De Engelse en Nederlandse fans nemen bezit van speelstad Dortmund. Tot genoegen van de plaatselijke horeca-ondernemers. ‘Soms hebben ze één of twee biertjes te veel op, maar voor de rest zijn we gek op de Hollanders.’
‘Die Holländer? Die hebben hier in Dortmund een goede reputatie’, zegt Ricky Krause, de rijzige 31-jarige assistent-manager van het Intercity Hotel in Dortmund. ‘Ze zijn vriendelijk en goedgehumeurd. Soms hebben ze één of twee biertjes te veel op’, zegt hij, het hoofd peinzend omhoog gewend, ‘maar voor de rest zijn we gek op de Hollanders.’
Zes maanden geleden werden de laatste kamers van het Intercity Hotel al geboekt. Terwijl de prijs van 100 naar 300 euro is verhoogd. Opvallend veel Nederlanders reserveerden een kamer, viel Krause op. Alsof zij een voorgevoel hadden dat Nederland nu de halve finale zou spelen in Dortmund.
Over de auteur
Abel Bormans is regioverslaggever van de Volkskrant in de provincie Zuid-Holland.
De stad kleurt langzaam oranje. De Koninklijke Nederlandse Voetbalbond (KNVB) heeft achtduizend kaarten bemachtigd en verkocht onder de trouwste fans, maar schat dat er zo’n 75 duizend Nederlanders op de wedstrijd afkomen. Wie op het allerlaatste moment nog een appartement wil huren, moet zelfs op tarieven tot ruim 2.000 euro rekenen.
De Oranjefans zonder kaartje kunnen de wedstrijd kijken op een groot scherm op Friedensplatz of in het Westfalenpark. Wie wél een ticket heeft, kan morgen aan het eind van de middag vanaf de Kleppingsstraße zo’n 3,5 kilometer lang in de Oranjemars naar het stadion van Borussia Dortmund lopen. Daar zal het ongetwijfeld ‘van links naar rechts’ gaan, op de inmiddels welbekende vrolijke deuntjes van Snollebollekes.
Kroegbaas Jörg Kemper (58) – grijs ringbaardje, meekleurende zonnebril – is blij met de komst van de Hollanders. De eigenaar van brouwerij Wenkers, gelegen op de Oude Markt, heeft flink ingeslagen om Nederlanders én Engelsen – die tenslotte ook niet bekendstaan als de minste drinkebroers – van zijn Dortmundse huisbier (‘troebel en ongefilterd’) te kunnen voorzien.
Kemper opent de deur van een bedompte kelder. Daar glimmen tweehonderd zilveren biervaten van 50 liter in het tl-licht. ‘Ik heb berekend dat het technisch onmogelijk moet zijn om dit binnen twee dagen op te drinken’, zegt Kemper. ‘Maar ik daag ze van harte uit.’ Wie meer drinken, de Engelsen of de Nederlanders? ‘Moeilijk te zeggen…’, aldus Kemper.
Een Hollander betreedt zijn kroeg. ‘Moggûh mannen’, zegt de 66-jarige Hagenees Aad van Stam tegen het Duitse personeel. ‘Where is the toilet?’ De liefde van de gepensioneerde elektricien – groot jaren-tachtig-montuur, donkerblauw uitshirt uit 2014 – voor het Nederlands elftal gaat ver terug.
Op het WK in 1974 was hij er al bij – in de stromende regen in Gelsenkirchen, een groot contrast met het zonovergoten Dortmund nu – toen Nederland met 2-0 won van Oost-Duitsland door goals van Johan Neeskens en Rob Rensenbrink. Zijn zwager was er toen al bij, en is nu, inmiddels 85 jaar, ook van de partij. Ze hebben tickets.
‘Dat Oranjegevoel is nooit meer weggegaan’, zegt Van Stam. ‘Het is gewoon gezellig, het biertje smaakt altijd goed. Een tijdlang kon ik minder gaan, huisje- boompje-beestje, je kent het wel. Helaas overleed mijn lieve vrouw zo’n twintig jaar geleden. Sindsdien heb ik weer meer tijd om naar het Nederlandse elftal te gaan. Hier haal ik veel plezier uit.’
Van Stam gaat zowel naar de wedstrijden van het vrouwen- als het mannenelftal van het Nederlands elftal, het maakt hem niets uit. Hij weet dat veel Nederlanders ook zeer kritisch kunnen zijn op het Nederland elftal – nu eens over de haarband van Memphis Depay, dan weer over het spel van Joey Veerman – maar daar moet Van Stam niks van hebben. ‘Dat zijn misschien de dagjesmensen die één keer naar het Nederlands elftal gaan. Maar niet de trouwste fans, zoals je hier om je heen in Dortmund ziet.’
Op de Oude Markt, een stenen plein in het historische centrum, wordt het einde middag steeds gezelliger. Onder tromgeroffel en luid gejoel van de aanwezige Oranjefans planten twee Nederlanders een rood-wit-blauwe vlag op het aanwezige standbeeld, een muzikant. Als de politie – ruimschoots aanwezig in de stad om alles in goede banen te leiden – vraagt om de vlag weer te verwijderen, lukt dat aanvankelijk niet.
Twee van top tot teen getatoeëerde Engelse fans – bepaald geen sportschooltypes, de een is corpulent, de ander graatmager – schieten te hulp (nadat een van hen vrijwillig zijn handen heeft aangeboden aan de vrouwelijke Duitse politieagent, om zich zogenaamd te laten arresteren). ‘England, England, England’, klinkt het vervolgens over het plein. Het niveau van de humor is niet al te hoog, maar de sfeer is wel gemoedelijk.
Al hopen de Gelderlanders Fedor Ritmeijer (18) en Nick Broekhuizen (20), allebei in een Oranje tenue, stiekem op meer. Ze hebben geen kaarten, toch zijn ze naar Dortmund afgereisd. ‘We willen nog ergens tickets op de kop tikken’, zegt Broekhuizen. ‘250 euro hebben we er wel voor over.’
Mocht dat toch niet lukken, dan sluiten ze met liefde in de Oranjemars aan, om de wedstrijd vervolgens op een van de grote schermen te bekijken. ‘Van links naar rechts’, zegt Ritmeijer, ‘dat is ook mooi.’ De Oranjefans op de Oude Markt weten het zeker: Nederland wordt Europees kampioen.
Geselecteerd door de redactie
Source: Volkskrant