Home

Bijna heel Ambon is in de ban van Oranje: ‘De koloniale tijd? Da’s verre geschiedenis’

Op het Indonesische eiland Ambon heerst grote Oranjekoorts. Nederlandse voetballers met Molukse wortels zijn naast een bron van trots, ook een vorm van troost, bij gebrek aan prestaties van het eigen team. ‘We hebben tenminste nog Tahamata, Van Bronckhorst of Reijnders.’

Ze zijn er helemaal klaar voor, in de volkswijk Batu Meja in het Indonesische Ambon-Stad. Op een hooggelegen pleintje, met uitzicht op de weidse Ambon Baai, wapperen tientallen Nederlandse vlaggen in de warme wind. Opgewekte bewoners dragen oranje voetbalshirts, een filmscherm hangt klaar tussen vers gekapte bamboepalen en uit een grote speaker klinkt de lokale voetbalkraker: ‘Nederland, o Nederland; merah-putih-dan-biru (rood-wit-en-blauw), adalah kami (dat zijn wij).’

Hier, in de zogeheten Hollandse Tuin, zullen woensdagnacht (4 uur) weer veel Ambonezen naar de halve finale kijken van het Nederlandse elftal tegen Engeland. Net als in cafés in het centrum die speciaal open blijven, en onder grote luifels op straat (het is regentijd op de Molukken).

Over de auteur
Noël van Bemmel is correspondent Zuidoost-Azië voor de Volkskrant. Hij woont op Bali.

Als het Wilhelmus klinkt, zullen jong en oud weer opspringen – de rechterhand op de borst, de driekleur op de wangen geverfd – en die vreemde tekst playbacken. Ongeacht de uitslag scooteren na de wedstrijd naar verwachting duizend nachtelijke Oranjefans richting het centrum, langs het standbeeld van vrijheidsstrijder Pattimura, die in 1817 door het Nederlandse koloniale gezag werd opgehangen.

‘Het begon allemaal met Simon Tahamata’, zegt de 58-jarige Marthen David terwijl een vlag van 40 meter lengte wordt uitgerold voor zijn deur. De gepensioneerde buurtleider zag Nederland in 1988 Europees kampioen worden in dezelfde tuin.

Om (oom) Simon, zoals dribbelaar Tahamata op Ambon heet, was de eerste Molukker die schitterde op internationale voetbaltoernooien. ‘We waren allemaal zó trots, sindsdien volgen we hier het Nederlands elftal.’ David, die het KNVB-logo op zijn schouderblad liet tatoeëren, schat dat 80 procent van de Ambonezen Oranje steunt.

Neem de 30-jarige rapper Dira Pattiasina, die actief is binnen de Nederlands-Ambonese gemeenschap. ‘Ik werd al op de basisschool verliefd op het Hollandse spel’, zegt zij gehuld in een oranje voetbalshirt. Of de 35-jarige ambtenaar William Puttileihalat die tegenover een grote muurschildering met de Nederlandse leeuw woont. ‘Ik hou van de filosofie van het totaalvoetbal’, zegt hij dromerig. ‘Bovendien zat mijn opa in het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL).’ Marktkoopman Erwin Gondrong vertelt dat hij sinds de gewonnen kwartfinale afgelopen weekend meer dan duizend ‘KNVB-shirts’ heeft verkocht (gemaakt in Jakarta). Met een grijns: ‘Dat is ieder EK en WK big business.’

Van links naar rechts

Het is voor Nederlandse bezoekers een bijzondere ervaring om zo veel Oranje-euforie te zien, in een land dat eeuwenlang werd gekoloniseerd door soldaten met zo’n zelfde oranje leeuw op hun uniform. Koning Willem-Alexander bood excuses aan voor het gebruikte geweld, onderzoekers schrijven boeken over Nederlandse oorlogsmisdaden en musea geven beschaamd roofkunst terug, maar veel Molukse voetbalfans zingen geroerd mee met het Wilhelmus. En sinds kort met de Indonesische versie van de links-rechtsmars van de Snollebollekes: goyang ke kanan, dan goyang ke kiri (rock naar rechts en rock naar links). Dat is overigens net andersom, dus mochten beide legioenen elkaar ooit tegenkomen, dan wordt het chaos.

