiging van de eerder gesignaleerde trend."
De hoogleraar vindt bovendien dat het proces van normalisering verdergaat dan alleen toenadering tot de oppositie. "Onder de nieuwe minister van Financiën, Mehmet Simsek, is de terugkeer naar traditioneel economisch beleid ingezet. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft daarnaast de afgelopen maanden de georganiseerde misdaad aangepakt en op het ministerie van Buitenlandse Zaken is ook een andere wind gaan waaien", zegt Demiralp.
Die ingezette koers zal niet zo snel wijzigen, verwachten Korkmaz en Demiralp. En beide experts denken dat ook het buitenland zal merken dat Erdogan een poging tot normalisering doet.
"Het lijkt erop dat hij zich iets gematigder opstelt, vooral ten aanzien van de buurlanden. Daarnaast probeert hij andere landen minder vaak tegen de haren in te strijken, ook al wil hij in toespraken nog weleens uithalen", zegt Korkmaz.
"Erdogan lijkt niet langer een voortrekkersrol voor Turkije in de islamitische wereld na te streven. Hij is een meer realistische koers gaan varen, met oog voor goede relaties met het westen", vult Demiralp aan.
Of de dooi tussen regering en oppositie doorzet, is nog maar de vraag, zeggen Demiralp en Korkmaz.
"Dat hangt vooral af van het einddoel van Erdogan en zijn regering. Het lijkt erop dat nu alles gericht is op het repareren van de economie. Daarvoor moet de broekriem aangehaald worden. De pijnlijke maatregelen die nodig zijn kun je eenvoudiger invoeren als er vrede met de oppositie is", zegt Demiralp.
Daarnaast is het de vraag of Erdogan zich kan inhouden in relatie tot de oppositie, vult Korkmaz aan. "De oppositie heeft zich na de landelijke verkiezingsnederlaag vorig jaar herpakt. Sinds de lokale verkiezingen weten de nieuwe bestuurders in veel steden met praktische oplossingen successen te behalen. En dit lukt ze ondanks obstakels van de regering in Ankara. Maar er lijkt nieuwe tegenwerking aanstaande. Dat gaat een keer tot nieuwe onvrede leiden. Dan zijn we weer terug bij af."
Source: Nu.nl algemeen