‘De koloniale tijd? Da’s verre geschiedenis’, zegt huisvrouw Angel Sahetapy (44), die een grote Nederlandse vlag aan haar gevel heeft opgehangen. Andere landen, zoals Groot-Brittannië en Portugal, waren volgens haar even erg. ‘Zo ging dat in die tijd. Ik vergeef ze.’ Ambtenaar Puttileihalat: ‘De Nederlanders hebben ook kerken, scholen en ziekenhuizen gesticht. Laten we onze geschiedenis omarmen en samen vooruitkijken.’

Van die andere donkere geschiedenis, de treinkapingen en gijzelingsacties in de jaren zeventig, weten de ondervraagden weinig of niks. De Oranje-euforie op Ambon, stellen veel bewoners, moet je los zien van politiek of historie – het gaat om liefde voor het totaalvoetbal (creatieve, variabele speelstijl).

Wilhelmus-ringtone

De koning van de Oranjeliefde is hoogstwaarschijnlijk Brian Holland (zijn echte naam gebruikt hij niet meer). Hij zit met een oranje hoedje in zijn oranje huis, op zijn oranje bank, naast zijn oranje goudvis. De 53-jarige Gojek-bestuurder (een soort Uber) is dol op de Nederlandse speelstijl. ‘Als je in mijn arm snijdt, komt daar oranje bloed uit!’

Druk gebarend geeft hij advies aan bondscoach Ronald Koeman: ‘Eis meer snelheid en durf van de vleugelspelers, en laat Memphis Depay gewoon staan.’ Dan wordt Holland gebeld en klinkt zijn Wilhelmus-ringtone. Eerst gaat hij even staan met een hand op zijn hart en dan neemt hij op.

Beroemde Nederlandse Molukkers

In het centrum hangen in café Sibu Sibu vergeelde foto’s van beroemde Nederlandse Molukkers: Simon Tahamata, Giovanni van Bronckhorst, Denny Landzaat (voetballers), Daniel Sahuleka (muzikant), Carolyn Lilypaly (journalist) of Sharita Sopacua (model).

De held van nu is middenvelder Tijjani Reijnders, die veel Molukkers liever bij zijn moeders naam noemen: Lekatompessy, geboren om de hoek. Andersom spelen ook Indische Nederlanders, met grootouders uit de Molukken, in het huidige nationale team van Indonesië. Zij hebben van de Indonesische regering een paspoort gekregen om het nationale niveau snel op te krikken.

Wie bloed deelt, is één

Aan een tafeltje in de hoek wil sportjournalist Rudi Fofid van lokale krant Suara Maluku wel uitleggen waarom de Oranjegekte juist op de Molukken heeft toegeslagen. ‘Nederland wordt geassocieerd met verbetering en vooruitgang. Nederlanders introduceerden een sterke werkethiek en discipline en dat zijn eigenschappen die Molukkers naar eigen zeggen hebben overgenomen van de Hollanders.’

Daarnaast brengt Oranje volgens hem troost, bij gebrek aan prestaties door het eigen nationale team. ‘Dan kunnen we zeggen: we hebben tenminste nog Tahamata, Van Bronckhorst of Reijnders.’ Fofid wijst op het Molukse concept van Pela Gandong: wie bloed deelt, is één. Volgens de journalist kan de nalatenschap van de 68-jarige Tahamata niet worden overdreven. ‘Hij liet zien wat mogelijk was. Maar hij vertelde ons ook over de moeilijke tijd van de Molukkers in Nederland. Wij wisten daar allemaal niks van.’

In de Oranjetuin zijn alle buurtkinderen al in het oranje gestoken en verheugen zij zich op een nachtelijk spektakel. De 9-jarige Nefra, oranje sporttenue en roze slippers, gaat zeker wakker blijven, zegt ze. Op verzoek wil ze best een advies meegeven aan het Nederlands elftal. ‘Ga zo door. Blijf je best doen en zorg dat je niet verliest tegen Engeland.’

Lees ook

Geselecteerd door de redactie

Source: Volkskrant

Previous

Next